Dit is het verhaal van mijn oom, Hasan Polat

Tanja Sahin, 18 jaar, deed onderzoek naar haar oom, een politieke gevangene in Turkije die veroordeeld is tot levenslang. Vandaag staat hij voor de rechter.

Turkije… een land met prachtige landschappen, stranden, historische bezienswaardigheden, gastvrije inwoners en natuurlijk lekker eten. Dit zijn voor veel toeristen redenen om naar Turkije te gaan. Maar wie het binnenland ingaat en met de lokale bevolking spreekt, ziet een andere kant van het land.

In mijn eindexamenjaar heb ik onderzoek gedaan naar die keerzijde: het leven van een politieke gevangene in Turkije. Het zou kunnen gaan over Ali, Deniz of Hüseyin – er zijn namelijk duizenden politieke gevangenen in Turkije, die allemaal de dupe zijn van een streng rechtssysteem dat sinds 1980 niet is veranderd.

Bezoek aan de gevangenis

Dit verhaal gaat over Hasan Polat. Hij is niet zomaar een vermeende dissident, hij is mijn oom, een broer van mijn moeder en ik zou graag willen vertellen wat er is gebeurd. Ik kende mijn oom alleen uit de verhalen en had hem nog nooit ontmoet. Voor mijn eindexamenwerkstuk ben ik naar Istanbul gereisd en heb hem daar in de gevangenis bezocht. Ook ben ik naar andere plaatsen geweest en heb zoveel mogelijk mensen gesproken en officiële stukken verzameld. Dit is mijn verhaal, dit is het verhaal van mijn oom.

Vandaag wordt zijn zaak behandeld voor de rechter bij het Turkse Hof van Cassatie. Gesteund door een zitprotest voor de rechtbank en een handtekeningenactie proberen zijn familie en vrienden Hasans onschuld te bewijzen. Hasan heeft om politieke redenen levenslange gevangenisstraf gekregen en zit al ruim twintig jaar vast. Tweemaal ging hij in hoger beroep. De zaak werd zelfs op Europees niveau behandeld, maar de Turkse rechter legde het Europese oordeel – waarin Hasan in zijn gelijk werd gesteld – naast zich neer en gaf hem opnieuw levenslang.

Wat eraan vooraf ging

Hasan Polat (1971) behoort tot een Koerdisch-alevitische familie uit Oost-Turkije. Zijn ouders stuurden hem in de jaren tachtig naar Istanbul om rechten te studeren. Daar maakte hij kennis met enkele revolutionaire bewegingen. Toen hij later ging werken, begon hij mee te doen aan demonstraties voor de rechten van arbeiders, deelde flyers uit en hing spandoeken op. Door zijn socialistische sympathieën kreeg de overheid hem in het vizier.

In april 1991 werd Hasan plotseling meegenomen door de veiligheidsdiensten en op een brute manier gemarteld. Vervolgens werd hij naar de gevangenis gestuurd op beschuldiging van het leiden van een illegale, communistische jeugdbeweging. Ook werd hij beschuldigd van het verwonden van twee politieagenten. Later bleek uit ooggetuigeverklaringen dat de agenten die de opdracht hadden gekregen mijn oom te arresteren, op elkaar hadden geschoten omdat ze elkaar niet kenden. Die politionele blunder mocht natuurlijk niet openbaar worden en daarom werd Hasan beschuldigd.

Hasans vrije leven was vanaf toen voltooid verleden tijd. Ook al kwam hij anderhalf jaar later vrij, de autoriteiten bleven hem achtervolgen en namen hem in hechtenis als er weer een protest was geweest – ook al was hij niet eens ter plekke. Zo werd hij in 1992 op straat ontvoerd door een geheime dienst. Hasan, die al snel door had wat er aan de hand was, begon tegen voorbijgangers te schreeuwen: „Ik ben Hasan Polat! Ze laten me verdwijnen! Namens de mensheid, bel de krant!” Niemand durfde in te grijpen en Hasan werd een auto ingetrokken. Doordat hij zo had geschreeuwd en er ooggetuigen waren van zijn ontvoering zagen de mannen van zijn verdwijning af. Hasan werd de volgende dag vrijgelaten.

Gazi-opstand in Istanbul

Maart 1995, een anonieme groep pleegt een aanslag op vier koffiehuizen in de alevitische Gazi-wijk in Istanbul. Er viel een dode en tientallen mensen raakten gewond. Als reactie daarop organiseerden buurtbewoners een protest en marcheerden naar het politiebureau. De politie verweerde zich met een schietpartij. Zeventien wijkbewoners kwamen daarbij om het leven. De zogeheten Gazi-opstand ging nog dagen door, totdat er na weer een groot conflict nog eens vijf demonstranten omkwamen. Mijn oom werd, als linkse sympathisant, samen met tientallen anderen opgepakt.

In een speciaal martelcentrum werd hij dagenlang vastgehouden, waar hij bedenktijd kreeg om zijn schuld te accepteren en te bekennen. Zo niet, dan zou hij worden geëxecuteerd. Hasan reageerde dat hij dit onmenselijk vond en niet zou meewerken aan welke bekentenis dan ook. Hij beriep zich op zijn zwijgrecht. Mede door zijn vastberaden houding belandde mijn oom weer in de gevangenis.

Mijn familie wist sinds zijn arrestatie niet waar hij was en raakte erg ongerust. Turkije stond bekend om het ontvoeren en laten verdwijnen van dissidenten en daarom besloten zij net als andere families, advocaten en activisten te protesteren voor het provinciehuis in Istanbul. Een week lang werden er honger- en zitstakingen georganiseerd. In het begin ontkenden de autoriteiten iets te hebben gedaan en stuurden politie-eenheden af op de groep demonstranten om ze uit elkaar te drijven. De vreedzaam protesterende families werden aangevallen met knuppels en de jongeren onder hen werden in hechtenis genomen. Pas twintig dagen na Hasans arrestatie werd mijn familie daarvan op de hoogte gebracht. Dat zorgde voor opluchting, maar dat gevoel was maar van korte duur. Onder het mom van ‘Hasan wil zijn familie niet zien’ kreeg mijn familie de eerste weken niet de kans hem te bezoeken. Ook het briefcontact werd voortdurend onderbroken.

Ondertussen werd Hasan door de pers afgeschilderd als ‘dé provocateur van Gazi’. Hij zou het volk hebben opgeroepen om in opstand te komen tegen de overheid en huis aan huis zijn gegaan om mensen te verzamelen. Geleid door mijn oom zouden ze vervolgens in een gewapend conflict zijn geraakt met de politie. Als bewijs werden linkse (legale) tijdschriften en geweren aangevoerd, waarvan later uit ballistiek onderzoek bleek dat zij door de politie waren gebruikt en niet door Hasan.

De Gazi-bewoners stonden erop dat de agenten die betrokken waren bij de Gazi-opstand, zouden worden aangeklaagd. Uiteindelijk werden bijna alle agenten vrijgesproken. Op twee na, zij kregen zes en acht jaar gevangenisstraf. Dat staat in schril contrast met de straf die mijn oom te wachten stond. Hij kreeg in 2003 de doodstraf opgelegd wegens het doorbreken van de gemeenschappelijke orde en het zich schuldig maken aan terrorisme. Een jaar eerder was echter de doodstraf afgeschaft en daarom werd zijn straf omgezet in levenslang (36 jaar).

De strijd gaat door

Na in hoger beroep te zijn gegaan, wat niets opleverde, besefte mijn oom dat voor hem in de Turkse rechtsstaat niets te bereiken viel. Met behulp van zijn advocaat werd het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ingeschakeld. Hasan stelde dat zijn recht op een eerlijk proces was geschonden. In september 2009 verklaarde het Hof dat de zaak opnieuw moest worden behandeld. Tevens kreeg de Turkse overheid een geldstraf opgelegd.

Op 28 september 2010 is zijn zaak opnieuw in behandeling gegaan. Na zes rechtszaken werd Hasan nog steeds niet vrijgesproken en besloot hij een brief te schrijven naar het ministerie van Justitie in Turkije. Daarin maakte hij duidelijk dat de zaak opnieuw niet volgens de regels verliep. Hij zei dat zijn straf ‘oneerlijk, niet op zijn plaats en buitensporig’ was. Een deel van zijn brief:

De lagere rechtbanken in Turkije doen aan een discriminerende vorm van berechting. Er is sprake van een soort ‘wetgeving voor vijanden’ en daarmee worden er politieke keuzes gemaakt. Ze straffen hun vijanden met aangepaste wetgeving. Mijn zaak is hier een voorbeeld van. De ‘bewijzen’ die tegen mij worden gebruikt, zijn: 1. Verklaringen tegen mij (die door marteling zijn afgenomen). 2. Verklaring van twee agenten die mij zouden herkennen. 3. Een document dat agenten hadden geschreven.

De bovengenoemde politieagenten kwamen naar mijn rechtszaak toen die opnieuw begon en verklaarden dat zij tijdens de gebeurtenissen niemand hadden gezien op het bureau en dat ze bij de rechtbank geen verklaring hadden gegeven. Voor het eerst gaven deze vier agenten, die ooggetuigen waren geweest van de gebeurtenissen, zulke verklaringen. Hierdoor vervielen alle argumenten tegen mij. Desondanks is mijn berechting ook deze keer niet veranderd.’

Hasan kreeg ondanks al zijn inspanningen op 13 november 2013 dezelfde straf.

Wordt het verhaal nu serieus genomen?

Vandaag zal Hasans zaak worden besproken in het Hof van Cassatie. Hasans advocaat is daar om ervoor te zorgen dat het verhaal dit keer serieus genomen wordt. Zijn advocaat voegt hier nog aan toe dat andere rechtszaken zoals de Balyoz-zaak, over de militaire staatsgreep, en de Sike-zaak, over voetbalclub Fenerbahçe, als gevolg van de bepaling van het Europees Hof zijn geëindigd met vrijlating in afwachting van een proces. Dit zou daarom ook voor mijn oom moeten gelden. Degenen die zich in dezelfde juridische status bevinden zouden op dezelfde manier berecht moeten worden en er zou geen discriminatie moeten zijn voor politieke gevangenen. Het gelijkheidsbeginsel zal moeten worden gehonoreerd door Turkije. Het is immers kandidaat EU-lid en zou deze Europese rechtsbeginselen hoog in het vaandel moeten hebben staan.

Praten over Hasan is nog altijd erg moeilijk voor mijn familie. Daarvoor is het onderwerp te emotioneel en te beladen. De verstreken jaren hebben wel voor enige acceptatie gezorgd, maar we zullen het nooit begrijpen. Waarom zou je iemands leven afpakken en controleren, alleen omdat diegene ‘anders’ denkt? De woorden ‘onrechtvaardig’ en ‘oneerlijk’ worden dan ook heel snel gebruikt binnen de familie. Toch is de familie aan de andere kant blij dat Hasan, na alle martelingen en mentale uitputting, nog leeft.

De zaak van mijn oom mag niet onopgemerkt blijven, of zoals hij het zelf zou zeggen: ‘Red de mensheid, bel de krant!’ Ik hoop dat deze dag voor een doorbraak in zijn zaak zal zorgen. Dit was mijn verhaal, dit was het verhaal van mijn oom.