Actie EU-kopgroep tegen jihadi’s

Er komt een actieplan van acht EU-landen, ook Nederland, tegen terugkerende jihadi’s. Onderdeel is de omstreden opslag van passagiersdata.

Nederland wil een omstreden EU-voorstel voor het opslaan en delen van passagiersdata nieuw leven inblazen. Het is een reactie op de dreiging van jihadstrijders. In Milaan sprak minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) gisteren met zeven EU-collega’s een ‘actieplan’ af voor aanpak van Europese jihadi’s die vechten in Syrië en weer terugkeren.

Eén van de afspraken in het plan is dat lidstaten gegevens van vliegtuigpassagiers moeten verzamelen. Dit ligt gevoelig: vorig jaar strandde een voorstel van de Europese Commissie om ‘passenger name records’ op te slaan in het Europarlement. Europarlementariërs vonden dat het verzamelen van dergelijke data (zoals naam, reisdatum, bagage van passagiers) de burgerrechten in gevaar brengt. Ze staakten de behandeling van het voorstel.

Maar Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Polen en Denemarken, landen die zich zorgen maken over jihadreizigers, willen nu haast maken. „De situatie is urgent. De tijd van praten is voorbij, het gaat om doelen, om concrete acties”, zo laat Opstelten weten. Hij hoopt dat de overige 20 lidstaten de ‘kopgroep’ van acht zullen volgen.

Momenteel staan Europese luchtvaartmaatschappijen passagiersgegevens over vluchten naar de Verenigde Staten, Canada en Australië af aan die landen. Het akkoord tussen EU en VS hierover kwam in 2011 tot stand, na jaren van politiek en juridisch gesteggel. Maar over vliegverkeer naar Europa en binnen Europa verzamelt de EU nog niet op systematische basis data. In het Commissie-voorstel, dat door het EU-parlement werd afgeschoten, staat dat alle lidstaten vlieggegevens moeten opslaan en met elkaar moeten delen. Mogelijk pakt het nieuw gekozen Europarlement het plan weer op.

De ‘kopgroep’ wil hier niet op wachten en al beginnen. Nederland kreeg eind vorig jaar 5,7 miljoen euro subsidie van de Europese Commissie voor de inrichting van een ‘passenger information unit’. De Tweede Kamer heeft nog niet ingestemd met het opzetten van zo’n nationale database. Indien de Kamer geen toestemming geeft, zal het EU-geld „geretourneerd worden”, zo beloofde de minister de Kamer in april in antwoord op vragen van Kamerlid Gerard Schouw (D66) die zich zorgen maakt over de privacy van burgers. Ook andere nationale parlementen moeten nog akkoord gaan.

De acht regeringen willen ook via het Schengen Informatie Systeem (SIS) en via Europol meer data over jihadi’s verzamelen. Hierover wordt in EU-verband al gesproken, maar „we gaan het tempo nog verder opvoeren”, zegt Opstelten.

In het SIS wordt bijgehouden wie de vrij-reizenzone Schengen binnenkomt en verlaat. Maar er staat niet bij of de reiziger door een lidstaat in de gaten wordt gehouden vanwege jihadistische activiteiten. Deze informatie willen de landen nu in het systeem gaan zetten, vooruitlopend op precieze EU-regels hierover.

Ook het zogenaamde ‘Focal Point Terrorist Travel’ van politieorganisatie Europol moet volgens de acht landen beter worden benut. Er moet een „overzicht van Europese Syriëgangers” ontstaan, schreef Opstelten onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Het aantal Europese Syriëgangers wordt geraamd op 3.000.

Het ontbreken van zo’n overzicht werd pijnlijk duidelijk bij de aanslag op het Joods Museum in Brussel, eind mei. Na de arrestatie van de Franse verdachte Mehdi N. zei de Belgische federaal procureur dat N. tot zijn arrestatie „niet bekend” was bij de Belgische veiligheidsdiensten. Oud-Syriëstrijder N. werd wel door de Franse diensten in de gaten gehouden.

Behalve over het verzamelen van gegevens gaat het actieplan van de acht landen ook over de preventie van radicalisering van moslims. Ze willen nauw samenwerken bij het afsluiten van jihadistische websites en het tegengaan van jihadpropaganda.