Column

Slaapplek

Het Nederlands elftal moet het vertrouwde vijfsterrenhotel in Rio de Janeiro verlaten. De FIFA gaat bobo’s en hoogwaardigheidsbekleders in de kamers plaatsen.

Belangrijke mensen gaan kennelijk voor belangrijke voetballers.

De spelers en begeleiders balen van hun noodgedwongen vertrek. Het was hun huis geworden, dat Caesar Park Hotel aan het strand van Ipanema. Ik was zelf erg gehecht geraakt aan de hoofdingang. Met name de filmpjes van de nachtelijke aankomsten van de selectie waren een lust voor het oog.

Vermoeide spelers in de ogen kijken na een lange vlucht. Arjen Robben met zijn razendsnelle rolkoffer. Krul die niet wist hoe hij moest kijken toen zijn naam door fans werd gescandeerd.

Eenmaal binnen waren de spelers weer veilig. Home sweet home.

Het hotel stond niet te boek als een heel strak hotel. Ondanks de vijf sterren was het binnen redelijk informeel. De kamers waren niet overdadig luxe.

Een sprei op leeftijd, een formica kast, een bedlampje zonder smaak.

Natuurlijk zit iedere voetballer in zijn kamer vooral met zijn mobieltje en zijn laptop op schoot. Dat is het contact met de buitenwereld. Het vertrouwde gevoel in een hotel haal je uit de manier waarop de baliemedewerkster haar haar heeft zitten. Hoe ruw je handdoek is. En hoe de ‘pling’ van de liftdeur klinkt als hij openschuift.

Het basiskamp is verlaten.

Het is nog onduidelijk waar het Nederlands elftal na woensdag slaapt in Brazilië, las ik in een officieel bericht. Het hangt af van het resultaat.

Oranje gaat nu pas echt op reis. Niet weten waar je ’s nachts slaapt. Heerlijk. Het wordt leven vanuit de koffer. Daarin zitten je eigen spullen. Zacht gedag zeggen tegen je tandenborstel. Samen zingen met je scheerapparaat.

De kleedkamer in het stadion wordt het tijdelijk onderkomen, met de dug-out als balkon en het veld als onmetelijke binnenplaats. Het veld, dat is de plek waar de selectie zich vooral thuis moet voelen. Daar moet het gebeuren.

Waar slapen? Ach, wat doet het er nog toe in deze onvoorstelbare week.