Kellendonks brief-in-antwoord-op-een-baksteen

De correspondentie van Frans Kellendonk wordt verzameld. Waaronder zijn ziedende reactie op een legendarisch verwijt van antisemitisme.

Frans Kellendonk in 1983 Foto Chris van Houts

‘Zojuist je baksteen door mijn ruit gekregen.” Eigenlijk is het tegen de literaire etiquette wanneer een schrijver reageert op een negatieve recensie. Maar dat was even niet de zorg van Frans Kellendonk, nadat hij in de Volkskrant had gelezen wat criticus Aad Nuis van zijn roman Mystiek lichaam vond: ‘Onmiskenbaar antisemitisme in sluiers van ironie’, luidde de kop.

Kellendonk (1951-1990) had dezelfde dag pen en papier gepakt en in drie alinea’s zijn hart gelucht: „Je hebt genoeg gelezen om te weten dat onderwerp en strekking van een boek niet altijd samenvallen – dat een boek over antisemitisme niet noodzakelijkerwijs antisemitisch is [...] Wanneer je, zoals ik, in je naaste omgeving met racisme te maken krijgt, dan ontdek je dat je het probleem niet de wereld uit helpt door heel hard foei! te roepen. Dat werkt meestal averechts. Veel belangrijker is het om de psychische en sociale mechanismen bloot te leggen die tot racisme leiden, om de mensen iets meer van zichzelf te laten begrijpen. Dat heb ik geprobeerd en dat is wat jij weerzinwekkend vindt.”

Nuis was te kwader trouw, impliceerde Kellendonk. „Ik ben gefascineerd door het joodse gedachtengoed en door de joodse traditie binnen het christendom. Je hoeft niet eens van goede wil te zijn om dat te kunnen opmaken uit Mystiek lichaam […] Maar wie staat te popelen om een baksteen te gooien doet zoiets liever gauw af als weerzinwekkende onzin. Die ziet liever ‘onmiskenbare’ spoken.”

De brief-in-antwoord-op-een-baksteen is een deel van de correspondentie van Kellendonk, zoals die nu wordt verzameld door schrijver Oek de Jong en emeritus hoogleraar neerlandistiek Jaap Goedegebuure voor een uitgave die volgend jaar moet verschijnen. Mystiek lichaam zou sterker blijken dan de kritiek van Nuis en anderen: het geldt als een van de belangrijkste Nederlandse romans van de jaren tachtig. Schrijvers als Arie Storm (die werkt aan een biografisch boek over Kellendonk) en Arnon Grunberg (die Tirza volstopte met verwijzingen naar Mystiek lichaam) toonden zich schatplichtig aan Kellendonk.

De tot nu toe verzamelde brieven gaan niet alleen over literaire kwesties. Zo is er een mooi schrijven aan Ed Spanjaard, over het opruimen van het huis van Kellendonks vader, ook in 1986: „Mijn pa had alles driedubbel. Hij had bijvoorbeeld drie kangoeroehamers – een soort sloophamer –, drie goede fietsen en nog een stel kapotte, drie lierkettingen van vijfentachtig kilo elk [...] Vandaag zit ik verzekeringspolissen te sorteren – sinds 1940 heeft hij alle polissen, of ze nu van kracht waren of niet, zorgvuldig bewaard. Iemand die nog zo levendig aanwezig is met zijn vertederende, irritante, lachwekkende gewoonten kán niet overleden zijn.” Frans Kellendonk zelf overleed minder dan vier jaar later, op 15 februari 1990, aan aids.