Zoveel mogelijk schilderen, voor ik eraan ga

Kunstschilder en fotograaf Peter Klashorst (57) is niet alleen bekend geworden om zijn vele (naakt)portretten van vrouwen. Ook om zijn losbandige levensstijl.In januari kreeg hij de diagnose aids.

Peter Klashorst in 2012 met een model in Phnom Penh, Cambodja. Foto Michael Klinkhamer

Peter Klashorst, net terug uit Cambodja, is tijdelijk in Amersfoort. Met recent werk staat hij in het Rietveld Paviljoen. De lichte expositieruimte is daardoor een uitbarsting van felle kleuren en emoties. Zelfportretten, Christusbeelden en doodshoofden, maar ook expressieve schilderijen van Willem-Alexander of Winnie the Pooh. Ook is er Cambodjaans werk, vers uit hoofdstad Phnom Penh: genocideslachtoffers worden weer tot leven gewekt in portretten met fluorescerende, golvende penseelstreken. En nog steeds veel naakte vrouwen.

Middenin de expositieruimte staat Klashorst tussen tientallen A4’tjes. Dansend op de vloer gooit hij in blauwe blouse en boxershort met klodders verf. Zijn blote benen en voeten zijn bedekt onder tientallen kleuren. Als hij loopt, laat hij kleine verfspoortjes na. Slapen doet hij ook in het Paviljoen. Onder zijn grote doeken ligt een versleten matrasje, zonder kussensloop.

Open en eerlijk praten over aids

Klashorst zegt nog niet te beseffen dat hij aids heeft. Open en eerlijk vertelt hij over zijn ziekte, in relaxte kleermakerszit. In december vorig jaar kreeg hij koorts. Waarom wist hij niet. Hiv-positief, bleek. „Ik lag in een Thais ziekenhuis. Ze sloten de ramen uit angst dat ik zelfmoord pleegde. Ik had niet echt door wat er aan de hand was.” De diagnose verbluft hem. „Ik zat in een vaste relatie toen ik dat te horen kreeg. Ik heb de theorie dat als je maar met zoveel mogelijk mensen per dag slaapt, de kans kleiner is dat je aids krijgt. Dus ik snapte niet dat ik ziek werd.” De kans kleiner? Eerder groter, toch? Nadenkend over hoe het anders te verwoorden, pakt hij een krijtje. Hij schetst wat grove lijnen op papier. Dan wijst hij naar mijn neus. „Jij bent verkouden toch?” Een beetje, ja. „Als ik nu voortdurend bij jou in de buurt ben, is de kans groot dat ik ook ziek word. Wisselende contacten zie je vaak maar kort, dus dan kun je minder snel besmet raken.”

Hij is een kamikazepiloot

Sinds de diagnose heeft hij geen ziekteverschijnselen. Elke dag zou hij medicijnen moeten nemen, maar dat doet hij niet. Bij een Amsterdams ziekenhuis kan hij een herstelprogramma van zes maanden volgen, met observaties en medicatie om zijn afweersysteem te versterken. Schouderophalend en met een brede lach zegt hij dat hij liever gaat schilderen in Kenia, zijn nieuwste idee. „Ik kan kiezen tussen het moment of de toekomst. Dat vind ik belangrijker dan die pillen. Maar ik heb zin om naar Afrika te gaan, dus doe ik dat. Ik ben een soort kamikazepiloot: de toekomst interesseert me niet.”

Zijn ziekte is een motivatie om nog meer te schilderen. Gisteren zo’n zestig werken in één nacht. De vloer in het Paviljoen ligt bezaaid met portretten van doodskoppen. Lege, grijze schedels. „Die schedels zijn een spiegelbeeld”. Hij grijpt naar zijn kale hoofd. „Nu ben ik geconfronteerd met mijn eigen sterfelijkheid. Vroeg of laat ga je eraan. Mijn dagen zijn geteld. Ik probeer zoveel mogelijk te schilderen voordat het zover is.”

Ook nam Klashorst afscheid van zijn ontelbare nachtelijke escapades. Vorige week zoende hij een meisje in een nachtclub, vertelt hij. „Zo’n keurig mooi, lief Europees studentje.” Hij lacht ondeugend. „Ondanks dat ik dronken was, bracht ik haar keurig terug naar haar hotel. Normaal gesproken was ik met haar naar bed gegaan. Nu niet. Als ik haar vertel dat ik hiv-positief ben, wordt het meteen heel zwaar.” Hij kijkt naar de grond. „Dat is een enorm verschil met hoe ik eerst leefde. Dus aids verdiept mijn leven ook wel.”

Schildergodin

Hoe nu verder? Zolang Klashorst een reden heeft om te schilderen, kan hij werken. Die reden vindt hij in een vrouwelijke muze, een inspiratiebron van wie hij denkt dat hij niet zonder kan. Zijn huidige schildergodin is een Cambodjaanse, Channa. „Ik denk dat elke man een reden nodig heeft om te doen wat hij doet. In wezen is schilderen een zinloze bezigheid. Dus ik moet wel ergens voor kunnen schilderen. En dat is zij. Als ik ’s ochtends wakker wordt en ik lig naast haar dan denk ik: Jezus wat een goddelijk schepsel. Dan wil ik een poging wagen om net als God iets op het platte vlak te creëren. Dat is zo mooi, alles klopt en past in elkaar op de wereld. Ik weet niet of er een Opperwezen bestaat, maar zo’n meisje is een soort culminatie van dat geluksgevoel.”

Om zijn muze en modellen te behouden zal hij alles doen. Geen bedrag is hem te hoog. Überhaupt niet, als het om zijn werk gaat. Massa’s geld geeft hij uit, maar niet aan zichzelf. Hij loopt al jarenlang in dezelfde broek en neemt genoegen met een loempia als avondeten. Hij vliegt businessclass, maar alleen als hij na aankomst aan het werk moet. „Als ik een mooie vrouw zie, wil ik haar schilderen. Maakt niet uit wat het kost. Ze stellen vaak eisen, zoals de nieuwste iPhone. Vorige maand kocht ik twintig telefoons voor al die vrouwen. Of neem mijn muze, die gokverslaafd is. Dat kost dan heel veel geld.” Maar houd je daardoor niet die verslaving in stand? „Ja dat wel, maar ik ben natuurlijk ook verslaafd, aan het schilderen. Dat zijn afwegingen die je moet maken.” Alsof je het over de duivel hebt, belt mevrouw muze herself. Even kletsen. En een fotootje van de journaliste opsturen. Dat vindt ze leuk.

De ultieme paradox

De hamvraag is nu: waarom is kunst zo belangrijk voor Klashorst? „Ik wil mijn eigen leven leiden. Ik ga me niet aanpassen. Kunst is belangrijker dan die pillen. En als ik voor een schilderij de gevangenis in moet, dan doe ik dat.” Een tijdje gaf hij les op de Gerrit Rietveld Academie, maar dat hield hij niet vol. „Ik heb er veel moeite mee als ik ’s avonds weet dat ik ’s morgens ergens om half negen moet zijn.”

Ook heeft hij impulsen nodig, zoals de daad van het schilderen. „Het gaat in het schilderen om de beweging, alles loslaten. Ik wil in mijn werk een verhaal vertellen en tegelijkertijd het woeste en wilde laten zien van alle rare, chemische processen die zich in mijn hoofd afspelen, die zich dan uiten in bewegingen van een kwast die over dat doek heen knalt. Dat soort prikkels moet ik hebben. Heel veel mensen begrijpen niet waar ik mee bezig ben, maar ja, dit is het dus.”

Eigenlijk ben je dus heel impulsief en dat drijft je? „Ja, het gaat om nu. Nu wil ik schilderen. Mijn kunst is een tastbaar dagboek. Een bewijs van je bestaan. Ik hoop dat andere mensen positieve energie krijgen van mijn werk. Ik wil hun de wil om te leven overbrengen.” Is dat geen ultieme paradox: je levenswil aan anderen overdragen met kunst, maar niet bereid zijn voor je eigen leven te vechten? „Kunst maken is belangrijker dan bang zijn voor de gevolgen van het creëren van die kunst. Als ik moet doodgaan voor de kunst dan doe ik dat. Dat is het offer dat ik wil brengen.”