Boos op Duitsland? Nee, op Dilma

Hoe reageert een voetbalgekke natie die voor de ogen van de wereld voor gek is gezet? Brazilië was gisteren in rouw.Maar de woede richt zich ook op president Dilma Rousseff, die het WK naar Brazilië haalde.

Foto EPA

Het was geen nachtmerrie. De volgende dag herhaalden alle televisies, in cafés op iedere straathoek, in restaurants en in de metro, eindeloos de doelpunten. Als een zelfkwellende bevestiging dat Brazilië echt met 7-1 van Duitsland had verloren. Het grootste verlies in de geschiedenis van het Braziliaanse voetbal.

Vooraf had niemand zien aankomen dat het zó pijnlijk zou worden op de grasmat in Belo Horizonte. De stemming in het stadion zat er juist goed in. Mensen joelden, zongen, dansten.

Al in het eerste half uur raakte Brazilië op een achterstand van 5-0, maar reeds na het eerste doelpunt knakte het elftal voor de ogen van tienduizenden supporters. „We raakten in paniek en toen ging alles mis voor ons team”, zei bondscoach Felipe Scolari, die later sprak over „de ergste dag uit mijn leven”. Scolari diende gisteren zijn ontslag in.

‘We zijn gereduceerd tot stof’

Brazilianen koppelden het trauma – want dat is het – direct aan een eerder WK-trauma, dat Brazilië opliep in 1950: het Maracanazo. In het Maracanã-stadion in Rio de Janeiro verloor Brazilië toen de WK-finale van Uruguay met 2-1. Het trauma van dinsdag kreeg direct eenzelfde naam: het Mineirazo, naar het stadion waar het gebeurde. Het Estádio Mineirão.

De commentaren lieten geen ruimte voor twijfel. Volgens de invloedrijke Braziliaanse sportcommentator Juca Kfouri is het ‘Braziliaanse voetbal gereduceerd tot stof’.

De vraag is nu: heeft deze grootste nederlaag uit de geschiedenis ook politieke en economische gevolgen? Na een roerig jaar, waarin Brazilianen massaal de straat opgingen uit onvrede over het feit dat de regering wél geld uittrok voor een voetbaltoernooi, terwijl onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur slecht zijn, is dat geen ondenkbaar scenario.

En dat terwijl president Dilma Rousseff haar dalende populariteit juist weer zag stijgen tijdens het toernooi. Want tot de grote catastrofe verliep het toernooi soepel en bleven stakingen en protesten uit. Supporters waren tevreden, de wedstrijden waren goed. Afgelopen maandag zegde de president zelfs toe de beker uit te reiken aan de winnaar zondag na de finale. Uit vrees uitgejouwd te worden, zag ze daar eerder vanaf.

Maar dinsdag in het stadion keerde het publiek zich opnieuw tegen de president, zoals dat ook tijdens de openingswedstrijd in São Paulo was gebeurd. „Hee Dilma”, riepen de supporters, „vai tomar no cu” (dat betekent: go fuck yourself).

Na afloop van de wedstrijd was Rousseff er daarom als de kippen bij om haar medeleven te betuigen. ‘Zoals alle Brazilianen ben ik heel, heel verdrietig door dit verlies’, schreef ze op Twitter.

Slaat de vlam opnieuw in de pan?

Het is nog te vroeg om over de consequenties te spreken. Hoewel de maatschappelijke onvrede in Brazilië niet weg is (basisvoorzieningen blijven slecht) bleef het na het debacle rustig in Brazilië. In São Paulo werden bussen in brand gestoken. In Belo Horizonte leidde een verbrande Braziliaanse vlag tot politieoptreden. In Rio de Janeiro regende het na de wedstrijd zo hard dat iedereen naar binnen vluchtte.

De grootste zorg van de regering momenteel is dat de vlam niet opnieuw in de pan slaat. In São Paulo zeiden activisten dat ze, na het treuren over de uitschakeling van het Braziliaanse team, de nederlaag zullen gebruiken om hun kritische blik op het WK opnieuw te benadrukken. „Geen twijfel mogelijk dat de protesten een hogere opkomst zullen hebben”, zei een activist tegen een Braziliaanse krant. „Het laat zien dat we het vanaf het begin bij het juiste eind hadden.” Vandaag staan nieuwe protesten gepland.

Op straat is er van onrust niets te merken. Opvallend is vooral de waardigheid waarmee Brazilianen hun verlies dragen. „We moeten verder”, zei een tienermeisje serieus, terwijl ze na de wedstrijd een biertje opentrok op een centraal plein in Belo Horizonte. „Het WK is nog niet voorbij en we moeten niet alleen een goede winnaar kunnen zijn.” Ze nam een grote slok. „Maar ook een goede verliezer.”