Nieuwe muziek van Crosby, Stills, Nash & Young

Hun samenzang was legendarisch. Van Crosby, Stills, Nash & Young is nu een box uitgebracht met liveopnamen uit 1974. Destijds dacht de band dat die opnamen waardeloos waren. Samensteller Graham Nash: „We waren onophoudelijk high.”

Crosby, Stills, Nash & Young in 1974. Van links af: Stephen Stills, David Crosby, Neil Young en Graham Nash. Foto’s Warner

Liefhebbers en bootlegbezitters wisten dat ze spectaculair waren: de opnamen die van Crosby, Stills, Nash & Young werden gemaakt tijdens hun megatournee uit 1974. De samenzang was fenomenaal; de muziek elektrificerend. Vooral Neil Young introduceerde een schat aan nieuwe nummers waarvan er veel nooit op de plaat zijn verschenen. Veertig jaar na dato komt die verloren gewaande episode uit de pophistorie boven water. Graham Nash, voormalig zanger van The Hollies en de enige Brit in het gezelschap, stelde een cd-box samen uit de vele uren tape die tot nu toe achter slot en grendel waren gebleven.

„Enorme ego’s hadden we”, verzucht Nash (72) aan de telefoon vanuit Los Angeles. „Dat moest ook wel, want hoe hadden we anders een stadion bij de les kunnen houden met onze intensieve samenzang en delicate akoestische muziek? Na afloop van de tour heerste de gedachte dat de opnamen chaotisch en verwaaid klonken. Maar toen ik met onze bandfotograaf en vertrouwensman Joel Bernstein de studio in dook om ze te beluisteren, bleek er veel interessant materiaal bij te zitten. Het afsluitende concert in het Londense Wembleystadion was mijn thuiskomst in Engeland na zes jaar in de States. Dat maakte de tapes extra bijzonder voor mij.”

Nash leerde David Crosby en Stephen Stills in 1966 kennen op tournee in de VS. Crosby zat toen nog in The Byrds; Stills bij Buffalo Springfield. Toen de in close harmony gespecialiseerde Hollies uiteenvielen wegens onenigheid over een album met songs van Bob Dylan, zocht Nash zijn heil in Californië. ‘Mama’ Cass Elliott van The Mamas & the Papas herintroduceerde hem bij Crosby en Stills. Tijdens een eerste oefensessie bleken hun stemmen zo goed bij elkaar te passen dat onmiddellijk daarna een debuutalbum werd opgenomen.

Hoesfoto

Bijna had de band Nash, Stills & Crosby geheten, want in die volgorde stonden ze op de hoesfoto bij een vervallen huis even buiten Los Angeles. Toen ze de foto een dag later over wilden doen, bleek het huis afgebroken. Daarop besloten ze toch maar de ‘verkeerde’ foto te gebruiken.

Crosby, Stills & Nash met de hit Marrakesh Express was meteen een groot succes. Het tweede optreden in hun prille bestaan vond plaats op het immense Woodstockfestival, waar Steve Stills de welgemeende woorden „we’re scared shitless!” sprak. De behoefte aan een tweede gitarist in de band bracht hen bij Neil Young, die Stills al kende uit Buffalo Springfield. Het album Déjà Vu (1970) van Crosby, Stills, Nash & Young werd een nog groter succes voor de supergroep.

Vooral Neil Young liet zich niet makkelijk in het keurslijf van een collectief persen. Hij verkoos het avontuur in kleine zalen met zijn rockband Crazy Horse en stuitte op solosucces met het countrygetinte Harvest. De tour van 1974 volgde op een periode van stilte rond CSN&Y, die vergeefs hadden geprobeerd om lang genoeg in elkaars nabijheid te verkeren voor een opvolger van Déjà Vu. Het was een goed jaar voor megatournees. Bob Dylan had zojuist zijn comeback met The Band gevierd en impresario Bill Graham regelde dat het podium en de geluidsinstallatie van die tournee opnieuw in de dertig meter lange vrachtauto’s konden worden gepakt.

Er werden liveopnamen gemaakt, maar na afloop van de uitputtende, 31 optredens lange tour had niemand daar een goed gevoel bij. „We hadden te snel en te slordig gespeeld”, zegt Nash. „Iedereen was onophoudelijk high geweest van de enorme hoeveelheden drugs die we consumeerden. Pas met het perspectief van veertig jaar later kon ik vaststellen dat er fantastische opnamen tussen zaten. Het was een kwestie van eindeloos luisteren en kiezen voor de beste versie die we van elke song hadden gespeeld. Omdat onze optredens soms wel vier uur duurden was er flink wat materiaal om door te spitten. Ik werd opnieuw verliefd op de personen die mijn bandgenoten toen waren, en muziek die veel meer was dan de som der delen.”

Optredens van Crosby, Stills, Nash & Young konden zo lang duren omdat naast het groepsmateriaal altijd ruim tijd werd genomen voor solosets van de afzonderlijke bandleden. Zo kan het dat CSNY 1974 prachtige versies bevat van Stephen Stills’ Change Partners, een laaiend ontvangen Our House van Graham Nash en een indringend Almost Cut My Hair van David Crosby, een paranoïde drugsvisioen uit het hippietijdperk. De ruimte voor individuele expressie werd het fanatiekst benut door Neil Young die op de tournee nieuwe en later nooit officieel uitgebrachte songs als Traces, Love Art Blues en Pushed it Over the End in première liet gaan. Zijn Revolution Blues over de Charles Manson-moorden was zo confronterend dat Crosby soms weigerde op het podium te staan als Young het zong.

Cocaïne

Optreden voor 60.000 man publiek was geen probleem, vertelt Nash. „We hadden genoeg cocaïne in ons systeem om de hele wereld aan te kunnen. Alleen Neil hield het bij een jointje zo nu en dan. Ik kan er nu openhartig over praten omdat onze geschiedenis als band verweven is met de excessen die het succes met zich meebracht. 1974 was een jaar van grote chaos in de VS. De democratie stond onder druk door het Watergateschandaal en het presidentschap van Richard Nixon. De dood van vier studenten tijdens een protest op de Kent State University lag nog vers in het geheugen en de regering verspreidde leugens over de illegale oorlog die in Vietnam gevoerd werd. Popmuziek was een uitlaatklep voor jonge mensen die geloofden dat de wereld veranderd kon worden als we allemaal op dezelfde golflengte zaten. Wij hadden Ohio gemaakt over het drama Kent State, en Military Madness over de waanzin van oorlogsgeweld. We dachten oprecht dat we de politiek konden beïnvloeden met onze liedjes.”

Vijf jaar na het Woodstockfestival waren hun optredens nog altijd ontmoetingsplaatsen voor mensen die een alternatieve samenleving voor ogen hadden, meent Graham Nash. Fragmenten uit de Watergate Tapes werden afgespeeld tijdens het nummer Grave Concern waarin Nash zijn bezorgdheid uitte over zwaar weer in de Amerikaanse politiek. Nog directer is het één minuut lange Goodbye Dick waarin Neil Young op humoristische manier afscheid nam van de afgezette president Nixon, luttele dagen nadat ‘Tricky Dicky’ zijn laatste stappen door de tuin van het Witte Huis had gezet. Het nummer verscheen nooit op de plaat maar kreeg bij het optreden meteen een daverend applaus.

Graham Nash, die later actief werd in verschillende politieke organisaties en die voor zijn charitatieve werk in 2010 een OBE ontving (Officer of the Order of the British Empire in the Diplomatic and Overseas Division of the Queen’s Birthday Honours List), gelooft onverminderd in de maatschappijkritische rol die popmuziek kan vervullen. „Grote verschuivingen hebben we niet teweeggebracht, maar als mijn liedje één persoon op andere gedachten brengt heeft het voor mij zijn doel bereikt. Chicago met de strofe ‘We can change the world’ en Ohio waren directe reacties op politieke gebeurtenissen; songs die nog lang naklonken omdat ze een kritisch geluid lieten horen. Bij Crosby, Stills, Nash & Young zong ik ook huiselijke liedjes als Teach Your Children en Our House. Maar aan onbenullig entertainment hebben we ons hopelijk nooit schuldig gemaakt.”