Een ‘grote broer’ in plaats van foute vrienden

Een rolmodel kan criminele jongeren op het rechte pad houden: een vaderfiguur, een kickbokser, een ex-portier.

Als Amsterdamse criminele jongeren uit de gevangenis komen, staat een leger aan hulpverleners klaar: reclasseerders, maatschappelijk werkers, straatcoaches. Dat is het resultaat van de Top600-aanpak van de gemeente, gericht op de meest criminele jongeren van de stad.

Maar die aanpak heeft een tekortkoming: de sterke aanzuigende werking van criminaliteit en de invloed van verkeerde vrienden worden onderschat. Dat concludeert criminoloog Jan Dirk de Jong in Rolmodellen en het risico van recidive: een mentor als positief rolmodel ter vermindering van criminaliteit van jonge Amsterdamse veelplegers, onderzoek dat hij deed voor de gemeente. De Jong: „Criminele jongeren zouden een rolmodel moeten hebben om de verleiding van de criminaliteit te blijven weerstaan.”

Waarom hebben ze ook nog een rolmodel nodig?

De Jong: „Deze jongeren krijgen allerlei professionele hulp bij, bijvoorbeeld, aflossen van schulden en een woning vinden. Maar om hun leven ingrijpend te veranderen en voorgoed afscheid te nemen van hun oude leven, moeten ze ook vaardigheden leren: hoe zorg ik ervoor dat mijn kleren op tijd gewassen zijn voordat ik naar mijn afspraak ga? Hoe en hoe vaak maak ik de wc schoon? Dat zijn simpele dingen die jij en ik van onze ouders hebben geleerd, maar deze jongeren niet. Een rolmodel kan ze dat leren.”

Dat klinkt als heropvoeden

„Ja, dat is het voor een deel ook.”

Wat nog meer?

„Dit soort jongeren heeft, net als wij, positieve aandacht nodig: het idee dat ze er mogen zijn, dat ze uniek zijn en dat ze dingen kunnen bereiken. Een betrokken vaderfiguur of een grote broer kan ze dat gevoel geven. Maar aan zo’n iemand ontbreekt het vaak.”

Hoe ziet de sociale omgeving van jonge veelplegers eruit?

„We hebben het over jongens uit achterstandwijken die uitgekotst worden door de samenleving, omdat ze meerdere keren de fout in zijn gegaan. De enige wereld die zij kennen is die van de straat. Daar geldt het recht van de sterkste en zijn materialisme en status heel belangrijk. Straatjongeren hebben vooral negatieve rolmodellen: macho’s die een dikke auto hebben en die vaak hebben vastgezeten. Dat soort criminele voorbeelden hebben een sterke aanzuigende kracht. De invloed van dit soort foute vrienden wordt enorm onderschat.”

Wie is wel een goed rolmodel?

„In ieder geval geen ‘succesvolle’ Marokkanen die advocaat of journalist zijn. Ook van politici als Ahmed Marcouch moeten ze niks hebben. Dit soort mensen staat te ver van ze af, vinden criminele jongeren, want die hebben makkelijk praten met hun goede salarissen en mooie huizen.

„Het moet iemand zijn met wie ze zich kunnen identificeren en die natuurlijk gezag heeft. Iemand uit hun eigen buurt bijvoorbeeld. Een sportschoolhouder, een kickbokser, een ex-portier... voor mijn part is het een marktkoopman. Het gaat erom dat het rolmodel de jongere persoonlijk benadert. Iemand die zegt: ik ben er 24/7 voor je en ik geloof in je, maar je moet me niet besodemieteren.”

Kan het ook een ex-crimineel zijn?

„Dat ligt gevoelig, want hoe weet je zeker of een mentor niet terugvalt? Maar ik ken ex-criminelen die allang uit het wereldje zijn en die wel mentor zouden kunnen zijn.”