Grote onzichtbare schade

De chauffeur van de taxi bleek een amateurbokser op leeftijd. De miniatuurhandbokshandschoentjes aan de achteruitkijkspiegel, die zo vrolijk meedeinden in iedere bocht, had hij nog gekregen van oud-kampioen Rudi Koopmans.

„Iemand die net als ik niet van ophouwen wist.”

Even later meende hij de gewezen advocaat Bram Moszkowicz te zien lopen, die hij „een fantastische kerel” vond.

„Ja, daar geniet ik van”, zei hij. „Wat die gedaan heeft met die Estelle Gullit en Badr Hari, grote klasse!”

„Wat dan?” vroeg ik, want ik wist van niks.

„Estelle wilde juridisch advies en nodigde hem uit voor een lunch op haar kosten in het Amstel Hotel, niet zomaar een locatie natuurlijk. Weet je wat-ie deed? Hij stuurde achteraf een rekening voor het ritje van zijn kantoor naar het hotel. Een paar duizend euro. Kijk, dan ben je een schurk, maar wel een mooie schurk.”

Toen we stil stonden voor een stoplicht in Amsterdam-Zuid voelden we een lichte schok. We waren geraakt – aangereden is een groot woord – door de luxe auto achter ons. De bestuurder, een oudere man, stak bij het zien van mijn chauffeur meteen de armen in de lucht.

Ze inspecteerden beide auto’s en constateerden geen schade, wat volgens mijn chauffeur niets betekende. Hij begon over de „onzichtbare schade” en belde met veel volume een collega die de schade moest komen constateren.

„En neem een berg schadeformulieren mee!”

„Is dit nu echt nodig?” vroeg de bestuurder van de luxe auto. „Als er onverhoopt iets is kunt u me altijd bellen, hier heeft u mijn kaartje.”

Met de woorden – „Nee, vriend. Ik heb bij het UWV gewerkt, ik vertrouw niemand” – werd het aanbod afgewezen.

Ik werd er tot mijn verbazing ook bij gehaald.

Hoewel ik het zelf nog niet wist, en ook niets voelde, kon ik best een whiplash hebben.

„Dat kan nog indalen.”

Het geheel deed denken aan de commercial voor Centraal Beheer waarin zijn idool Bram Moszkowicz acteerde.

Na vijf minuten vroeg ik of ik mocht gaan, de vriendelijke bestuurder die zich bij het onvermijdelijke oponthoud had neergelegd, stond erop de rekening voor me te betalen.

Later die middag belde ik hem met de vraag hoe het was afgelopen. Er was een tweede taxichauffeur bijgekomen. Die was onder de taxi gaan liggen en had grote onzichtbare schade geconstateerd.

„Een bodemscheur waarschijnlijk.”

Toen we uitgelachen waren informeerde hij naar de whiplash, die nog steeds niet was ingedaald. Hij sloot af met: „Ongeluk is niet te vermijden, op een dag bots je er zomaar tegenop.”