Gemeenten: alle hoop op participerende burger

Participatiesamenleving hoofdmoot in lokaal beleid.

Burgers moeten meer zelf doen. Dat wordt de komende vier jaar het beleid in gemeenten, zo blijkt uit een analyse door deze krant van zestig coalitieakkoorden, waaronder die van de tien grootste steden.

Zonder uitzondering besteden de nieuwe colleges in hun akkoorden prominent aandacht aan wat zij zien als de veranderende verhouding tussen overheid en burger. „De mensen zelf zijn aan zet”, aldus het college van Urk. Zundert schrijft dat „iedere burger kan bijdragen”. En Groningen verlangt van de „Stadjers” dat zij „hun leven ter hand nemen en organiseren”.

Gemeenten vinden burgerparticipatie belangrijk omdat zij er vanaf 2015 zware taken bij krijgen – deze week ging de Eerste Kamer nog akkoord met decentralisatie van de langdurige zorg. De decentralisaties gaan gepaard met forse bezuinigingen. Daarom is vrijwillige burgerhulp welkom.

Uit de akkoorden blijkt dat gemeenten op die hulp rekenen. Net als premier Rutte vinden ze: de participatiesamenleving bestaat al, de gemeente hoeft alleen maar aan te haken en aan te moedigen. Breda trekt jaarlijks een miljoen euro uit voor „wijkinitiatieven” als stadslandbouw. Zoetermeer opent een „participatiecentrum” van waaruit werklozen voor wijkbewoners „kleine klussen in en om het huis” verrichten. Gemeenten betrekken burgers ook bij het bestuur. Hagenaren krijgen meer „zeggenschap” over „prioriteiten” in de eigen wijk, Rotterdammers mogen zitting nemen in een „burgerjury” die het stadsbeleid beoordeelt.

De vraag is of burgers echt klaar zijn voor de maatschappelijke betrokkenheid die gemeenten van hen vergen. Directeur Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau schreef vorige maand dat de verwachtingen over vooral mantelzorg worden overschat: buren hebben lang niet altijd zin om te helpen, zijn zelf vaak oud. En kinderen wonen ver weg en hebben drukke banen.

Van die scepsis is in de lokale akkoorden nauwelijks sprake. Voor twijfel hebben gemeenten ook weinig ruimte, met de crisisjaren achter zich en grote bezuinigingen in aantocht. Zoals Utrecht schrijft: „De gemeente kan niet meer vanzelfsprekend alles voor de bewoners regelen en financieren omdat de gemeente minder geld tot haar beschikking heeft.” Nijmegen hoopt niet alleen dat inwoners „hun eigen omgeving” willen „onderhouden”, maar boekt alvast een bezuiniging op groenonderhoud in die oploopt tot jaarlijks 800.000 euro vanaf 2016.