In Rotterdam toeteren ze alleen voor Feyenoord

Op het Stadhuisplein staat Feyenoord centraal. Ook als Oranje verliest, wordt een Rotterdams feestje gevierd. Want Vlaar en Clasie zijn geweldig. Uitschakeling of niet.

Het enige waar de Rotterdammers blij om zijn deze avond, is dat er nu in ieder geval geen huldiging in Amsterdam komt. Als de Argentijn Maxi Rodríguez raak schiet, en Nederland is uitgeschakeld, gaat direct de muziek weer aan. „Kom pak je lasso maar, zo vangen cowboys indianen”, is de tekst die door de flats wordt weerkaatst. Iedereen loopt gedesillusioneerd weg.

Het Stadhuisplein vlak bij het Hofplein is de plek waar traditiegetrouw feest wordt gevierd als Feyenoord kampioen wordt. Als het aan de Rotterdammers ligt, zou hier ook na de WK-winst een feestje gevierd worden. De helft van de selectie van het Nederlands elftal heeft bij Feyenoord gespeeld of speelt er nog steeds. Negen spelers zaten hier op school, op het Thorbecke. Dus hoort een huldiging in Rotterdam. Maar die strijd hoeft nu niemand meer aan te gaan.

Niet dat er niet gejuicht wordt tijdens de wedstrijd. Er wordt zelfs getoeterd, en een man schiet een confettikanon af. Maar dat is omdat Jordy Clasie in de 61ste minuut in het veld komt. Een Feyenoorder. „Messi, Messi, Clasie komt eraan!”, zingt een groepje supporters.

Het is druk. Iedereen die de wedstrijd op de grote schermen wil zien, is bij het betreden van het plein gefouilleerd. Ook aan de kleding kan je zien dat hier vooral liefde voor Feyenoord leeft, boven die voor Het Elftal. Weinig oranje kleding. Een enkeling heeft zich als leeuw verkleed of heeft een oranje pruik op. Veel trainingspakken.

André Indermaur (17) draagt er een van Feyenoord, hij heeft een seizoenskaart. Oranje is bijzaak, veel minder belangrijk dan zijn club. Zenuwachtig is hij niet. „Natuurlijk zijn we trots”, zegt hij. „Bruno Martins Indi, Stefan de Vrij: die zijn van ons. Het is leuk als ze het goed doen, maar ik ben hier gewoon om te feesten.”

Ook Rosa (16) draagt Feyenoord-kleding, een rood-wit shirt met ‘Kuyt’ achterop. Haar vriendin Desie houdt een spiegeltje vast zodat ze haar mascara kan bijwerken. „Het wordt 2-1”, zegt ze. „Robben en Van Persie gaan scoren.” Onder één van de schermen is een Nederlandse vlag opgehangen met daarop de letters FR: Feyenoord Rotterdam.

Een groepje jongens wordt hardhandig weggevoerd door de beveiliging. Een platinablonde vrouw in een strak oranje jurkje komt langs met shotjes Flügel. Als het spel wordt stilgelegd voor de rust, wordt direct harde muziek aangezet – Hollandse meezingers, Lee Towers, Wolter Kroes. De barvrouwen van de Skihut dansen buiten op plateaus en beelden met hun handen de teksten uit. Het gaat steeds harder regenen.

In de tweede helft is er bewondering voor Vlaar, die de Argentijnen keer op keer weet te stuiten. De ex-Feyenoorder wint al zijn duels. „Ron Vlaar speelt goed, joh”, zegt een man met ‘Bier en tieten’ op zijn shirt. Ook Jordy Clasies goede spel wordt opgemerkt. Een paar jongens zingen: „Messi, Messi, breek je been!”

Het wordt verlenging. Er komen strafschoppen. Ook de beveiligers die steeds hun ogen op de menigte hebben gericht, verplaatsen zich om naar het scherm te kijken. Vlaar mag als eerste schieten. „Hij gaat missen, hij gaat missen”, zegt een man met een sigaar in zijn mond. Vlaar mist. „Je zag het aan zijn aanloop.” Messi legt aan. Die zit wel. Ook Sneijder mist zijn penalty. Als Dirk Kuijt de bal er rechts in schiet, wordt er gejuicht, maar iedereen weet dat het voorbij is als de volgende Argentijn raak schiet.

Dan gaat het eigenlijk heel snel. Het plein loopt gewoon leeg. Het blijft rustig. De ME staat nog gereed bij de uitgang die met dranghekken is afgezet. Een jongen trapt een paraplu kapot. Het water van de Hofpleinfontein kleurt nog steeds oranje. Niemand zal er deze avond in springen.