Argentijnse regering ziet voetbal als eerste levensbehoefte

Los van het voetbal zijn Argentijnen best op Nederland gesteld. Ze bewonderen ons om de rijkdom en stabiliteit. Van hechte politieke banden is geen sprake. Voor de Argentijnse regering is het prettig dat voetbal afleidt van de economische problemen.

Tangodansers in de wijk San Telmo, in de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires. Foto Bloomberg

Naar verwachting bijna driehonderd Nederlanders verzamelen zich vanavond in bar Van Koning in Buenos Aires. In de taverne in de Argentijnse hoofdstad – met aan de muur een portret van koningin Máxima – kijken ze naar Nederland-Argentinië. Er gelden „aangescherpte huisregels”, aldus de invitatie. Elke Oranjefan mag maximaal één Argentijn mee naar binnen nemen en de Nederlandse organisatoren hebben politieversterking gevraagd. Je weet immers maar nooit hoe een Oranjefeestje valt op 13.000 kilometer van huis tussen 42 miljoen voetbalmaffe Argentijnen.

In ‘vredestijd’ is de Argentijn best gesteld op Nederlanders. De inwoners van het achtste land ter wereld – 82 keer zo groot als Nederland – bewonderen het kleine Nederland vanwege zijn stabiliteit en rijkdom. Ze denken dat de inwoners zich er aan de regels houden – dat vinden ze bijzonder. Minder begrip hebben ze er voor dat Nederlanders zich straffeloos suf kunnen blowen en raamprostitutie toestaan.

De politieke banden tussen beide landen zijn deze eeuw beroerd. Nederland wordt door de huidige progressieve Argentijnse leiders – aanhangers van de Boliviaanse revolutie op het continent – gezien als een traditionele monarchie die een neoliberaal beleid voert. Tijdens het staatsbezoek dat toenmalig koningin Beatrix samen met Willem-Alexander en Máxima in 2006 bracht aan Argentinië – het eerste in de historie – bleef de toenmalige Argentijnse president Néstor Kirchner zelfs ostentatief weg toen de vorstin hem een dansvoorstelling aanbood in het beroemde Argentijnse theater Colón.

Dat uitgerekend de in 1971 in Buenos Aires geboren Máxima Zorreguieta sinds ruim een jaar koningin is in de Europese polder vertedert de boulevardpers en met name de Argentijnse elite. Zij vinden het knap dat het meisje uit de gegoede middenklasse zich door een huwelijk toegang tot een Europees vorstenhuis heeft verschaft.

Op enkele Argentijnse mensenrechtenactivisten na snappen de Argentijnen trouwens ook niet waarom veel Nederlanders zo aandringen op de vervolging van de voormalige staatssecretaris van landbouw ten tijde van de junta en vader van Máxima, Jorge Zorreguieta. Natuurlijk jokt de 86-jarige Zorreguieta als hij zegt dat hij destijds niets wist van gedwongen verdwijningen tijdens het militaire bewind (1976-1982) maar dat is nog geen reden hem voor de rechter te brengen. Er zijn nog ruim duizend Argentijnen die inmiddels zijn aangemerkt als verdachte van ernstige misdrijven en wachten op hun proces. Er is weinig kans dat Zorreguieta ooit nog strafrechtelijk aan de beurt zal komen.

De economische betrekkingen tussen beide landen zijn oud. De Argentijns-Nederlandse Kamer van Koophandel viert dit jaar haar 95-jarig bestaan. Grote Nederlandse bedrijven als Shell, Philips en Unilever zijn al tientallen jaren aanwezig in Argentinië maar veel nieuwe economische activiteiten hebben ze de laatste jaren niet ontplooid. De Nederlandse ambassadeur in Argentinië, Hein de Vries, verwacht overigens wel dat de bilaterale handelsbetrekkingen de komende jaren zullen toenemen. In november bezoekt een Nederlandse handelsmissie Argentinië. „Er valt in dit land nu eenmaal veel geld te verdienen.”

De Vries waakt over de belangen van zo’n tweeduizend Nederlanders in dit Zuid-Amerikaanse land. Dat zijn er veel minder dan de inwoners uit de meeste andere Europese landen in Argentinië.

Waar de Oranjegekte in Nederland vooral wordt benut als een marketingtool van supermarkten, banken of bierbrouwers, is het voetbal in Argentinië een staatsaangelegenheid. Sinds vijf jaar heeft de regering het programma Fútbol para Todos. De overheid koopt de voetbalrechten en alle wedstrijden van clubs en nationaal elftal worden gratis op de staatsomroep uitgezonden. Voetbal is immers een eerste levensbehoefte. De sport leidt ook fijn af van de economische problemen. Op dit moment onderhandelt de regering in New York over terugbetaling van schulden aan hedgefondsen. Een faillissement dreigt.

De Argentijnen zullen er alles aan doen Oranje vandaag – Onafhankelijkheidsdag – te verslaan. Toch zullen ze het niet als een schande ervaren om te verliezen van de ‘naranja mecánica’, de geoliede Oranje voetbalmachine. Een nederlaag tegen eerdere tegenstanders van Argentinië op dit WK zoals Bosnië en Herzegovina, Iran of België zou niet zijn geaccepteerd.

Echt risico lopen eventueel juichende Oranje supporters vanavond dan waarschijnlijk ook niet in Argentinië. De Argentijn gooit zich ook niet vol met bier tijdens het kijken naar een wedstrijd. Hij vult een beker met blaadjes en knoppen van de mate-plant, gooit er warm water op en drinkt het spul via een ijzeren rietje.

De Argentijn heeft ook een stuk minder frustraties over voetbal dan de Oranje-supporter. Het land werd al twee keer wereldkampioen: in 1986 toen men in de finale West-Duitsland versloeg en in 1978 toen Nederland het hoofd moest buigen.