Loodwit en kalk

Als je voor een Vermeer in het museum staat, wil je niet echt weten of het gebruikte loodwit afkomstig is uit het Lake District. Of dat er kalk in de grondverf zit. Maar als je 7,8 miljoen euro voor een werk neertelt, dan wil je natuurlijk graag elk bewijs dat je ook echt een werk van Vermeer hebt gekocht. Of toch niet?

Dinsdag werd Sint Praxedis (1655), toegeschreven aan Vermeer, bij Christie’s geveild. Het werk is een kopie, dat is zeker, nageschilderd van een werk van de Italiaan Ficherelli uit 1645 om het vak te leren en dus nog geen meesterwerk.

Jarenlang is door kunsthandelaar Samuel Spencer geleurd met het werk. Spencer, die in 1969 het werk verwierf, dacht twee handtekeningen van Vermeer te zien. Hij vond later ondersteuning bij Arthur Wheelock, conservator van de National Gallery of Art in Washington. Die stond vrijwel alleen; de meeste andere kunsthistorici die veel onderzoek doen naar Vermeer twijfelden sterk over de authenticiteit van dit doek. Maar Spencer had in 1987 uiteindelijk wel Barbara Piasecka-Johnson kunnen overtuigen, een Poolse boerendochter en kamermeisje die na haar huwelijk met haar werkgever en multimiljonair John Seward Johnson een kunstcollectie aanlegde van vooral barokke Italiaanse werken. In april 2013 overleed ze, haar nazaten lieten dinsdag haar collectie veilen om de filantropische Piasecka-Johnson Foundation van meer kapitaal te voorzien.

Zij hadden haast. Christie’s liet onderzoek doen door het Rijksmuseum en de Vrije Universiteit. Beide instellingen vonden het een uitdaging om nieuwe, sterk verbeterde materiaaltechnieken op dit bediscussieerde werk los te laten. Ze vonden loodwit uit Engeland, dat identiek is aan het gebruikte loodwit in Diana en haar Nimfen van Vermeer. Dat volstond al voor Christie’s. Pas na publicatie van de catalogus vonden de onderzoekers ook kalk in de grondverf, een ontdekking die onderstreept dat het een Noord-Europees schilderij is.

Het Rijksmuseum had eigenlijk meer onderzoek willen doen om twijfels uit te sluiten, vertelde directeur collecties Taco Dibbits. Met een museum in Edinburgh dat ook een vroege Vermeer heeft, zijn al afspraken om te onderzoeken of er matches zijn met de Praxedis. Ook bij de eigenaar van het origineel van Ficherelli, een Italiaanse particulier, wil het Rijks nog een verzoek indienen. Als er geen materiaalovereenkomsten zijn tussen de twee Sint Praxedissen, kan makkelijker worden uitgesloten dat Ficherelli zelf een kopie heeft gemaakt. Dibbits zou graag ook nog meer onderzoek willen doen aan de nu geveilde Praxedis. Het is de vraag of dat gaat gebeuren. Want heeft de nieuwe eigenaar daar belang bij? Durft hij het risico aan dat verder onderzoek toch aanwijzingen oplevert dat het geen Vermeer is, of houdt hij het bij de toeschrijving door Christie’s?