De kunst van het verliezen

Verliezen is een kunst en die bestaat er onder meer uit dat ook na een desastreuze nederlaag op het voetbalveld de boel, of de medemens, niet kort en klein wordt geslagen, dat frustratie niet ontaardt in vandalisme. Vooralsnog lijkt het erop dat de Brazilianen deze kunst verstaan. Rellen bleven gisteren goeddeels achterwege nadat het nationale team een onwaarschijnlijk grote nederlaag (7-1) tegen Duitsland had geleden. Er werden wat bussen in brand gestoken en vlaggen verbrand; kleine incidenten in vergelijking met de rellen die zich voorafgaand aan het WK hebben voorgedaan.

De weliswaar zeer emotionele, maar toch beheerste reacties van de Brazilianen kunnen supporters in andere landen tot voorbeeld strekken: er staan nog twee nederlagen op het programma, de troostwedstrijd om de derde en vierde plaats niet meegerekend.

Verdriet, diep verdriet overheerst in Brazilië, die menselijke emotie waarvoor geen enkele rationale constatering – het gaat maar om een verloren wedstrijd – vertroosting kan bieden. Het stadion in Belo Horizonte bood al na 29 minuten – 0-5 voor de Duitsers – de aanblik van een overwegend geel gekleurde depressie. Verbijstering, treurnis, woede, het gevoel dat de spelers de fans en de natie in de steek hadden gelaten. Gelegenheidsaanvoerder David Luiz voelde dat goed aan toen hij na afloop in tranen wel driemaal desculpe in een tv-microfoon riep.

Er is sprake van nationale rouw, afgaande op de tweet die president Dilma Rousseff de wereld instuurde. „Net als alle Brazilianen ben ik erg, erg verdrietig door deze nederlaag.” Het staatshoofd, dat in oktober hoopt te worden herkozen, wist wat haar daarna te doen stond. De Braziliaanse zangeres Maria Bethânia citerend, vervolgde ze: „Sta op, schud het stof af en ga weer vooruit.”

In Brazilië is, zoals in sommige andere landen, voetbal een soort alternatieve religie geworden. De droom was dat het land voor de zesde maal wereldkampioen zou worden. Het liefst na een finale tegen Argentinië, het rivaliserende buurland. Dat er een volksfeest zou volgen met misschien nog wel meer uitbundigheid dan tijdens het jaarlijkse carnaval. Dat er eindelijk revanche zou worden genomen voor het verlies in de finale tegen Uruguay in 1950, toen Brazilië voor de eerste maal het WK organiseerde.

64 jaar later is Brazilië een land dat de vruchten plukt van economische vooruitgang, hoezeer het ook lang niet klaar is met armoedebestrijding en hoezeer openbare voorzieningen nog tekortschieten. Het beste wat de Brazilianen nu kunnen doen is inderdaad: het stof afschudden en doorgaan. Ze mogen zich verheugen op de Olympische Spelen. Die zijn er al over twee jaar, in Rio de Janeiro.