Slikken en glimlachjes

Op een hip terras aan de Rue Oberkampf – de ‘Berlijnse buurt’ van Parijs – bleek de bediening klassiek Frans. De serveerster smeet mijn bord op tafel (‘sans viande’ was niet doorgekomen) en toen ik haar om het wifiwachtwoord vroeg, noemde ze een reeks cijfers zo snel dat ik ze ook in het Nederlands niet zou hebben verstaan. Ik vroeg haar om de code te herhalen. Ze zette haar hand in haar zij en zuchtte dat ze nog meer werk te doen had. Omdat ik in het Frans geen diplomatieke verwensingen machtig ben en alleen grove scheldwoorden ken, hield ik me stil.

Het contrast tussen haar chagrijnige gezicht en de luxe drapering van spekreepjes en wortelspaghetti op mijn bord deed me denken aan het voortdurend gesnauw in het Amsterdamse Vondelpark, vaste prik op zaterdagmiddag: Oud-Zuid-fietsers rijden Oud-Zuid-hondenuitlaters omver, terwijl de Oud-Zuid-terraszitters klagerig vaststellen dat de wereld steeds onbeschofter wordt. Of neem een gemiddeld drukbezocht warenhuis, waar de ene shopper de andere opzij duwt – koopjesjacht.

Wifi deed het na twee keer vragen nog niet, dus las ik verder in Under the Wire, het verslag van fotograaf Paul Conroy, die begin 2012 wekenlang in Syrië verbleef en de meest vreselijke dingen zag. Hij filmde een baby die zijn vroege laatste adem uitblies. Het hospitaal in Baba Amr diende vooral als mortuarium. Omdat de bommenregen van Assad een all inclusive behandeling is, raakte Conroy zelf ook gewond.

Met een doorkijkgat in zijn dij wordt hij in een busje gelegd tussen een ‘hoop lichamen’, uit het puin verrezen gewonden. Velen zonder benen, etc. – de details laat ik aan Conroy over. Ze glimlachen naar hem, helpen hem een plekje te vinden voor een gedeelde kans op overleven.

Misschien is dat wel het meest frappant aan de thrillerachtige realiteit die Conroy beschrijft: er wordt heel wat gelachen, tussen het gieren van granaten door. Bijna altijd gaan de dingen anders dan gepland en de beste reactie is een gniffel. De dokter die Conroy opereert, lacht hem toe voor het snijden (zagen) begint; het is de enige verdoving die voorhanden is.

Conroys collega, de Franse correspondent Edith Bouvier, raakte eveneens gewond aan haar been. Dagen lagen ze in een beschoten huis zonder elektriciteit, de journalisten konden de wijk Baba Amr niet uit. Bouvier liep risico op acuut hartfalen door de ontwikkeling van een bloedverdikkend vet tussen haar botscherven, maar in het via YouTube verspreide filmpje benadrukt ze vooral dat ze nog kan lachen – als bewijs toont ze haar tanden.

Lachen als overlevingsdrift.

Ik verliet het zonovergoten terras en liet een ironisch flinke fooi achter. Een kinderachtig wraakmiddel en bovendien ineffectief. De vraag rees later pas: hoe goed kun je het hebben, voor je glimlach is vergaan?