Column

Panenka, uit het EK ’76

Ziekenhuisbal, schwalbe, stofzuiger: voetbal heeft zijn eigen taaltje. Wat betekenen die begrippen? Vandaag: panenka.

We hebben het dit WK nog niet gezien, maar vrijwel altijd als een strafschop wordt genomen met een slim boogballetje, zoals Pirlo op het vorige EK tegen Engeland, wordt het een ‘Panenka’ genoemd. Waarom?

Omdat de Tsjech Antonín Panenka het in de EK-finale van 1976 voor het eerst op een wereldpodium deed. Tegen West-Duitsland liep het toen uit op strafschoppen en hij mocht de beslissende nemen. Panenka had een list, ’s nachts in bed bedacht om op de training van zijn club, Bohemians Praag, keeper Zdenek Hruska slimmer af te zijn. Die list was gebaseerd op de aanname dat de keeper altijd vóórdat de bal wordt geschoten een hoek induikt, omdat hij anders te laat is. En als hij dat doet, zou een simpel boogballetje door het midden voldoende moeten zijn.

En jawel, het lukte. Panenka versloeg eerst Hruska en probeerde het vervolgens uit in de competitie. Ook daar trapten keepers erin, dus zijn vertrouwen in de boogbalpenalty groeide. Bovendien bleef het een goed bewaard geheim, want de wedstrijden van Bohemians gingen nu eenmaal niet de wereld over.

Een deel van het slagen van zijn penalty in de EK-finale zat ’m in de furieuze aanloop: de Duitse doelman Maier moest geloven dat hij heel hard zou uithalen, want anders was er geen noodzaak vooraf een hoek te kiezen. Dan: plotseling dat bekeken stiftje. Tsjechië Europees kampioen.

Panenka kreeg volop navolging, en niet van de minsten: Zidane deed het in de WK-finale van 2010, Pirlo twee jaar later tegen Engeland. Toch gaat het niet altijd goed. In 1990 probeerde Michal Bilek, ook een Tsjech, het op het WK tegen de VS. Keeper Tony Meola bleef staan en kon de bal doodeenvoudig vangen.