Het was de schuld van niemand

Volkshuisvesters vergaten hun taak, toezicht ontbrak en toen het misging was niemand verantwoordelijk. De Kamer is klaar met verhoren.

Het volkstribunaal is voorbij. De corporatiedirecteur en zijn Maserati. Het roekeloze gespeculeer met derivaten. De gigantische leningen waarmee waardeloze grond gekocht werd. Megalomane projecten van onbezonnen bestuurders. Politici en toezichthouders die niet ingrepen maar zelfs aanmoedigden. Het kwam allemaal aan bod tijdens de openbare verhoren voor de parlementaire enquête over woningcorporaties.

Gisteren was het laatste verhoor van de in totaal 57 gesprekken, die soms wel vier uur duurden. De enquête was er om, zoals commissievoorzitter Roland van Vliet (ex-PVV) bij aanvang van elk verhoor zei, „te ontdekken wat er is gebeurd, hoe het kon gebeuren en wie ervoor verantwoordelijk zijn”.

De verhoren legden een sector bloot met veel geld en vrijheid, die zijn opdracht, sociale volkshuisvesting, vergat. En een sector met zo veel half-verantwoordelijken dat alles wat misging, zo meenden veel van de verhoorden, in ieder geval niet hún schuld was.

De verhoren boden ook een treffend tijdsbeeld van twintig jaar waarin opeenvolgende kabinetten zich bewust terugtrokken uit de volkshuisvesting en wegkeken. Dat kon zolang de economie groeide; groei maskeerde foute investeringen en rechtvaardigde exorbitante beloningen en megalomane projecten. Tot de crisis toesloeg.

Piet Hein Donner, in 2010 en 2011 minister van Binnenlandse Zaken, was een van de velen die lieten weten dat het niet aan hem lag dat er van alles structureel mis was in de sector. Het was toch niet voor niets, zei hij, dat de overheid de sector in de jaren negentig „op afstand” had gezet. Een vorige enquête, over de hele woningbouwsector (1986-1988), ging „nu juist over de fraudes en problemen die ontstaan waren uit een veel te grote betrokkenheid van de overheid”. Waarmee Donner maar wilde zeggen: uw conclusies kunnen ook leiden tot een nieuwe parlementaire enquête.

Hoe kon het zo misgaan?

De liberale tijdgeest

De verzelfstandiging van de sector paste in de tijd. Opeenvolgende kabinetten (Lubbers, Paars, Balkenende) privatiseerden en liberaliseerden. Politici wilden niet langer dat „het departement de hoogte van het aanrecht” in elke woning bepaalde, zoals oud-staatssecretaris Johan Remkes (Volkshuisvesting, VVD) het omschreef. Corporaties moesten op eigen benen staan. Oud-minister Ella Vogelaar (PvdA) vatte het zo samen: „In de liberale tijdgeest riep de politiek tegen de corporaties: ‘U moet ondernemer worden, u moet gaan investeren en grootse dingen aanpakken!’ Een aantal mensen is op hol geslagen.”

Slecht toezicht

Natuurlijk: de individuele corporatiebestuurders zijn zelf verantwoordelijk voor de excessen. Maar die konden plaatsvinden in een systeem waarin sturing ontbrak en het toezicht geen tanden had, schetste hoogleraar woningmarkt Johan Conijn, die gisteren de openbare verhoren afsloot. Politici hadden een systeem gecreëerd waarin zelfregulering leidend was. Er was toezicht – van het Rijk, de financiële toezichthouder en gemeenten – maar geen ervan functioneerde.

Vallende kabinetten

Ook midden in de economische hausse waren er mensen die de gevaren zagen, maar doordat telkens andere bewindspersonen elkaar opvolgden, kwam het nooit tot wetgeving voor beter toezicht. Ook dat past in het tijdsbeeld: regeringen die vielen en steeds weer verkiezingen. Tien verschillende ministers en staatssecretarissen waren sinds het begin van deze eeuw verantwoordelijk voor de volkshuisvesting. Dat kwam het beleid niet ten goede. Marc Calon, voorzitter van branchevereniging Aedes, zei tijdens zijn verhoor: „De ene keer wilden we dit, de andere keer dat.”

Vastgoedbaronnen

Daar kwam bij dat de corporatiedirecteuren zich gingen meten met hun zakenvrienden in het vastgoed en bij de banken. Wie wil nou huurbaas zijn van mensen met weinig geld als je ook vastgoedontwikkelaar kunt spelen? En waarom zouden alleen bankiers miljoenen verdienen, als ze samen de corporaties volhingen met leningen en bijbehorende opties en derivaten? De corporatiedirecteuren wilden zelf ook de beloningen die hoorden bij het werk van banken en projectontwikkelaars – niet toevallig sectoren die we kennen van graaiende bankiers en frauderende vastgoedbaronnen.

Wordt het nu beter?

De schade wordt nu opgeruimd. De corporaties die wél deden wat ze moesten doen, betalen samen met hun huurders mee om debacles als die van Vestia te herstellen. Stef Blok (Wonen, VVD) komt nu met strakkere eisen aan toezicht en nevenactiviteiten. Daarmee zijn niet alle risico’s de wereld uit. Hoogleraar Conijn hoopt dat het parlement Bloks maatregelen toch zo snel mogelijk behandelt. Want: „Voor je het weet is er weer een kabinet gevallen.”