Wachten tot Google de server een rotschop geeft

Mayday, mayday, Google is down! Afgelopen vrijdag ging het wereldwijd mis met Googles zoekmachine. Wie naar google.com ging, kreeg 10 minuten lang een cryptische foutmelding te zien. Error 500, een onbekend intern probleem met een server volgens het error-handboek. Oftewel: geen flauw idee wat er aan de hand is.

De oprisping bij de zoekmachine leverde een stroom tweets op à la ‘wie heeft er aan de kabel gezeten?’ Lang leve Twitter (dat zelf op 11 maart nog de geest gaf).

Grote webdiensten struikelen. En hoe. Google maar eens op ‘Google down’. De fout van afgelopen week was vrij beperkt: het ging alleen mis op de pc, de mobiele diensten deden het wel. Wie perse iets te zoeken had, kon uitwijken naar Bing ,Yahoo of DuckDuckGo, ‘de zoekmachine die je niet volgt’. Die laatste is sowieso een aanrader.

Hameren op F5

Een error op z’n tijd kan geen kwaad. Zo besef je weer eens hoe breekbaar het netwerk is waar we ons hele hebben en houden aan gekoppeld hebben. In de dagen van de cloud wordt het denkwerk verricht door servers ver buiten handbereik, die zelden zeggen wat er aan mankeert. Ondertussen blijf je maar op F5 hameren om de browser te verversen. Net zolang totdat iemand bij Google wakker wordt en die server een rotschop geeft.

Ligt het aan Google of ligt het aan mij? Als je daaraan twijfelt, kijk dan naar websitedown.info of isitdownrightnow.com. In het pc-tijdperk wist je tenminste zeker wanneer het foute boel was. Met enige weemoed bekijk ik plaatjes van de Moeder aller Foutmeldingen: het blue screen of death, de melding waarmee Windows zo vaak de geest gaf. Je moet het wel heel bont maken wil je dit dodenmasker in Windows 8.1 tegenkomen maar hij is er nog wel.

Mac-gebruikers werden af en toe getrakteerd op een kernel panic – is ook me al  jaren niet meer gebeurd. En hele oude Macintosh-computers presenteerden een symbool van een treurig Macje dat zijn laatste adem uitblaast. De enige optie: opnieuw opstarten en hopen dat ie het doet.

De reboot is kwijt

De reboot-knop - uithuilen en opnieuw beginnen - zijn we aan de webdiensten kwijtgeraakt. De gebruiker wordt afgeschermd van ‘harde’ technologie. We zijn overgeleverd aan de nukken, grillen en kwetsbaarheden van de techneuten aan de andere kant van de lijn.
Hoe groot die afhankelijkheid is bleek vorige week tijdens de rel over een Facebook-onderzoek. Het sociale netwerk had geëxperimenteerd met het type berichten in de nieuwsfeed, om te kijken hoe 700.000 leden op positieve en negatieve impulsen reageren. Het onderzoeksresultaat was weinig opzienbarend, de ophef wel. Hoe had Facebook durven spelen met de gevoelens van mensen, zonder dat ze daar in gekend waren?

Dat is een naïeve reactie. De wereld van gratis webdiensten is één lange reeks A/B-testen, waarin gebruikers continu gemanipuleerd worden om nieuwe functies te proberen of klikpaden te verkennen. Het beroemdste voorbeeld is Marissa Mayer – nu baas van Yahoo - die in haar periode bij Google 41 kleuren blauw liet testen, om te zien welke tint het beste bij de Google homepage zou passen. Gebruikersdata vormen de heilige graal.

Optimaliseren

We zitten gevangen in een browserversie van The Matrix; één groot marketingonderzoek. Meestal helpen we webdiensten een handje door keurig aan te vinken dat we ze toestemming geven om onze gegevens te gebruiken ‘om gebruikerservaringen te optimaliseren’.
Google voert jaarlijks vijfduizend tests uit op zijn zoekmachine, vertelde Hal Varian, het brein achter de Googlenomics, ooit in een interview aan NRC. Wie weet ging vrijdag daarom de server wel plat. Experiment geslaagd, patiënt overleden. Snel herstarten.

PS: gelukkig zitten er genoeg gaten in The Matrix.