Liever maatwerk voor jihadi’s uit de polder dan databases

Moet de politie inzage krijgen in een lijst van iedereen die de Europese Unie per vliegtuig verlaat of binnenkomt? En zou dat helpen om zogeheten jihadreizigers tegen te houden? Gisteren maakten ministers van acht EU-landen een afspraak om deze zogeheten PNR-gegevens (passenger name records) alvast te gaan opslaan en uitwisselen. Nog onlangs wees het Europese Parlement dit plan af. Niet effectief, niet proportioneel en een te grote inbreuk op de burgerrechten. Intussen heeft de EU na ‘11 september’ wel dergelijke afspraken met de VS en Canada moeten maken. Vermoedelijk omdat het trans-Atlantische passagiersverkeer anders zou stokken.

De vrees voor aanslagen die teruggekeerde jihadgangers in Europa kunnen plegen heeft nu dus voor een stroomversnelling gezorgd. De moordaanslag in het Joods Museum in Brussel is vermoedelijk door een Franse jihadist gepleegd.

De waarschuwingen van de AIVD worden steeds scherper. In Nederland zouden enkele honderden aanhangers bereid zijn in Syrië of Irak te gaan vechten. Het aantal sympathisanten wordt op enkele duizenden geschat. Feitelijk zijn er 130 jihadreizigers bekend.

Op hen past de overheid maatwerk toe, en terecht. Onlangs werd een overval door zo’n ex-strijder op een Delftse supermarkt voorkomen. Er zijn inmiddels 29 paspoorten ingetrokken, 6 minderjarigen onder toezicht gesteld en 30 uitkeringen gestopt. Van 4 jihadisten zijn de banktegoeden bevroren; 8 gevallen worden nog beoordeeld; 30 reizigers zijn uit de bevolkingsadministratie geschrapt; 2 aspirant-strijders moesten voor de strafrechter komen.

Met scholen, moskeeën, ouders, maar ook met de moslimjeugd zelf wordt geprobeerd een klimaat te scheppen, waarin ontmoediging, opvang en controle hand in hand gaan. Dat is moeilijk genoeg. Politieke retoriek over harde maatregelen, stevige repressie en automatisch ingetrokken paspoorten zijn dan niet behulpzaam.

Bovendien: staat de nieuwe maatregel in verhouding tot het doel dat ermee wordt gediend? Of wordt hier een risico opgeblazen om een langer gekoesterd verlangen naar een nieuw opsporingsmiddel te vervullen? Namelijk toezicht op, en dus greep op ieders reisbewegingen, ongeacht diens profiel of gedrag. Daar lijkt het wel op. Dan is de PNR-database een mooi voorbeeld van de risico-regel-reflex: bij iedere nieuwe dreiging een nieuwe regel en dus de illusie van een oplossing. Deze database heeft ook maar een beperkte reikwijdte. Wie ongezien naar Syrië wil reizen vermijdt voortaan het vliegtuig, maar reist bij voorkeur met de bus of auto. En een database waaraan slechts acht EU-landen meedoen kan alleen al daarom Europa niet dekken. Lage verwachtingen zijn hier dus gepast.