Dronken voor de stier uit rennen

De vele stevig drinkende buitenlanders, aangetrokken door Hemingway, ontsieren een oude traditie.

Deze week rennen iedere ochtend om acht uur vechtstieren door de straten van Pamplona. Voor sommigen gaat dit traditionele feest met veel drank gepaard. Het startschot is zondag gegeven, toen mensen elkaar met van alles bekogelden. Foto’s EPA

Zodra de laatste stier de hoek om is, stuiven de drie kleinkinderen van Maria Juana Torres naar de televisie. Vanaf het balkon heeft de familie net de kudde stieren en de massa mensen door de straat zien razen. Hoe deze ren door het centrum van Pamplona verder afloopt, gaan ze nu rechtstreeks volgen op tv. Stuiterend op de bank geven de kleuters commentaar bij alle spectaculaire botsingen tussen mens en dier, de chaotische valpartijen en nipte ontsnappingen.

Sinds maandag houdt Pamplona weer, acht ochtenden op rij, zijn wereldberoemde stierenrennen. Een traditie die elke inwoner van de Noord-Spaanse stad met de paplepel meekrijgt, als onderdeel van het feest voor patroonheilige San Fermín.

In meer Spaanse dorpen en steden worden stieren waarmee later op de dag gevochten wordt, op deze wijze van kraal naar arena geleid. Maar in Pamplona oogt het parcours van deze encierro (insluiting) spectaculair. En dankzij Ernest Hemingways novelle ‘Fiesta: The Sun Also Rises’ is het uitgegroeid tot een mondiaal evenement. Een ‘massificatie’, zo klagen veel pamploneses, die hun feest een heel ander karakter geeft.

Hemingways klassieker uit 1926 wekt nog steeds veel belangstelling. Vooral Amerikanen komen naar San Fermín in het spoor van hun landgenoot, al heeft de Nobelprijswinnaar zelf nimmer meegelopen. Maar ook Engelsen, Italianen, Fransen, Australiërs en Japanners. Touroperators bieden pakketreizen aan met ‘running with the bulls’ als hoogtepunt.

„Dit staat nummer drie op mijn bucket list”, legt de zestiger Mike McCreigh uit, verwijzend naar de lijst met dingen die iemand voor zijn dood nog wil doen. Het is iets voor zeven uur ’s ochtends en de Texaan staat, in hawaïbloes en met een witte rancherhoed op, met een dozijn landgenoten binnen het parcours. Zijn reisgenoten zullen veilig toekijken vanaf een balkon, maar McCreigh wil mee gaan lopen. „Ik ben opgegroeid op een ranch, ik weet heus wel wat een stier is.”

Gevraagd hoe hij zich heeft voorbereid, antwoordt hij: „Door te bidden.” Verder heeft hij YouTube-filmpjes bekeken. Daarom staat hij op deze gevaarlijke plek, de scherpe bocht naar de Estafeta-straat. „Ik wil de bocht des doods overleven.”

Hij had geoefend op een jonge stier. Zijn vrouw Sheela laat het filmpje zien op haar telefoon: McCreigh doet de muleta, de paarse stierenvechterlap, om als cape, stapt de arena in en wordt meteen ondersteboven gelopen door de aanstormende stier.

Zoals hij zijn er meer spanningzoekers, met vaak weinig ervaring. Vorig jaar was de helft van de renners buitenlander en liep 56 procent voor het eerst mee. Slechts 23 procent zag zichzelf als geoefend loper en 10 procent gaf aan de gevaren en regels te kennen. En 21 procent had de nacht ervoor niet geslapen.

De Sanfermines zijn veel meer dan stierenrennen. Ze gelden zelfs in het feestgekke Spanje als zeer intens. De rest van het jaar is het relatief rijke Pamplona – 200.000 inwoners en hoofdstad van het voormalige koninkrijk Navarra – een gesloten, behoudende gemeenschap. De aartsconservatieve en invloedrijke katholieke lekenbeweging Opus Dei heeft er haar prestigieuze universiteit. Juist dit conservatisme maakt een uitlaatklep nodig.

Op de ochtend van zondag (6 juli, de naamdag van San Fermín) is de stad al vroeg vergeven van de mensen. Iedereen gaat gekleed in het wit en met een rode sjaal. Die maagdelijke kleur houden ze niet lang. Na de chupinazo, het officiële startschot op het middaguur, neemt iedereen elkaar onder vuur met wijn, bier, cava, eieren, meel en water. De jongeren drinken op straat sangria en kalimotxo (cola met wijn) uit literflessen of gemikt in emmers. Wie iets ouder is, gaat cava en bier drinken in een van de vele kroegen.

De guiris, zoals de buitenlanders in de volksmond heten, en de lokale inwoners botsen wel tegen elkaar in de drukke straten, maar ze mengen amper. Het zijn twee parallelle werelden.

De guiris feesten vooral op en rond het stadhuisplein. Jonge mannen nemen meisjes op de schouders, die hun doorweekte T-shirts omhoog trekken om met hun blote borsten een drankdouche uit te lokken. Verderop wordt van een 3 meter hoge fontein in de menigte gesprongen – een door Australiërs geïntroduceerd gebruik.

De pamploneses trekken op met hun caudrilla, een vaste groep jeugdvrienden. Ze gaan na de eerste biertjes en glazen cava ergens stevig lunchen en hervatten hun kroegentocht. Tot ze het genoeg vinden. Wie de volgende dag gaat rennen, gaat vóór middernacht naar bed en drinkt niet te veel. Vooral de oudere generatie wil overdag kunnen genieten van de processies, de poppenoptocht en andere festiviteiten.

Volgens Mikel Donlo, actief in de federatie van peñas (feestverenigingen), zijn de buitenstaanders welkom. „Maar we moeten oppassen dat ze de encierro niet verpesten. Dat dreigt nu wel.” Iedereen boven de 18 kan rennen, zo lang hij maar vóór half acht op het parcours staat en niet straalbezopen is. De politie let op, maar kan niet iedereen een blaastest afnemen. Sinds 1910, toen er voor het eerst officieel werd geteld, vielen er zestien doden.

De peñas pleiten niet voor het limiteren van het aantal renners, wel voor veel betere voorlichting. Donlo: „Het enige wat de gemeente doet is de boetes verhogen voor overtreding van het reglement.” Het stadsbestuur wil de buitenlanders niet afschrikken: de één miljoen bezoekers geven honderd miljoen euro uit in de stad.

Het reglement is aangescherpt, nadat vorig jaar bij de arena een gevaarlijke opstopping van renners plaatshad. Door een wonder vielen ‘slechts’ een paar gewonden. De laatste dode tijdens de rennen viel in 2009: dat was een ervaren Spaanse renner. De een-na-laatste dode was een Amerikaan, die weer opstond nadat hij viel en daarna door een stier gespietst.

Javier Solano, oud-renner en commentator op staatszender TVE, waarschuwt al jaren dat „er op een dag een gigantisch incident gebeurt en dan verliezen we de encierro”. Die vrees uit ook Paco, met zijn vrienden op kroegentocht. „Bij die laatste dode brak al een debat uit. Wat als er een keer zes doden op één dag vallen?”

Volgens Pedro Charro dreigt het feest zijn „ziel te verliezen”. In zijn vorige maand uitgegeven boekje Fin de Fiesta beschrijft deze rechtenprofessor en columnist van de lokale krant hoe meerennen eeuwenlang als traditie werd overgegeven van vader op zoon. Een initiatieritueel, een sacrale ervaring.

Maar in een steeds minder fatalistische en katholieke samenleving die vermijdbare risico’s wil uitsluiten, haakt de jeugd af. De buitenlanders raken daardoor in de meerderheid. Dit uit zich ook in een tanende populariteit van de corrida, het stierengevecht zelf. „Maar de encierro heeft alleen bestaansrecht als methode om de stieren naar de arena te brengen. Wat als ze daar niet meer heen hoeven?”

Miguel Ángel Eguiluz is dat niet met hem eens. Hij gold decennia als een van de meest getalenteerde renners in het parcours. Vijf jaar geleden hield hij er mee op, maar de podoloog is nog steeds een bekendheid in de stad. „In de encierro komt alles samen. Het is heel gewelddadig, maar er is ook heel veel schoonheid.”

Daarnaast is de ren voor de stier ongevaarlijk. In tegenstelling tot de corrida, die een zekere dood inluidt, is bij het rennen nog nooit een stier omgekomen. „De corrida zal misschien ooit verboden worden. Maar de encierro als fundament kan blijven bestaan. Dit overleeft al zeker zes eeuwen. Dat zal wel om een reden zijn.”