Shit, de brugklas komt eraan. Gauw op training

Hoeveel het er zijn is niet bekend, maar ze worden wel steeds populairder: cursussen waarin kinderen nog even de stof van de basisschool ophalen, waarin ze alvastkennismaken met nieuwe vakken en oh ja: waarin ze zelfvertrouwen opdoen.

foto thinkstock

Eigenlijk wilde hij vorig jaar in de zomer lekker naar buiten en leuke dingen doen. Maar van zijn ouders moest Emiel Niehof (13 jaar) uit Den Haag naar een brugklastraining.

„Het was nuttig”, zegt hij nu. „Toen ik aan de brugklas begon, had ik een voorsprongetje op de rest.”

De brugklastraining had hem geleerd hoe hij het beste kon leren. Dus: woordjes opschrijven, jezelf overhoren en samenvattingen maken. En hij kreeg ook les in nieuwe vakken. Zoals Frans. En wiskunde.

Natuurlijk, ook zijn ouders hadden hem kunnen voorbereiden op de lesstof van de middelbare school. „Maar dat werkt niet, dan krijgen we ruzie.”

Er zijn honderden cursussen en trainingen om kinderen uit groep acht van de basisschool voor te bereiden op de brugklas van de middelbare school. De lessen beginnen vaak na de zomervakantie en gaan over hoe je je schooltas moet inpakken en je huiswerk plannen. Maar ook over hoe je een gesprekje kan aanknopen om nieuwe vrienden te maken.

De cursussen zijn populair. Aanbieders zien het aantal aanmeldingen elk jaar toenemen, zo laat een aantal huiswerkinstituten en trainingsbureaus desgevraagd weten. Hoeveel aanbieders er precies zijn en hoeveel van de ongeveer tweehonderdduizend aanstaande brugklassers zo’n cursus volgen, is onduidelijk.

Het is een vrije markt, „die gedifferentieerd is en veel verschillende aanbieders kent”, zegt Jiles Luyt. Hij is vicevoorzitter van de Landelijke Vereniging van Studiebegeleidingsinstituten (LVSI). „Dus niet alleen grote bedrijven, maar ook eenpitters, zoals orthopedagogen, psychologen, psychotherapeuten, studiebegeleiders en studenten kunnen een brugklascursus geven.” Hij schat dat de helft van de 240 vestigingen die de LVSI vertegenwoordigt een brugklastraining aanbiedt. De aanbieders van de trainingen hebben ieder hun eigen idee over waar scholieren in het eerste jaar op vastlopen. De een concentreert zich op het leren, de ander op de onderlinge omgang.