Kittels treintje

Sprinten doe je samen, niet alleen. Marcel Kittel rondt het werk van zijn ploeggenoten af. Met de lead-out moet een klik zijn.

Marcel Kittel wint in Villeneuve-d’Ascq voor de derde keer in deze Tour de massasprint. De Noor Alexander Kristoff (links van Kittel) werd tweede. Foto AFP/ASO

Nu de Brit Mark Cavendish al na de eerste etappe is afgestapt, zijn de sprintetappes in deze Tour de France het domein van de Duitser Marcel Kittel. Maandag haalde hij in Londen met een perfect werkende ‘sprinttrein’ onbedreigd zijn tweede ritoverwinning binnen, gisteren in Villeneuve-d’Ascq kostte het wat meer moeite. Maar goed afgezet of niet, Kittel is deze Tour de sterkste sprinter van allemaal.

De Nederlandse Giant-ploeg is volledig ingericht op sprintzeges van Kittel, en van zijn landgenoot John Degenkolb voor sprintjes heuvelop. Het is een proces van jaren geweest om alles goed op elkaar af te stemmen, zeggen trainer Adriaan Helmantel, ploegleider Rudi Kemna en bewegingswetenschapper Teun van Erp, allen in dienst van Giant.

Een impressie van het werk dat de ploeg heeft verzet, in zes stappen.

1 Het parcours moet worden verkend.

Helmantel: „Dat doen we op basis van videobeelden of door ernaartoe te gaan. We willen de laatste kilometers exact kennen. Een uur of anderhalf voor de finish bekijkt ploegleider Kemna vanachter het stuur de laatste kilometer. In Londen werd hij tegengehouden door overijverige stewards. Tot zijn onvrede moest hij lopen.”

2 Kittel moet omringd worden door de juiste renners.

Al enkele jaren geleden is de ploegleiding op zoek gegaan naar de ideale mannen om de sprinttrein te vormen. Elke ‘wagon’ beschikt over specifieke kwaliteiten. Zo’n drie kilometer van de eindstreep probeert Giant op kop van het peloton te komen met een ‘diesel’, iemand die gedurende een halve tot hele kilometer het tempo van het peloton langzaam opvoert. Zo krijgen vluchters geen kans. Elk volgend wagonnetje rijdt iets korter op kop, maar wel steeds harder. De een-na-laatste wagon is de lead-out, de man die Kittel perfect moet positioneren voor de eindsprint. Die moet dertig tot zestig seconden heel hard kunnen trappen. Maar ook weer niet te hard: dan is Kittel al uitgeput voordat hij zijn eindsprint inzet.

3 De volgorde van de sprinttrein moet worden bepaald.

Allereerst door te meten wat de renners op trainingen presteren. Bewegingswetenschapper Van Erp heeft een programmaatje geschreven om die informatie bij te houden. Zo blijkt uit de cijfers dat Degenkolb geen goede lead-out is, maar wel een goede diesel. Koen de Kort is misschien wel de beste lead-out, maar Tom Veelers heeft op zijn beurt weer de beste klik met Kittel.

Kemna: „We weten wat iedereen kan leveren, maar het blijft een inschatting. Het draait niet alleen om de cijfers: ook de ervaring en het doorzettingsvermogen van een bepaalde renner tellen mee.” Soms, zegt Van Erp, moet de renner aan kop van het peloton juist even vertragen, bijvoorbeeld omdat Kittel ingesloten zit. „Dat weet je alleen door inzicht en gevoel.”

4 Ook met een goede volgorde gaat het niet vanzelf.

De renners moeten in de laatste kilometers doorlopend met elkaar communiceren. Helmantel: „Als het anders loopt dan verwacht, moet je kunnen switchen. Onze renners hebben aan een half woord genoeg. ”

Vooral de klik tussen de lead-out en de afmaker is essentieel. Zo moet Veelers rugdekking geven aan Kittel en hem rustig houden. Helmantel: „Als Marcel de aansluiting verliest, brengt Tom hem terug. Marcel moet met zijn ogen dicht en vol vertrouwen zo’n koers kunnen rijden. Hij moet geen enkele energie kwijt zijn aan de vraag of het allemaal wel lukt. Alleen het wiel volgen, nergens anders mee bezig zijn. Tom en hij begrijpen elkaar. Ze zijn met elkaar begaan, dat levert net een paar procent voordeel op.”

5 De ploegleider moet alert zijn.

Rudi Kemna: „Mijn rol is vooral dat ik vooraf het plan coördineer. Elke keer weer verduidelijken wat ik bedoel. En de renners op details attenderen.” Ongeveer 25 kilometer voor de finish spreekt Kemna nog even met de renner in zijn ploeg die is aangewezen als wegkapitein – meestal Roy Curvers. „Hoe gaan we het doen? Doen we het zoals afgesproken, of moeten we het plan te veranderen? De renners weten zelf heel goed hoe de koers verloopt. In de koers geef ik alleen algemene informatie, ze hebben zelf verantwoordelijkheid om het uit te voeren.”

Curvers is ook degene bij wie een lid van de sprinttrein zich kan melden als hij zich niet helemaal goed voelt. Kemna: „De captain krijgt alle informatie en maakt een afweging: houden we ons aan ons plan, of moeten we iets veranderen? Het kan ook zijn dat Roy zegt: kan zijn dat je je niet lekker voelt, maar je doet het wel. Die afspraken maken ze gezamenlijk, maar de captain geeft er een klap op.”

6 Na afloop wordt er stevig geëvalueerd.

In de Giro van dit jaar won Kittel de tweede en de derde etappe. Toch, zegt Helmantel, liep het niet als gewenst. „Het doel is natuurlijk winnen, maar de manier waarop kon beter. Dan moet je ook open en eerlijk met elkaar kunnen bespreken wat er goed of fout ging.”

De evaluatie kan hard zijn, zegt Kemna. „We zeggen waar het op staat. Zelfs als je hebt gewonnen, moet je kunnen zeggen: wat jij deed, was drie keer niks. Nederlanders vinden dat niet zo’n punt, maar Fransen zeggen dat soort dingen bijvoorbeeld niet zo snel. Daar houd ik rekening mee.”

Ook de renners zelf zijn kritisch. Gisteren in Villeneuve-d'Ascq verliep de sprint, „heel chaotisch”, aldus Tom Veelers, de man die de sprint moet aantrekken voor Kittel. „De lead-out ging net mis. Toen Degenkolb aanging, kon Kittel hem net niet volgen. Ik heb Marcel weer meegenomen, maar hij werd weer van het wiel afgereden. Gelukkig kon hij met Kristoff van Katjoesja mee.”

De renners van Giant hadden zelf besloten om wat vroeger op kop te komen, vanwege de gladde bochten. Veelers: „Dat kunnen we soms nog in de laatste kilometer besluiten. We hebben een plan, maar soms wijken we ervan af.”