‘Showbizzmoord’ wordt na dertig jaar opnieuw bekeken

Martien Hunnik werd voor de moord op een platenbaas veroordeeld. Ten onrechte, zegt hij. Nu is herziening nabij.

Platenproducer Bart van de Laar (rechts) op het Nationaal Songfestival in 1981, met winnares Linda Williams en componist Cees de Wit. foto ANP

Advocaat-generaal Aben van de Hoge Raad heeft gisteren de herziening gelast van het oordeel tegen Martien Hunnik, die in 1984 werd veroordeeld voor de moord op platenproducer Bart van de Laar. Hunnik kreeg twee jaar en tbs voor het plegen van deze ‘showbizzmoord’. Hij zat uiteindelijk acht jaar in detentie.

Van de Laar werd op 10 november 1981 met een schotwond in z’n hoofd aangetroffen in zijn woning in Hilversum. Hij overleed hieraan drie dagen later. Hunnik werd twee jaar na de moord gearresteerd en bekende aan de politie dat hij Van de Laar, met wie hij een kortstondige seksuele relatie had gehad, gedood had. Hij trok zijn bekentenis later in.

Op verzoek van Hunniks advocaten is opnieuw onderzoek gedaan naar de moord. Het nieuwe feitenonderzoek heeft geen enkele bevestiging opgeleverd van de bekentenis van de veroordeelde, zo maakte de advocaat-generaal gisteren bekend, terwijl de twijfels over het waarheidsgehalte ervan zijn vergroot. „Op basis van de verklaringen van twee getuigen is nu het ernstige vermoeden gerezen dat anderen dan Hunnik verantwoordelijk zijn voor de dood van Bart van de Laar. Volgens deze twee getuigen werd hij gedood door twee bekenden van hem, in opdracht van een zakenpartner.”

Hunnik deed in 2005 uitgebreid zijn verhaal in deze krant. Hij was tijdens de verhoren zwaar onder druk gezet door de politie, zei hij. „De ene rechercheur, een grote grijsaard, kwam heel intimiderend over. Zei dat ik niet mocht roken. En dan weer wel. En dan weer niet. Die andere deed lief en dan schopte de eerste weer bijna de poten onder mijn stoel vandaan.”

Hunnik had indertijd psychische problemen, zei hij. Maar hij wist zeker dat hij de daad niet had gepleegd. „Zelf heb ik nooit getwijfeld of ik het had gedaan. Ik was geen borderliner, dan weet je niet meer wat wel en wat niet waar is. Ik was een fantast. Ik verzon van alles, maar was me daar altijd van bewust.”

Het misdrijf is inmiddels verjaard en de drie mensen die in de nieuwe verklaringen van de getuigen worden genoemd, kunnen niet meer worden vervolgd. Een van hen is al overleden. De Hoge Raad zal nu over de vordering van de advocaat-generaal moeten beslissen. De uitspraak staat gepland voor 16 december.