‘73 procent Nederlandse moslims steunt jihad’

Dit zei PVV-Kamerlid Machiel de Graaf in een Kamerdebat vorige week

illustratie Robin Héman

De aanleiding

In het Kamerdebat over de participatiesamenleving vorige week woensdag hield PVV-Kamerlid Machiel de Graaf zich niet helemaal aan het thema. We moeten ons zorgen maken over het kalifaat in Irak. Dat was dichterbij dan we dachten: „De jihad wordt gesteund door 73 procent van de Nederlandse moslims”. Wij vroegen ons af waar dit cijfer vandaan kwam.

Waar is het op gebaseerd?

Op de website van de PVV vinden we Kamervragen van Geert Wilders en Joram van Klaveren uit mei 2013. Die vragen gingen over het feit dat ‘bijna driekwart van de moslims jihadgangers richting Syrië als helden ziet’ – een nieuwtje dat ze uit de Volkskrant hadden gehaald. Het nieuws was gebaseerd op een rapport van onderzoeksbureau Motivaction uit mei 2013, dat de houding van Nederlandse moslims ten opzichte van Syriëgangers had onderzocht. In dit rapport stond: ‘73 procent van de Nederlandse moslims is het ermee eens dat Nederlandse moslims die in Syrië meevechten helden zijn.’

En, klopt het?

Ten eerste: het is in de uitspraak van De Graaf niet duidelijk wat hij precies bedoelt met de term ‘jihad’. Waarschijnlijk hanteert De Graaf dezelfde definitie als Motivaction: ‘de heilige strijd voor de normen en waarden van de islam’. Nog steeds is dit een vage term: gaat het om gewapende strijd? En waar dan? In het Nederlandse debat wordt jihad de laatste tijd in verband gebracht met het daadwerkelijke strijden tegen ongelovigen of andersgelovigen in de Arabische wereld, dus laten we het begrip zo definiëren.

Dan nu naar het rapport waarop De Graaf zich baseert. Als we het lezen, blijkt dat er drie dingen mankeren aan de uitspraak van De Graaf.

Ten eerste gaat het onderzoek niet over alle Nederlandse moslims: alleen Turkse en Marokkaanse moslims zijn ondervraagd, ‘omdat de Turkse en Marokkaanse Nederlanders de grootste moslimgemeenschap vormen in Nederland’. Ook deden alleen moslims tussen de 18 en 60 jaar mee. Het onderzoek is dus niet representatief voor de hele Nederlandse moslimgemeenschap.

Het tweede mankement is belangrijker: Motivaction geeft expliciet aan dat het vechten in Syrië voor de helft van de ondervraagde moslims geen onderdeel is van de jihad. ‘Blijkbaar zien zij het meer als strijden voor gerechtigheid’, aldus het onderzoeksbureau. Het overgrote deel van de Nederlandse moslims maakte zich kwaad over de wandaden van het regime-Assad. Zij vonden dat de Syriëgangers deden wat de VN nalieten.

Belangrijk is verder dat de strijd tegen Assad een jaar geleden nog een ander karakter had dan nu: de salafistische beweging (ISIS, Jabhat al-Nusra) was minder dominant binnen de opstand. Daarbij, zegt hoogleraar conflict en veiligheid Beatrice de Graaf, speelde het thema Syriëgangers een jaar geleden veel minder. „Je zou dat onderzoek grootschaliger, met betere methoden, nu nog eens moeten toepassen”, zegt ze.

Op basis van het Motivaction-onderzoek kun je dus niet concluderen dat 73 procent van de Nederlandse moslims de jihad steunt. Vanwege de breedte van het begrip ‘jihad’ is het moeilijk te bepalen welk percentage dan wél klopt. De woordvoerder van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding zegt hierover geen cijfers te kennen.

Uit een onderzoek van de AIVD dat vorige week verscheen bleek dat er ongeveer 3.000 Europese jihadgangers zijn. Uit Nederland zijn 130 jihadgangers naar Syrië gegaan. Maar in dit rapport staat niet hoe groot de steun is onder Nederlandse moslims voor de jihad.

Conclusie

In het Motivaction-onderzoek waarop Machiel de Graaf zich baseert, staat dat 73 procent van de Nederlandse moslims Syriëgangers als helden ziet. Dit onderzoek was niet representatief voor de hele Nederlandse moslimgemeenschap, en gaf bovendien zelf aan dat de strijd in Syrië voor de helft van de moslims geen onderdeel was van de jihad. Daarnaast is het onderzoek een jaar oud en is de situatie in Syrië inmiddels veranderd. Andere cijfers over de steun voor de jihad onder Nederlandse moslims hebben we niet kunnen vinden. We beoordelen de uitspraak daarom als ongefundeerd.