Robben komt in Messi zijn gelijke tegen

Arjen Robben staat bovenaan de apenrots van Oranje, net onder Louis van Gaal. In Lionel Messi treft hij een concurrent voor beste speler van het WK.

Voor het eerst dit toernooi krijgt Arjen Robben te maken met een gelijke. Spanje, Australië, Chili, Mexico en Costa Rica – tegenstanders van Oranje op weg naar de halve finale – hadden geen speler zoals hij, een voetballer van de buitencategorie. Geen Lionel Messi.

De halve finale tegen Argentinië is uiteraard ook het affiche Robben versus Messi. Zet ze tegen elkaar af en de Nederlander doet alleen onder in doelpunten: drie versus vier voor Messi. Robben schoot van de zeventien schoten maar één keer níet op doel. Messi schoot net zo vaak maar daarvan ging maar de helft op doel. Robben was met een topsnelheid van 31,6 km/uur iets sneller dan Messi, met 29,6 km/uur. Voor wat het waard is. Robben liep al 55,4 kilometer, Messi pas 41,4.

Kijk Robben nu, nog steeds topfit. Zelfs na de slag met Mexico in het bloedhete Fortaleza en de 120 minuten tegen Costa Rica, waar hij acht van de elf overtredingen op een Nederlander te incasseren had. Robben speelde alles, 480 minuten dus in 22 dagen, penetreerde 26 keer het strafschopgebied van de tegenstander, vond zeventien keer een medespeler voor het doel.

Robbens fysieke manifestatie en monomane gedrevenheid brachten hem bij Oranje tot bovenaan de top van de apenrots, waarbij zijn impromptu speech in de rust van de verlenging in de kwartfinale tegen Costa Rica illustratief was voor zijn plek in de hiërarchie: direct onder Louis van Gaal. Zoals hij het toernooi verteert, zoals hij excelleert, met die fysieke dominantie in het pezige lijf.

Robben heeft van zijn vaste osteopaat Hub Westhovens geleerd hoe hij op zijn hotelkamer zijn bewegingsapparaat kan controleren op onwillige spiertjes, potentieel gevaar. Vroege registratie, noemde Westhovens dat vorige maand in deze krant. „Dat hij vrij is in zijn koppie, niet bezig hoeft te zijn met de vraag of zijn liezen het houden, of zijn hamstrings het houden.”

Zijn lijf, vroeger meer last dan lust voor de vleugelaanvaller, kent Robben inmiddels van binnen en buiten. „Hoe ouder je wordt, je leert je lijf kennen, door je blessures. Ik zou zo verder kunnen als fysiotherapeut, bij wijze van spreken”, zei Robben aan het begin van het WK. Voor de allereerste training in Rio de Janeiro zei hij al tegen de bondscoach: ik loop liever wat dan dat ik meedoe aan voettennis. „Ik had voor mijn lijf gevoel dat dat goed is. Zo vlak na die vliegreis, twee dagen na een wedstrijd [tegen Wales], je bent wat vermoeid. Bij voettennis kan je ineens ongecontroleerde bewegingen maken.”

Reinheid, rust en regelmaat, voor zover mogelijk tijdens een WK waarin spelers links en rechts de tol betalen voor een zwaar toernooi, na een lang seizoen voor de meesten. Nigel de Jong is sneller dan verwacht weer in training, vandaag wordt duidelijk of hij inzetbaar is in de halve finale tegen Argentinië vanavond. Het gescheurde liesspiertje herstelde, in de woorden van Van Gaal, als „een wonder van Lourdes”.

Maar er zijn meer problemen sinds de kwartfinale in Salvador van afgelopen zaterdag. Ron Vlaar kon toen niet gewisseld worden, Robin van Persie ook niet, want de grote wisseltruc met de keepers stond op de rol. Nu zijn ze niet helemaal fit: knie- respectievelijk maagklachten. Van Gaal kreeg gisteren de vraag hoe fris iedereen nog is, na vijf wedstrijden in Brazilië. „We hebben een dag minder tussen de wedstrijden [drie in plaats van vier of meer]. Normaal geef ik over het algemeen twee dagen hersteltijd. Als je dat doet en je hebt een dag minder dan heb je een probleem wanneer je elf tegen elf wil trainen richting de wedstrijd.”

Dat deed hij dan ook alleen gisteren op de training, die vijftien minuten open was voor media. „Maar een topsporter die fit is, kan de derde dag en zeker de vierde dag weer fris en fruitig zijn. Dat zullen ze zijn.”

Robben zeker. Hij is bezig aan zijn zesde eindtoernooi en speelt zijn derde halve finale. Op het EK van 2004 in Portugal verloor hij bij de laatste vier van het thuisland. Op het WK van 2010 volgde na winst op Uruguay de verloren finale tegen Spanje. En Messi? Hij staat met het nationale elftal voor het eerst in de halve finale van een eindtoernooi sinds de Copa América in 2007, Jeugd-WK (2005) en Olympische Spelen (2008) niet meegerekend. Robben won in vier landen zeven landstitels en de Champions League met Bayern München. En Messi? Zes keer Spaans kampioen met Barcelona, drie keer de Champions League. Vier keer de Gouden Bal gewonnen.

„Robben is een grote speler” zei de Argentijnse bondscoach Alejandro Sabella gisteren. „Maar Messi is groter dan alle anderen.”