ADHD-rumoer met robots

Robots lijken op elkaar, zeker wanneer ze allemaal de stem hebben van Darth Vader. De één heeft blauwe ogen, de andere een bierbuik en een baard van schroeven en moertjes, maar in de maalstroom van glimmend en ontploffend metaal van Transformers: Age of Extinction verlies je al snel elk overzicht.

Als Inception in 2010 bewees dat videogames en internet jonge kijkers rijp hebben gemaakt voor complexe puzzelactiefilms, toont het succes van de Transformers – over invouwbare reuzenrobots – dat totale chaos eveneens verkoopt. In ADHD-spektakel Age of Extinction doet regisseur Michael Bay geen enkele poging meer tot structuur, logica, variatie, causaliteit of eenheid van tijd of plaats. Gewoon doordenderen terwijl de camera in het rond maait en een Japanse drumband overuren maakt. Racen we over een fabrieksterrein? Volgende shot zijn we in een maïsveld. Ging in het vorige deel Chicago in puin? Doen we nog eens. Waar de robotdino’s vandaan komen die opeens door Hongkong ploegen? Iets met een profetie.

Na het redden van de mensheid in deel drie zijn de brave Autobots ondergedoken vanwege een complot van de CIA, multinational KSI en Lockdown, een alien die rondvliegt in een intergalactische martelkamer, vraag niet waarom. Weduwnaar Cade (Mark Wahlberg) is ditmaal het mens dat de robots voor de voeten mag lopen, vooral omdat hij een dochter heeft met pruillip, hotpants en lange benen waar de camera mooi achter kan staan als er een dialoog dreigt. Op zijn Texaanse ranch lapt Cade de kapotte Autobot Optimus Prime op, terwijl KSI Galvatrons produceert, die gehackt zijn door Megatron, baas van de stoute Decepticons, en een bom de mensheid dreigt te veranderen in muterend metaal om foute Transformers van te maken.

Of zo. Transformers: Age of Extinction valt niet na te vertellen: elk situatie wordt namelijk opgelost met een deus ex machina. Enig doel van deze mechanische ervaringscinema is het verpulveren van zintuigen, emoties en ratio. Hoe voelt dat? Denk aan een eindeloze lopende band omgeven door lassende, beukende en zagende robots. Of aan tweeënhalf uur vastgebonden zijn aan een heipaal op een autosloperij bij zonsondergang – Michael Bay is zo verzot op ‘magisch licht’ dat de zon in zijn film onophoudelijk ondergaat.

Goed werk dus: dit vierde Transformerdeel ligt op koers om de hitfilm van 2014 te worden. Al was het maar omdat je na afloop, net als een van de personages, nog slechts „this stuff is nighmare-shit” kan kreunen.