Bedrijven spannen zich niet in voor gehandicapten

In de horeca is de bereidheid om arbeidsgehandicapten in dienst te nemen het kleinst, blijkt uit UWV-onderzoek.

Ruim de helft van de bedrijven zonder arbeidsgehandicapten in dienst, is niet bereid extra maatregelen te treffen om werkplekken te scheppen. Dat blijkt uit een enquête van uitkeringsinstantie UWV onder bijna 5.000 werkgevers, waarvan de resultaten vandaag zijn gepubliceerd.

Als de nieuwe quotumwet wordt aangenomen, moeten bedrijven arbeidsgehandicapten in dienst nemen op straffe van 5.000 euro boete voor iedere niet ingevulde werkplek. In het sociaal akkoord hebben overheid en werkgevers toegezegd om de komende jaren 125.000 arbeidsgehandicapten aan passend werk te helpen. De sociale werkplaatsen, waar een deel van deze groep nu werkt, worden gesloten.

Voorzitter Hans de Boer werkgeversvereniging VNO-NCW noemde de quotumwet in deze krant onlangs „chantage”. De Boer zegt dat er alleen banen voor arbeidsgehandicapten kunnen komen als de overheid zich meer inspant voor economische groei en werkgelegenheid.

De quotumwet, die na de zomer in de Tweede Kamer wordt behandeld, zou gelden voor bedrijven met 25 of meer werknemers. Van de middelgrote bedrijven (20 tot 100 werknemers) uit de UWV-enquête heeft 55 procent nog geen arbeidsgehandicapten in dienst. Bij de grote bedrijven met meer dan honderd werknemers gaat het om 15 procent.

Van deze bedrijven is 56 procent niet bereid extra maatregelen te treffen en 9 procent weet het niet. Ruim eenderde, 35 procent, is wel bereid om zich extra in te spannen voor werkplekken.

Om arbeidsgehandicapten in dienst te kunnen nemen, zijn extra maatregelen wel vaak nodig, zegt het UWV. Het gaat bijvoorbeeld om het bedenken van nieuwe functies, het aanpassen van de werkplek of extra werkbegeleiding.

De bereidheid blijkt het grootst in het openbaar bestuur en de sectoren communicatie en informatie, onderwijs, zorg en welzijn en in de groothandel. De bereidheid is het kleinst in de horeca. Verder zijn grote bedrijven meer bereid om gehandicapten op te nemen dan kleine bedrijven.

Het UWV signaleert dat langdurig zieken een vergeten groep op de arbeidsmarkt dreigen te worden. Tijdens de crisis is het voor deze groep mensen moeilijker geworden om werk te vinden, staat in het vandaag verschenen onderzoeksverslag. Tegelijkertijd vallen langdurig zieken buiten de baangaranties voor 125.000 arbeidsgehandicapten.

Deze groep langdurig zieken bestaat uit 44.000 werklozen die meer dan negen maanden uitgeschakeld waren. Het gaat om WW’ers die ziek werden, uitzendkrachten en mensen die ziek waren aan het eind van hun contract. Het aantal mensen dat weer een volledige baan of een deeltijdbaan vond, daalde tijdens de crisis van 19 naar 12 procent.

Maar ook langdurig zieken mét een dienstverband hebben minder kans op een baan. De groep die na herstel bij hun werkgever of elders werk vond daalde van 72 naar 66 procent.

Na twee jaar ziekteverlof mogen werkgevers een werknemer ontslaan. Het aantal langdurig zieke werklozen dat na die periode een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) aanvroeg bij het UWV, steeg tijdens de crisis van 54 naar 64 procent. Maar het UWV heeft meer aanvragen afgewezen, waardoor meer langdurig zieken in de WW terecht kwamen of op hun spaargeld waren aangewezen.

„De participatie van alle mensen met een arbeidsbeperking is de afgelopen jaren flink gedaald”, zegt Anneke van der Giezen, hoofd van het kenniscentrum van het UWV. „Willen we die trend keren, dan moet de economie aantrekken en moeten er meer banen komen. Oók voor de mensen met een arbeidsbeperking die buiten de baangaranties vallen.”