Column

Het voelde goed

Was ik maar een Duitser, dacht ik afgelopen nacht. Vaak in de finale en kampioen, veel geluk, altijd Kampfgeist (vroeger een tikkeltje te veel) en tegenwoordig zelfs mooi voetbal. Wat wil een mens nog meer? De ‘Hollandse school’? Maar wat betekent dat dan precies? Dat je in de hoogste klas altijd blijft zitten omdat je te veel last hebt van examenvrees?

Zoiets móet het haast wel zijn, ik heb het in ieder geval al te vaak meegemaakt. Ik geef toe dat mijn leeftijd mij hier een voorsprong (de enige ) geeft op jongere generaties. Daarom was ik sceptisch toen een vriend mij gisteren kort voor de wedstrijd vroeg: „Voelt het goed?”

Die vraag hoorde je overal, op straat, in de kroeg en in de media. Iedereen bleek zich wonderbaarlijk goed te voelen. Het was volgens mij zelfs nooit voorgekomen dat Nederlanders zich unaniem zó ontzettend goed voelden. Je was een lul, en een grote, als je er wat pips uitzag, daarom hield ik maar mijn mond. Zelfs onze voetbalanalisten voelden zich beter dan ooit. Ronald: „Ik heb er absoluut een goed gevoel over.” Youri: „Ik ook.” Kort voor de aftrap loeide Jack nog vanuit Brazilië naar de kijkers: „HET VOELT GOED!” Tegen die vriend, die ik wel kon vertrouwen, bekende ik: „Nee, ik voel me niet zo lekker. Ik heb al te veel narigheid met het Nederlands elftal meegemaakt. In de tijden van Lenstra en Wilkes verloren we nog van Luxemburg, en met Cruijff verloren we van Berti Vogts.”

„Dus we worden geen werelkampioen?” vroeg mijn vriend nog ongelovig. „Nee”, zei ik, „er is maar één land dat wereldkampioen mag en ook zal worden: Duitsland.” Ik meende het. Ook Duitsland heeft niet altijd goed gespeeld, maar alleen al op grond van die ongelofelijke overwinning op de Braziliaanse schoppers verdient het de wereldtitel.

Wat Duitsland daar deed was ongehoord op dit toernooi: het voetbalde. Dat wil zeggen: de spelers dreven de bal voortdurend eendrachtig naarvoren met het oogmerk hem tussen de palen van het vijandelijke doel te krijgen. Het is een kennelijk wat ouderwetse opvatting van het voetbalspel, want de andere landen, inclusief Nederland, deden vaak het tegenovergestelde: ze probeerden alleen maar te voorkomen dat de bal in hun eigen doel verdween.

Daardoor ontstonden weliswaar spannende, maar vaak ook lelijke en saaie wedstrijden, zoals afgelopen nacht. Al hadden Nederland en Argentinië nog de rest van het jaar op dat veld doorgebracht, een doelpunt zou er nooit zijn gevallen. Het ging niet meer om doelpunten, verdedigen was een doel op zichzelf geworden, een doel dat alle duffe middelen heiligde.

Daarbij had Nederland nog de pech dat zijn coach ten slotte toch ook maar een mens van vlees en bloed bleek die blunders kon maken. Wie zal het hem kwalijk nemen? De man had een middelmatige ploeg toch maar mooi in de halve finale geduwd. Jammer dat hij toen een complete offday kreeg.

Want waarom durfde hij nu opeens zijn bijzondere keeperwisseltruc niet meer aan? Omdat Van Persie zó moe was dat hij vervangen moest worden? Die was toch al moe vanaf zijn schitterende doelpunt in de eerste wedstrijd? Dit was het zoveelste toernooi waarop hij zijn status niet kon waarmaken. En waarom moest Ron Vlaar de eerste strafschop nemen, en niet een van de strafschopspecialisten uit de vorige wedstrijd?

In de ontgoocheling na afloop vergat Jack het hem te vragen. Jack voelde zich opeens niet meer zo goed.