Een Braziliaans puddinkje

Dit is de achtste en laatste aflevering van een reeks columns over de Braziliaanse keuken. In de eerste beloofde ik ermee door te gaan zolang het Nederlands elftal mee zou spelen in het WK. Wie had gedacht dat we zover zouden komen?

Ter afsluiting een toet. Quimdim is een klein puddinkje dat wel wat weg heeft van een flan. De oorsprong van dit dessert ligt hoogstwaarschijnlijk in Portugal, waar zo ongeveer de complete zoete keuken drijft op eieren en suiker. Voor quimdim worden eidooiers, suiker, geraspte kokos en kokosmelk gemengd en au bain marie gegaard in kleine vormpjes. Tijdens het garen zakt de kokos naar de bodem, en als je ze daarna omdraait houd je een bodem van kokos over met daarbovenop een gele, geleiachtige pudding.

In plaats van individuele porties kun je ook een grote pudding maken. Die heet dan quimdao en hoort in plakken gesneden te worden geserveerd. Overigens schijnt de naam quimdim zoiets te betekenen als: ‘het gedrag, de gebaren en het gevoel voor humor dat typerend is voor tienermeisjes’. Waarom weet geloof ik niemand.

Boeiender is het feit dat aan sommige recepten oude kaas wordt toegevoegd. Ik heb dat geprobeerd en was aangenaam verrast door het resultaat. Quimdim zonder kaas is alleen maar (mier)zoet. Quindim met kaas is behalve zoet ook een ietsiepietsie hartig. Je moet vooral niet teveel toevoegen.

Verwarm de oven voor op 180 graden. Vet 4 soufflepotjes of ovenbestendige kopjes in met boter en bestrooi met wat suiker. Roer in een kom de eidooiers, suiker, kokos, het zout of de Parmezaanse kaas en de kokosmelk tot een egale massa. Verdeel over de vormpjes en zet deze in een ovenschaal. Vul de schaal met heet water en schuif in de oven. Bak de puddinkjes in 20 – 25 minuten gaar. De bovenkant moet net stevig zijn en een beetje gekeurd. Laat afkoelen en zet nog een uurtje in de koelkast. Haal voor het serveren een mes langs de randen en keer elke quimdim om boven een schoteltje.