Zes redenen waarom we vanavond Die Mannschaft moeten steunen

De spelers van Die Mannschaft gisteren op de laatste training voorafgaand aan de halve finale in het stadion in Belo Horizonte. Foto Reuters / Leonhard Foeger

De eerste halve finale van het WK gaat vanavond vanaf 22.00 uur tussen gastland Brazilië en Duitsland, traditioneel onze aartsrivaal. Vroeger zouden we zeker voor de vaak swingend spelende Brazilianen zijn geweest, maar op dit WK is alles anders. Zes redenen waarom we vanavond Die Mannschaft moeten steunen. (Lees hier een Duitse vertaling van dit stuk).

1. Brazilië speelt onsympathiek, Duitsland op z’n Hollands
Van thuisland Brazilië werd op dit WK sambavoetbal van weleer verwacht, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het spel van de Brazilianen erg tegenvalt. De 22-jarige sterspeler Neymar, die door een blessure vanavond ontbreekt tegen de Duitsers, blonk nog wel uit met vier goals in vijf wedstrijden, maar de rest van de Seleção imponeert niet. Brazilië heeft veel moeite vloeiend aanvalsspel te spelen, hoewel de kwartfinalewedstrijd tegen Colombia (2-1) wel de beste wedstrijd van het gastland tot nu toe was.

Voor Duitsland geldt bijna het tegenovergestelde. Die Mannschaft van bondscoach Löw heeft traditioneel de reputatie degelijk, maar saai en lelijk voetbal te spelen (en onverdiend in de laatste minuut te winnen). Dit WK proberen de Duitsers echter aanvallend en aantrekkelijk te spelen, zoals Oranje voorheen altijd probeerde te doen. Dat lukte soms wel (denk aan de 4-0 tegen Portugal), maar niet altijd. Nieuw is dat in Duitsland mooi voetbal nu ook van het Duitse elftal wordt geëist, soms tot irritatie van de spelers (hieronder een fragment uit een interview met verdediger Mertesacker na de wedstrijd tegen Algerije):

2. De arbitrage is op de hand van Brazilië
Het gebeurt natuurlijk vaker dat scheidsrechters op een WK - onder grote druk van het publiek op de tribunes - geneigd zijn in het voordeel te fluiten van het thuisland. Dat gebeurde ook op dit WK en dat maakt Brazilië, of ze er nu zelf echt iets aan kunnen doen of niet, automatisch minder sympathiek. In ieder geval twee wedstrijden van Brazilië werden gekenmerkt door dubieuze arbitrale beslissingen:

  • In de openingswedstrijd tegen Kroatië krijgen de Brazilianen bij een 1-1 stand een onterechte penalty van de Japanse arbiter Yuichi Nishimura: aanvaller Fred laat zich vallen, waarna de strafschop wordt benut door Neymar.
  • In de kwartfinale tegen Colombia speelde Brazilië erg hard, maar werd het land daarvoor amper gestraft door de Spaanse scheidsrechter Carballo. The Daily Mail telde 54 overtredingen in de wedstrijd, waarvan de meeste (31) werden gemaakt door de Brazilianen. Pas in de slotfase gaf Carballo doelman Julio César en aanvoerder Thiago Silva geel. Bovendien was het geven van de vrije trap waar de 2-0 uit voortkwam omstreden.

Toegegeven: de Engelse arbiter Howard Webb deed het in de achtste finale tegen Chili wel goed en durfde een duikelpartij van Hulk te negeren en een goal van dezelfde Hulk af te keuren. De arbitrage van vanavond belooft weer niet heel veel goeds: scheidsrechter bij Brazilië - Duitsland is de Mexicaan Marco Rodriguez, die in de wedstrijd Uruguay - Italië de beet van Suarez miste.

3. Wij moeten Scolari niet (en hij ons niet)
De Braziliaanse bondscoach Felipe Scolari is niet onze vriend. Scolari was de coach van Portugal toen dat land ons op twee eindtoernooien op rij (EK 2004, WK 2006) uitschakelde in de knock-outfase. Het waren bikkelharde, onsportieve wedstrijden waar we allemaal een nare smaak aan overhielden. Die van 2006 sprong eruit met vier rode en acht gele kaarten. Deze pijnlijke nederlagen waren op z’n minst voor een deel het werk van Scolari.

Tussen Scolari en Oranje botert het op dit WK ook nog niet echt. Toen Van Gaal zijn beklag deed over het feit dat Brazilië (als groepswinnaar A) in de achtste finales later op de avond speelde dan Nederland (winnaar groep B) en daardoor voordeel zou hebben, werd Scolari op een persconferentie woedend en zei hij:

“De reacties zijn dom en ingegeven door kwade bedoelingen. We kunnen onze tegenstander helemaal niet uitzoeken. We moeten spelen om te winnen.”

Scolari gisteren op de laatste persconferentie voor de halve finale tegen Duitsland.

Scolari gisteren op de laatste persconferentie voor de halve finale tegen Duitsland. Foto AFP / Odd Andersen

4. Onze Anti-Duitse gevoelens zijn echt gedateerd
De Tweede Wereldoorlog is nu wel heel lang geleden en daardoor worden de Moffengrappen steeds flauwer. De vijandigheid tegen de Duitsers is ook gespeeld en hypocriet: met geen land ter wereld handelen we zoveel. Zo is Nederland de belangrijkste exporteur naar Duitsland en cumulatief ook de grootste investeerder in het land (bron: CBS en Bundesbank). Verder gaan ook deze zomer, net als alle andere zomers, de meeste Nederlandse vakantiegangers richting Duitsland. In 2012 gingen nog ruim twee miljoen Nederlanders voor een lange vakantie naar de oosterburen.

Ook belangrijk: de liefde is wederzijds. De Duitse media zijn dit WK vol lof over Oranje. De Frankfurter Allgemeine Zeitung schreef over de gewonnen kwartfinale tegen Costa Rica: “Met de inbreng van Krul heeft Van Gaal aangetoond – hij heeft nu 21 van zijn 23 spelers ingezet – dat niet de elf beste spelers wereldkampioen worden, maar de beste 23.” Die Zeit rekent Nederland tot “de grote vier” voetballanden: “Und so sind am Ende dieses aufregenden Turniers doch die Großen im Halbfinale wieder unter sich.” De Süddeutsche Zeitung kwam haast superlatieven tekort:

“De kwartfinale leek op een bekerwedstrijd tussen een club uit de Bundesliga en een vierde divisionist, zo flink werden de Costa Ricanen ingesnoerd.”

Twitter avatar vos115 Christiaan Vos Toch is Duitse pers geweldig: Robben wahnsinn. Die houden we er in. #wk2014 http://t.co/kfYMVMv64Q

5. Eerste Europese wereldkampioen in Latijns-Amerika
Een andere reden om vanavond voor Duitsland te zijn is de kans op een volledig Europese finale. Dat zou betekenen dat een Europees land zondag wereldkampioen voetbal gaat worden in Latijns-Amerika, iets wat niet eerder in de geschiedenis gebeurde. Het WK werd zes keer eerder georganiseerd in Latijns-Amerika en zoals uit onderstaand lijstje blijkt was altijd een ploeg van het eigen continent de beste:

  • 1930: Uruguay wint WK in Uruguay
  • 1950: Uruguay wint WK in Brazilië
  • 1962: Brazilië wint WK in Chili
  • 1970: Brazilië wint WK in Mexico
  • 1978: Argentinië wint WK in Argentinië
  • 1986: Argentinië wint WK in Mexico

Een Europese wereldkampioen in Latijns-Amerika zou in een trendbreuk passen: Spanje was vier jaar geleden de eerste Europese ploeg die buiten het eigen continent (in Zuid-Afrika) wereldkampioen werd door Nederland te verslaan.

De Braziliaan David Luiz viert de 2-0 tegen Colombia met een 'Huntelaartje'.

De Braziliaan David Luiz viert de 2-0 tegen Colombia met een ‘Huntelaartje’. Foto Reuters / Leonhard Foeger

6. Oranje kan afrekenen met alle spoken uit het verleden
Dit WK biedt Nederland - mits Duitsland de finale haalt - een uitgelezen kans om af te rekenen met alle demonen uit het verleden. Tegen Costa Rica rekenden we opnieuw af met het penaltysyndroom, hoewel we de laatste keer (kwartfinale EK 2004 tegen Zweden) natuurlijk ook al wonnen. Mooier is dat we dit jaar alle landen die ons ooit wisten te verslaan tijdens een WK-finale kunnen terugpakken. Met Spanje (verlies in WK-finale 2010) deden we natuurlijk al op vrijdag 13 juni en niet zo zuinig ook: 5-1.

In de halve finale van morgen tegen Argentinië kunnen we (opnieuw) revanche nemen voor de verloren finale van ’78. De Argentijnen zetten toen naast goed voetbal ook intimidatietactieken in om Oranje van z’n stuk te brengen. Nu van Argentinië winnen op het Zuid-Amerikaanse continent zou daarom lekker zijn (hoewel we de Argentijnen op het WK van ’98 ook al wisten te verslaan). De hoofdprijs zou natuurlijk zondag een WK-finale tegen Duitsland zijn, precies veertig jaar na het trauma van ’74. En die dan winnen, dat is de ultieme wraak op de geschiedenis.