Kaïn en Abel op wereldtournee

Tom Berninger (33), die nog bij zijn ouders woont, mocht op tournee met zijn beroemde grote broer Matt (42), zanger van The National. Gevolg was een Kaïn en Abel-film.

Mistaken for Strangers is een rockfilm vermomd als familiedrama, of andersom. Leadzanger Matt Berninger van de Amerikaanse indierockband The National neemt zijn negen jaar jongere broertje mee op tournee en dan begint alles te schuiven. Eerst ruzie natuurlijk. Dan ontslag. Met een geestig inkijkje in het Amerikaanse familieleven en het leven achter de schermen tot gevolg.

Deze week zaten de beide broers eensgezind, elkaars zinnend afmakend in de Amsterdamse bioscoop De Uitkijk onder toeziend oog van Joris Ivens en de andere Filmliga-leden te praten over hun film.

Wisten jullie van tevoren dat dit op een grote Kaïn en Abel-film zou uitdraaien?

Matt Berninger: „We wisten dat een van ons het loodje zou leggen. We hadden alleen geen idee wie wie zou vermoorden. Toen ik Tom vroeg om roadie te worden voor onze High Violet-tour was dat omdat ik hem miste en omdat hij een baan nodig had. Ik vond het oké dat hij kleine dingetje filmde voor de website, een soort tourdagboekjes. Maar er was geen plan.”

Tom Berninger: „Ik ben geen grote fan van de band, sowieso niet van indierock, maar ik zag het als een kans om mezelf als filmmaker te profileren, al was het dan misschien een beetje in de trant van ‘Hi, ik ben Matts kleine broertje Tom, en vandaag zijn we in Amsterdam’.”

Maar dat liep allemaal niet zo gladjes?

TB: „Je ziet het niet in de film, maar we hadden best veel materiaal waarop we backstage aan het loltrappen zijn.”

MB: „Sterker nog, op het moment waarop hij ontslagen werd, was dat het voornaamste wat hij had. En een heleboel stukjes waarin hij zelf in de camera praat over zijn ervaringen. Dat bleek eigenlijk veel interessanter dan al dat backstage- en band-op-tournee-materiaal.”

En toen werd het allemaal heel openhartig en eerlijk, soms op het pijnlijke af. Jullie ouders doen bijvoorbeeld niet bepaald hun best om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn.

TB: „Als mijn vader zegt dat het grote verschil tussen Matt en mij is dat Matt succes heeft, komt dat nogal direct over. Voor hem is het meer iets feitelijks denk ik.”

MB: „Het zegt heel erg veel over de band met onze ouders, het soort milieu waar we uit komen. We hebben altijd heel open met elkaar gepraat.”

In hoeverre was de film ook een vorm van zelfonderzoek en een manier om jullie band te versterken?

TB: „Het is behoorlijk confronterend als je wekenlang een film zit te monteren uit materiaal waarop je dronken tegen de camera zit te praten. Als je van ’s ochtend vroeg tot ’s avonds laat tegen je eigen kop aan zit te kijken, krijg je wel een beetje een indruk hoe je op anderen over kan komen. Waarom ze je niet helemaal serieus nemen. Maar dat was nooit het doel. Ik was mee met de band. Ik dacht dat het allemaal heel grappig zou zijn.”

MB: „Je dacht ook dat jezelf dronken filmen grappig was.”

TB: „Ik dacht dat het hilarisch was, maar zie je het terug dan is het nogal deprimerend.”

Tegelijkertijd steekt de film er ook de draak mee. Bewust?

MB: „Oh ja. Ik denk dat het beeld van The National toch dat van een beetje arrogante indierockband is. Mannen in strakke pakken die wijsneuzerige muziek maken. Dus het was wel goed om dat een beetje op te schudden. Tegelijkertijd maakte de band zich wel zorgen hoe het zou uitpakken, omdat ze wisten dat ze niet echt heel goed overkwamen, of cool of vleiend. Misschien zelfs ronduit saai. Toen duidelijk werd dat het primair een film over Tom en mij zou worden, werden ze iets relaxter.”

We zien ook hoe sommige beroemdheden het niet leuk vinden om backstage gefilmd te worden, en er moeten portretrechten geregeld worden. In hoeverre gaat de film ook over het bevestigen en ontmythologiseren van imago’s?

TB: „Voor mij heel erg. Je komt opeens in een celebritycultuur terecht. Iedereen moet lachen als ik de vraag stel of ze hun portemonnee mee het podium op nemen. Maar voor mij is dat heel veelzeggend. Op een gegeven moment ben je schijnbaar zo beroemd dat je nooit meer iets hoeft af te rekenen of je hoeft te identificeren.”

In hoeverre gaat het ook over twee ideeën over rock-’n-roll? Tom die denkt dat het heel wild en bandeloos is, en Matt die weet dat een moderne band meer een machine is?

MB: „Een band en een tournee, dat is een serieuze organisatie. Maar voor ons werkte het eerder andersom. Dat we door iemand achter de schermen toe te laten met die ouwe rock-’n-rolldroom zelf ook dat imago van koele professionals even konden loslaten.”

TB: „Na een tijdje wilde ik ook gewoon laten zien hoe leuk de band eigenlijk is, dat ze niet alleen maar liedjes maken waar iedereen van moet huilen. Al hou ik nog steeds niet van hun muziek.”