Franse bonden boycotten ‘dialoog’

De Franse regering wil hervormen, maar de vakbonden liggen dwars. Hoeveel macht hebben zij nog?

Werknemers demonstreren in Marseille tegen het sociale beleid van de regering-Valls. Foto AFP

Ze worden schertsend de ‘Club van 49’ genoemd: bedrijven die koste wat kost proberen hun personeelsbestand onder de vijftig werknemers te houden. Want zoals iedere Franse ondernemer weet: wie die grens passeert, krijgt er een pakket dure verplichtingen bij.

Er moet een comité d’entreprise komen: een soort ondernemingsraad die ook werklust verbeterende aanbiedingen (zoals korting op de bioscoop of goedkope vakanties) regelt. Het bedrijf moet een veiligheidscomité instellen en de vakbond mag een bedrijfsfunctionaris benoemen. Alles op kosten van de baas. In Frankrijk, becijferde statistisch bureau INSEE onlangs, zijn door deze ‘sociale drempel’ meer dan twee keer zoveel bedrijven met 49 werknemers dan met 50.

„Dit soort regeldruk belet bedrijven banen te creëren”, beaamt Agnès Verdier van de voor Franse begrippen nogal liberale denktank Ifrap. Werkgeversverenigingen zijn het met haar eens. Maar de vakbonden vinden elke poging om de 3.400 pagina’s tellende Code du Travail in te perken, onacceptabel. Zij konden zelfs niet lachen om een grapje onlangs van minister van Financiën Michel Sapin, die voorstelde om ter geruststelling van de werkgevers dan maar een kleiner lettertype voor de ‘code’ te gebruiken. De traditioneel gevreesde Franse bonden lieten deze week hun weer eens tanden zien.

De oorspronkelijk communistische CGT, de niet gematigde Force Ouvrière (FO) en ook de ambtenarenbond FSU boycotten gisteren de door François Hollande ingestelde ‘sociale conferentie’, polderoverleg tussen werkgevers en werknemers op zijn Frans. Dat is een gevoelige klap voor de president die ‘dialoog’ en ‘consensus’ centraal wilde stellen en anders dan zijn voorganger Nicolas Sarkozy vooralsnog weinig sociale onrust heeft hoeven incasseren. De meer pragmatische vakcentrale CFDT, die nauwe banden met Hollandes Parti Socialiste heeft, bleef wel aan tafel.

Nieuwe en ongeduldige premier

Het was de derde keer sinds zijn aantreden dat de sociale partners in het Parijse Palais de l’Iena waren uitgenodigd. De eerste keer leidde het overleg onder andere tot een voorzichtige flexibilisering van het ontslagrecht, de tweede ronde kwam er een bescheiden hervorming van het pensioenstelsel, waardoor de meeste Fransen iets langer gaan werken. Maar de conferentie van deze week werd vooral overschaduwd door de boycot.

Directe aanleiding waren uitlatingen Hollandes nieuwe en ongeduldige premier Manuel Valls. Hij zei een week voor de conferentie niet alleen de duizenden pagina’s arbeidswetgeving te willen „versimpelen”, maar beloofde de werkgevers ook een hogere pensioenuitkering voor mensen in fysiek zwaar werk te zullen uitstellen. Dat was tegen het zere been van de bonden.

„Laten we niet meer spreken over sociale dialoog. Dit is sociaal dictaat”, fulmineerde FO-voorzitter Jean-Claude Mailly. Zijn collega van de CGT, Thierry Lepaon, schold premier Valls uit voor een „provocateur” die „opnieuw cadeautjes aan de werkgevers uitdeelt”. In 2012 nog riepen de bonden hun leden op Hollande te stemmen, maar dat was „toen hij nog een andere agenda had”, zegt Lepaon in een toelichting op zijn hoofdkwartier in Montreuil, ten oosten van Parijs. „Het sociaal-liberale beleid van Valls is niet waarop Hollande gekozen is.”

Dat is ook de kritiek van een deel van de regerende PS zelf. Valls zegde onlangs 40 miljard euro lastenverlichting toe aan het bedrijfsleven, in ruil voor het creëren van een half miljoen banen in 2017. Dit ‘stabiliteitspact’, waarvan hij de eerste etappes zonder al te veel problemen door het parlement heeft geloodst, moet de nog altijd stijgende werkloosheid een halt toeroepen en de Franse overheidsfinanciën op orde brengen. Maar de bonden en zo’n veertig dwarsliggende PS-parlementariërs vinden de beloftes van werkgevers te vaag.

Hervormingsagenda

Loopt de door Brussel geëiste hervormingsagenda van Hollande, die vaart leek te krijgen met het aantreden van Valls exact honderd dagen geleden dan nu al averij op? Niet alleen aan de onderhandelingstafel, ook in het land laten de bonden weer van zich horen. Na de grote spoorstaking in juni en acties van vooral technisch personeel in de podiumkunsten is nu het personeel van de grote veermaatschappij SNCM al twee weken in staking.

Veel van dit soort acties, zegt vakbondsspecialist Dominique Andolfatto van de Universiteit van de Bourgogne in Dijon, zijn juist eerder tekenen van de toegenomen zwakte van de vakbonden dan van hun macht. Bij de spoorstaking had de CGT eerst een akkoord gesloten, maar vanwege interne concurrentie van een nog iets radicalere bond, riep het uiteindelijk toch op tot staking. Tegelijk voelt de CGT, de oudste en lang de grootste bond van het land, de concurrentie van de pragmatische CFDT.

„De situatie van de vakbonden is paradoxaal: het ledental blijft sinds twintig jaar dalen en hun rol en imago worden steeds negatiever beoordeeld”, zegt Andolfatto. Nog maar zo’n 7 procent van de Franse werknemers is lid van een bond. „Tegelijk blijven ze in enkele zichtbare sectoren, zoals het transport, de overheid en de kunsten zeer gevreesd vanwege hun capaciteit om overlast te veroorzaken.”

Maar dat het sociale overleg deze week spaak liep, belooft weinig goeds. Andolfatto: „De echt moeilijke hervormingen van het aantal werkuren, de hoogte van salarissen of het recht op werk bijvoorbeeld, zijn nog niet eens ter sprake gekomen. Dat zijn werkelijke taboes, maar enkele bonden hebben er nu al de voorkeur aan gegeven de deur van dialoog dicht te gooien.”