Eerbied voor La Naranja Mécanica

Na bijna een kwart eeuw ziet Argentinië eindelijk weer kansen om de WK-finale te halen. Fans reisden de afgelopen dagen massaal naar São Paulo om hun ploeg te steunen.

Argentijnse supporters juichen als Gonzalo Higuaín in de kwartfinale scoort tegen België. Foto AP

Op de vraag of bondscoach Alejandro Sabella 2.500 dollar over zou hebben voor Nederland-Argentinië volgde een glimlach. „Ik heb gelukkig al een kaartje”, stelde de bondscoach van de Argentijnen. „Maar het lijkt me wel erg veel geld. Wie dat er voor over heeft moet het doen. Ik zou zeggen: welkom!”

De WK-gekte heeft de Argentijnen in de ban. Voor het eerst sinds 1990 staat Argentinië weer in de halve finale op een WK. En alles is nu nieuws. De aankomst van de Argentijnse selectie in São Paulo was gisteren rechtstreeks op de nationale televisiezenders te zien. Voor de deuren van het Grand Mercure Hotel hielden Braziliaanse soldaten media en supporters op een afstand. Maar toch vingen de camera’s beelden van de internationals en schreeuwden de fans hartstochtelijk naar hun helden.

De WK-koorts is na de overwinning op België losgebarsten. „We dromen! We dromen!”, riep de Argentijnse commentator op de televisie na de zege. Door de straten van de hoofdstad reden toeterende auto’s. De Argentijnen geloven nu in het succes van hun Albiceleste. En de bondscoach ook, al is hij gereserveerd: „Het toernooi is al geslaagd. Het bereiken van de laatste vier was een doel. Maar we willen kijken hoever we kunnen komen. Nog een treetje en we staan in de finale.”

Vele Argentijnen voelen het bijna als een morele verplichting het WK zelf bij te wonen. De voorbije dagen had er een kleine volksverhuizing plaats in Zuid-Amerika. Tussen Buenos Aires en São Paulo werd een luchtbrug geopend. Het vliegveld Guarulhos kleurde blauwwit met her en der een plukje oranje. Anderen kwamen over de weg. Ze reden duizenden kilometers. Vaak met wapperende vlaggen uit de ramen.

De schitterende Arena de São Paulo zal vanavond kolken. De helft van het publiek zal bestaan uit Argentijnen, die vrijwel negentig minuten lang zullen zingen. Pure passie. De rest zal voor Oranje zijn. Of als het Brazilianen betreft: tegen Argentinië.

De rivaliteit tussen de twee buurlanden is enorm. Het zou een nachtmerrie voor de Brazilianen zijn als Argentinië op zondag in Rio de Janeiro voor de derde keer wereldkampioen wordt. Sabella haalt zijn schouders erover op. „Ach, rivaliteit hoort bij sport in Zuid-Amerika. Dat is cultureel bepaald.”

De Argentijnen kijken uit naar de ontmoeting met het Nederlands elftal. La Naranja Mécanica is een bijnaam die met ontzag wordt uitgesproken in het Zuid-Amerika land. Dat de ‘Oranje Machine’ in Brazilië niet het totaalvoetbal speelt uit de jaren zeventig kan Sabella niet deren. „Nederland beschikt met Louis van Gaal over een heel intelligente trainer die zijn ploeg op verschillende manieren kan laten spelen. Ik zie dat helemaal niet negatief. In tegendeel.”

Voor Argentinië is Nederland een angstgegner. Van de acht onderlinge ontmoetingen wist la selección er slechts één te winnen. Dat was wel de WK-finale van 1978 in Argentinië – het laatste WK in Zuid-Amerika. Een omstreden WK. Dictator Jorge Videla had in 1976 een coup gepleegd. Hij liet politieke tegenstanders oppakken en verdwijnen. De FIFA had Argentinië al in de jaren zestig aangewezen als organiserend land. Het WK moest Argentinië glorie brengen. Voor het regime telde slechts één ding: de wereldtitel. Daarbij werd geen middel geschuwd. Het WK was pas een paar dagen bezig toen Oranjecaptain Ruud Krol werd geconfronteerd met een Argentijnse sportkrant waarin hij in een brief aan zijn dochter lovend over het land sprak. „Dat was pure propaganda. Ik dacht: ‘Wat is dit?’ Ik had met geen journalist gesproken”, zei Krol tegen NRC Handelsblad.

Krol herinnerde zich ook de vijandelijke sfeer op de finaledag. „Overal militairen met geweren. De busrit voor de finale zal ik nooit vergeten. De chauffeur nam opeens een andere route en we kwamen muurvast te staan in een dorp. Van alle kanten begonnen mensen tegen de bus te beuken. ‘Argentina! Argentina! Argentina!’, schreeuwden ze.”

Overal waar Argentinië speelt is La Doce – de twaalfde man – een factor van betekenis. Zo werd het nationale elftal in 1986 – bij het laatste WK op Latijns-Amerikaanse bodem – niet alleen gedragen door Diego Maradona, maar ook door de eigen aanhang. Het eindtoernooi is nog altijd het hoogtepunt van de Argentijnse voetbalgeschiedenis. Sindsdien hangt de geest van Maradona altijd boven de nationale ploeg. En dat zal zo blijven totdat een derde wereldtitel wordt veroverd.

Sabella was er zelf in 1998 getuige van dat Nederland op het WK in Frankrijk de Argentijnen de weg naar de halve finale versperde. De oud-voetballer zat als assistent van bondscoach Daniel Passarella op de bank toen Dennis Bergkamp vlak voor tijd met een werelddoelpunt de 2-1 maakte. Maar aan revanche of wraak denkt Sabella nu totaal niet. „Dat soort woorden komen niet in mijn woordenboek voor.”

De Argentijnse bondscoach is geen man van voorspellingen. „We zullen tegen Nederland net als altijd alles proberen te geven om te winnen. Meer kunnen we niet doen. En meer kan ik de mensen niet beloven. Kijk naar Brazilië-Duitsland. Een duel tussen misschien wel de succesvolste landen ooit eindigt in 1-7. Voetballogica bestaat niet. Dat maakt het zo mooi.”