‘75 procent denkt dat een bommelding vals alarm is’

Dat stond vorige week maandag in een artikel in Het Parool

illustratie Robin Héman

De aanleiding

Een bommelding in De Bijenkorf in hartje Amsterdam, twee weken geleden. Het warenhuis werd ontruimd. Schrijfster Manon Sikkel was die woensdag in De Bijenkorf en zag mensen nauwelijks reageren op het alarm, onder wie ook haar eigen dochter. Sikkel schreef er een artikel over in Het Parool. „Bij het horen van een alarm denkt 75 procent van de mensen dat het vals alarm is”, staat in het artikel van 30 juni. We checken hier of dit percentage klopt.

Waar is het op gebaseerd?

Sikkel heeft het percentage uit onderzoek van de Canadese onderzoekster Guylène Proulx (1960-2009), vertelt ze. Proulx was een autoriteit op het gebied van brandveiligheid, ze publiceerde vele onderzoeken over dit onderwerp. Sikkel mailt haar aantekeningen en bronnen.

En, klopt het?

Het percentage komt uit een onderzoek van Proulx dat zij publiceerde in 1994, waarin zij een ontruimingsoefening in drie appartementencomplexen in drie Canadese steden onderzocht. Daaruit bleek dat minder dan 25 procent van de bewoners het geluid van het brandalarm interpreteerde als een „mogelijke indicatie van een echte noodsituatie”.

Het is niet bekend hoe de overige 75 procent van de bewoners het alarm interpreteerde. Dachten zij dat het vals alarm was? Dat staat niet vermeld.

Het grote aantal ‘hinderlijke’ alarmen (zoals valse alarmen, testalarmen en brandoefeningen) is een reden voor bewoners geen actie te ondernemen als een echt brandalarm klinkt, schrijft Proulx. ‘Het probleem met een loos alarm is dat bewoners na verloop van tijd de neiging hebben om het vertrouwen te verliezen in het systeem’, schrijft Proulx in een van haar onderzoeken. Wanneer ze het brandalarm horen, gaan ze er automatisch van uit dat het een vals alarm is.

De bewoners werd gevraagd wat ze deden nadat ze het brandalarm en de sirenes van de brandweerwagens hoorden. De meest genoemde antwoorden: ‘even in de gang kijken’, ‘waardevolle spullen verzamelen’, ‘aankleden’, ‘kinderen zoeken’ en ‘huisdieren zoeken’.

Het klopt dat de meerderheid een brandalarm in een openbaar gebouw niet zal associëren met de noodzaak tot evacuatie, zegt Margrethe Kobes, senior onderzoeker bij het Instituut Fysieke Veiligheid.

Het signaal van een brandalarm geeft te weinig duidelijke informatie, aldus Kobes, die in 2010 promoveerde op menselijk vluchtgedrag tijdens een brand. Mensen hebben meer informatie nodig over de ernst van de situatie en directe instructies bij wat ze moeten doen.

Kobes: „Uit meerdere incidenten blijkt dat zelfs het zien van vlammen en rook niet leidt tot het besef dat je je zo snel mogelijk uit de voeten moet maken.” Als voorbeeld geeft ze de brand op de tribune van voetbalstadion Euroborg in Groningen in 2008: fans reageerden afwachtend en bleven op de tribune.

Kobes noemt twee belangrijke redenen voor de lakse reactie op een brandalarm:

Onduidelijkheid over de ernst van het incident, wat leidt tot normalcy bias: in situaties waar het gevaar niet direct duidelijk is, is er de neiging om het probleem te ontkennen en te geloven dat alles normaal verloopt.

Uit experimenten blijkt dat mensen nauwelijks reageren op signalen van gevaar als anderen dat ook niet doen. Dit wordt het bystander effect genoemd. Pas wanneer iemand op overtuigende wijze reageert, wordt het effect doorbroken en volgen de anderen.

Conclusie

75 procent van de mensen denkt bij een alarm dat het vals alarm is, stond onlangs in Het Parool. Dit is gebaseerd op een Canadees onderzoek: bij een brandalarm in drie appartementen interpreteerde minder dan 25 procent van de bewoners het geluid van het brandalarm als een mogelijke noodsituatie. Er staat dus niet letterlijk dat 75 procent van de mensen dacht het om een loos alarm ging, maar dat is wel de logische consequentie van het onderzoek. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.