Huiswerkoorlog op de Spaanse scholen

Ouders ruziën over hoeveel huiswerk hun kinderen moeten krijgen. De lat moet omhoog: dan krijgen de kinderen betere kansen dan zij.

Ineens slaat de sfeer op de oudermiddag om. De vergadering met de lerares van ons zoontje op zijn Madrileense buurtschool kabbelde gemoedelijk voort. Maar nu beginnen ouders ongemakkelijk te schuiven op de toch al weinig comfortabele kleuterstoeltjes. Enkele moeders staren boos uit de kleine ramen van het benauwde klaslokaal. Juf Teresa heeft het delicate onderwerp alsnog aan de orde gebracht: huiswerk.

„Ik weet dat sommigen er anders over denken”, begint ze haar mededeling. „Maar ook volgend jaar zal ik geen huiswerk geven. Kinderen van deze leeftijd hebben dat gewoon niet nodig. Jullie kunnen thuis extra dingen met ze doen, maar ik ga het niet opgeven. En jullie hoeven ook geen boeken aan te schaffen.”

Na de zomervakantie is onze zoon vijf jaar oud. Wat ons betreft duurt het nog zes jaar voor hij met huiswerk of schoolboeken opgezadeld wordt. Maar de opstelling van zijn ‘profesora’ is alles behalve vanzelfsprekend. Kinderen krijgen er al op jonge leeftijd huiswerk mee. Zesjarigen trekken al loodzware schooltassen op wieltjes achter zich aan.

Al voor het uitbreken van de huiswerkdiscussie liepen er verschillende breuklijnen door de klas. De ene helft laat zijn kind godsdienstles volgen; anderen hebben aangegeven hier geen prijs op te stellen. Een kwart van de ouders haalt zijn kinderen tijdens de middag op om thuis te lunchen. De meesten van hen omdat ze de dagelijkse warme schoollunch, die de schoolkantine voor 95 euro per maand aanbiedt, niet kunnen betalen.

Onze openbare school trekt grofweg twee typen ouders. De eerste groep koos deze school omdat hij goed aangeschreven staat en dichtbij ligt. Onder hen veel lager opgeleiden, met slecht betaald of geen werk, en migranten. De andere groep ouders wil met deze schoolkeuze óók een maatschappelijk statement maken. Door hun kind niet naar een duurdere en betere katholieke of particuliere school te sturen, willen ze het publieke systeem steunen. Zeker op een moment dat dit door bezuinigingen en privatiseringen toenemend onder druk staat. Deze ouders zijn doorgaans hoger opgeleid, hebben goede banen en stemmen links. Je komt ze tegen bij de biologische supermarkt.

De tweede groep verdedigt de school activistisch, leerde ik vorig jaar. De lerares vertelde toen dat het klaslokaal wegens geldgebrek minder schoongemaakt werd. Ik opperde om met de ouders een poetsrooster te maken. Dat viel slecht.

Nee, we moesten allemaal gaan klagen bij de rechtse regioregering: onze rechten verdedigen.

Die petitie had nul resultaat. Laatst vertelde mijn zoon dat de juf met een bus luchtverfrisser rondspuit om nare luchtjes te verdelgen.

Het Spaanse onderwijssysteem staat slecht te boek. Het kent een zeer hoge voortijdige schooluitval en scoort ondermaats in de internationale PISA-ranglijst. Spaanse kinderen kunnen slechter rekenen en lezen en zijn ook minder zelfstandig. Zo hebben ze meer moeite dan leeftijdsgenoten uit andere landen om een metrokaart te lezen of een treinticket te kopen, bleek onlangs.

Veel ouders uit de eerste groep zijn daarom voor huiswerk voor de allerkleinsten. Meer huiswerk en meer boeken, menen zij, zal het niveau opkrikken. En hun kroost betere kansen geven dan henzelf.

De andere ouders zien heel andere problemen. Zij menen dat jonge kinderen vooral horen te spelen. Ze zien de huiswerklast als bewijs dat in het onderwijs de Franco-dictatuur nog regeert: te hiërarchisch, te veel gericht op memoriseren, niet op het ontwikkelen van een eigen mening.

En nog meer huiswerk zou alleen maar bedoeld zijn het werk van de leraren te outsourcen naar de ouders. Opdat er nog meer bezuinigd kan worden.