. Verhuizen naar Amerika is een helse onderneming

Voor het werk naar het buitenland. Leuk, maar hoe doe je dat, een nieuw bestaan opbouwen?

Ik leef de droom. Tenminste, als ik iedereen moet geloven. Iedereen behalve mijn moeder, die vond mijn voornemen om naar New York te verhuizen wat minder inspirerend en reageerde met een zuchtend: ‘Moet dat nou?’ Maar ze was de enige. Alle andere keren ging het als volgt:

Ik: „Mijn vriend en ik vertrekken naar New York om daar te wonen en werken.”

Iedereen: „Dat is toch de droom, hè?”

Iedere keer weer. Zonder uitzondering.

Ergens halverwege de voorbereidingen beseften mijn vriend en ik waarom. Verhuizen naar Amerika is een helse onderneming. Hels. Het soort waarvan je moet dromen, maar nooit daadwerkelijk moet doen.

Blijkbaar wist iedereen dat al.

Bij ons begon het te dagen toen we werden weggestuurd bij het Amerikaanse consulaat in Amsterdam zonder het aangevraagde visum.

We wisten dat Amerikanen op z’n zachtst gezegd niet heel scheutig zijn met verblijfsvergunningen. Je moet er je stinkende best voor doen (of heel veel geld hebben). Maar wij hebben de mazzel dat we journalist zijn, voor ons soort bestaat een persvisum. Dat is verre van een green card – je kunt er nog geen videotheekpas mee aanvragen, laat staan Obamacare – maar je mag er wel mee werken.

Tien jaar eerder had ik al eens zo’n persvisum aangevraagd. Ik vloog toen regelmatig naar LA voor filmjunkets (idiote dagen waarop een mannetje of acht aan één tafel om de beurt de ster of regisseur vragen stelt). Meestal een klusje van niks waarbij je langer aan het zwembad ligt dan je daadwerkelijk een acteur mag spreken, maar volgens de Amerikanen was het werk en daar had je een vergunning voor nodig. Binnen een paar dagen had ik een visum op zak.

Hoe anders was het dit keer.

Niet alleen zijn Amerikanen strenger geworden, ook mijn situatie is veranderd. Ik werk niet meer voor een baas, maar voor mezelf. Net als mijn vriend. Sommige mensen vinden dat indrukwekkend, Amerikanen niet. Zelfs niet nadat we ze hadden overstelpt met brieven van opdrachtgevers die bevestigden dat wij zéér belangrijk werk voor ze moesten gaan doen.

Niet genoeg, besloot de stugge Amerikaanse ambtenaar achter het loket. Hij had een contract nodig. En ja, hij wist dat contracten voor freelance journalisten niet gebruikelijk zijn.

Next please.

Het was de eerste keer in het hele emigratieproces dat we tegen een muur van bureaucratische rompslomp aanliepen. En niet de laatste. Ik ben nog steeds bang dat ik iets ben vergeten.

Maar één ding is gelukt. We gingen met een stapeltje freelancecontracten terug naar de stugge ambtenaar. Dit keer kregen we een knikje.

Een maand geleden kwam ik aan op JFK. Pal naast mijn nieuw glimmende visum kwam een stempel. Ik mocht doorlopen, Amerika binnen.

En dat was toch de droom, hè?