Gooi als een meisje! (Hartstikke goed, dus)

Vraag veertienjarigen wat het betekent om een bal te gooien of te rennen ‘als een meisje’, en ze flapperen onmachtig met hun armen. Het is te zien in een Always-reclame dieviral ging. Een idioot vooroordeel dat de helft van de wereldbevolking beperkt, schrijft Renske de Greef.

In een groen verlichte ruimte waarin geen raam valt te bekennen, sta ik geklemd tussen een groep jonge Amerikanen en twee Aziatische meisjes die wollen mutsen dragen met kattenoren erop. Iedereen heeft een biertje in de hand en kijkt inspecterend naar de belletjes onder de schuimkraag – we zijn in de Heineken Experience, een soort pretpark, museum en lange reclamespot ineen, gevestigd in de oude Heinekenbrouwerij in Amsterdam. Het meisje achter de bar rondt haar verhaal af en vraagt dan geroutineerd aan de groep: „Wie houdt hier niet van bier? Niemand? Oké. Nou, meestal zijn het vrouwen die niet van bier houden. Dat komt omdat ze zó drinken, met hele kleine slokjes.” Het meisje illustreert dit door als een uitgedroogd vogeljong van haar biertje te nippen. „Maar dan proef je alleen de bittere schuimlaag. Daarom moet je bier altijd met grote slokken drinken. Als een man!” Ze neemt een triomfantelijke slok. „Nu mogen jullie allemaal beginnen, en onthoud: niet drinken als een meisje, drinken als een man!”

Terwijl de rest van de groep braaf een slok bier neemt, blijf ik naar het meisje kijken. Natuurlijk is mijn eerste neiging om naar haar toe te lopen en te vertellen over de bierdrinkende vrouwen die ík ken, over hoe die tijdens een avond uitgaan doen denken aan figuranten in een liederlijke Middeleeuwse feestscène, de één lamlendig hangend over de tafel of dansend met een onwillige cafékat, terwijl de ander een vurig betoog houdt op de bar met een omgekeerd bakje pinda’s op haar hoofd bij wijze van hoedje.

Toch weet ik dat het eigenlijk ergens anders om gaat. Niet om de vraag of vrouwen wel of niet van bier houden, of vrouwen wel of niet beestachtig kunnen drinken en of ik dat wel of niet kan bewijzen. Het gaat erom dat het meisje van de Heineken Experience met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid duidelijk maakt dat iets doen ‘als een meisje’ betekent: het niet goed doen.

Huilen door een Alwaysreclame

De dag daarvoor had ik een reclame gezien van Always waarbij ik had moeten huilen. Zie daar, de dag was aangebroken dat ik moest huilen door een maandverbandreclame en nee, dat kwam niet doordat ik heel erg ongesteld was en er in de reclame een puppy met zijn staart tussen een autodeur kwam. De reclame liet een studio zien waar steeds een jongen of meisje voor de camera kwam staan, waarna de regisseuse aan hen vroeg: „Kan je uitbeelden wat volgens jou ‘rennen als een meisje’ betekent?” Eerst zijn het jongens en meisjes van een jaar of veertien, vijftien. Ze laten hun armen bungelen en beginnen sloom en half huppelend te rennen, terwijl ze opmerkingen maken als ‘oh no, my hair!’ Als ze wordt gevraagd om te vechten als een meisje houden ze hun armen in een lullige T-Rex-stand waarna ze er krampachtig mee beginnen te flapperen, terwijl ‘een bal gooien als een meisje’ voor één jongen betekent dat hij de denkbeeldige bal nog voor het gooien per ongeluk op de grond laat vallen.

Daarna wordt hetzelfde gevraagd aan meisjes van een jaar of acht. Het verschil is ontroerend: zij vatten het op als een opdracht om hun uiterste best te doen. Zij rennen zo hard als ze kunnen, voeren ernstige karatetrappen uit en gooien met al hun kracht. Zij denken niet: ‘als een meisje, dus slecht’. Zij denken: ‘als een meisje, dus als mezelf’.

Je bent zwak, slap en inferieur

Natuurlijk, de reclame is goed gemaakt, compleet met doeltreffende, meeslepende muziek en soms iets te gelikte betogen. Maar de boodschap is helder en sterk: op een gegeven moment wordt het voor jongens en meisjes duidelijk dat iets doen ‘als een meisje’ een manier is om aan te duiden dat je het niet goed doet. Dat je zwak bent, slap, inferieur en belast met T-Rex-armpjes. Oftewel: je kunt mensen beledigen door simpelweg te refereren aan de sekse waar de helft van de wereld uit bestaat.

‘Maar vrouwen zíjn toch ook zwakker!’ is het veelgehoorde antwoord, waarna er liefkozend biceps worden geflext. En natuurlijk is dat waar: vraag mij niet om je wasmachine te verhuizen of je vader op te tillen, als beide dingen je lief zijn. Maar ik vermoed dat de verschillen kleiner zijn dan we vaak denken, omdat de omgeving waarin meisjes opgroeien ook een rol speelt. Een omgeving waarin meisjes bijvoorbeeld minder worden gestimuleerd om met een bal te gooien: het programma MythBusters onderzocht de hardnekkige notie dat er zoiets bestaat als ‘de bal gooien als een meisje’. En inderdaad, in hun testopstelling wierpen de jongens beter dan de meisjes: harder en met een betere techniek. Maar wanneer ze iedereen lieten gooien met hun ándere hand, hun niet-getrainde hand, was het verschil compleet verdwenen. Meisjes oefenden dus minder – wellicht omdat ‘playing catch’ niet zo snel wordt gezien als een bijzonder moeder-dochter-moment.

En in het geval van het bier is het ook duidelijk: vrouwen nemen heus niet kleinere slokjes omdat ze nou eenmaal zijn geboren met minder flexibele kaakspieren. Een deel van de vrouwen drinkt waarschijnlijk zo omdat ze ooit het idee hebben gekregen dat het niet ‘ladylike’ is om als een dorstige Labrador aan je glas te slobberen.

Beter in wiskunde onder een alias

Het zijn vooroordelen die daadwerkelijk effect kunnen gaan hebben op iemands resultaten: in een onderzoek werd aan jongens en meisjes gevraagd een wiskundetoets te maken. Van tevoren werd het vooroordeel dat mannen beter zijn in wiskunde nog eens herhaald. Sommigen moesten de test maken onder hun eigen naam, sommigen onder een alias. De meisjes die een alias gebruikten, deden de test beter – hun testscore was gelijk aan die van de mannen. Bij de mannen maakte het geen verschil of ze de test onder hun eigen naam deden of onder die van iemand anders.

Als we blijven herhalen dat iemand rent als een meisje of bier drinkt als een meisje, blijven we geloven dat dit nou eenmaal zo is. Meisjes zullen minder geneigd zijn om harder te rennen of een biertje te proberen. Bovendien geef je mensen de macht om naar iemand te wijzen en te zeggen: „Haha! Méísje!” – en daarvoor zijn er gewoon echt iets te veel X-chromosomen op de wereld.

Natuurlijk mogen we iemand best uitlachen als-ie iets onhandigs doet – jongen of meisje. Ik stel voor dat we in het vervolg iets kunnen verzuchten als: „Kom op, je gooit die bal als een T-Rex. Ietsje harder, alsjeblieft.”