Toen: ‘Ik adviseerde waar ze moesten overstappen’

Het mooiste aan het treinkaartje vindt hij de herinneringen die terugkomen bij het uitruimen van je portemonnee. „Het kaartje van een oud tripje. Prachtig. Ik ga straks niet verliefd kijken naar mijn transactieoverzicht, om te zien waar ik ook alweer geweest ben de afgelopen maanden.”

Dus kocht Vincent Wever, die „bijna dagelijks” met de trein reist, tot nu toe zijn kaartjes gewoon nog bij de automaat. „Ik weet van tevoren vaak waar ik naar toe wil en hoef me nooit druk te maken of ik vergeten ben uit te checken. Gek word ik van die gedachte.”

Nee, verzameltechnisch is er niets aan die ov-chipkaart, vindt ook Willem Boorsma. Hij is treinkaartjesverzamelaar. In zijn huis in Franeker heeft hij 100.000 kaartjes: 300 ringbanden „en nog wat ladekastjes” vol. Van de kleurige kartonnen Edmondsonkaartjes (die tussen 1857 en 1982 werden gebruikt) tot het treinkaartje op kettingpapier, dat op 25 maart 1992 voor het laatst uit de kaartjescomputer TA1069 van het Friese Buitenpost rolde.

Willem Boorsma verzamelt alles. Voor zijn collectie reist hij twee keer per jaar naar internationale treinkaartjesbeurzen. „Toen in 1982 het karton eruit ging, besefte ik hoe mooi die kaartjes waren. De kleuren, de motieven, de verschillende soorten.” Vandaag stapt hij in de trein, de bestemming maakt hem niet uit. „Ik laat de laatste kans om met papier te reizen niet aan me voorbij gaan. En ik laat het kaartje zoveel mogelijk door de conducteur stempelen.”

Het bemachtigen van het laatste papieren treinkaartje van vandaag zal niet zo moeilijk zijn. Nee, dan het vinden van het oudste kaartje uit 1839. Toen reed de eerste trein van station d'Eenhonderd Roe in Amsterdam naar Haarlem. Het Spoorwegmuseum is al zo lang het bestaat, sinds 1927, op zoek naar „de heilige graal”. „25.000 euro heb ik over voor een kaartje uit 1839”, zegt conservator Jos Zijlstra. „Ik zoek naar een klein stukje papier, niet groter dan een vloeipapiertje.”

En dan is er nog een andere reden om het jammer te vinden dat het papieren kaartje verdwijnt. Oud-conducteur Jan Kuipers denkt dat het vak van conducteur er minder van wordt. „Je kunt straks niet meer zien waar de mensen naartoe moeten. Vroeger knipte ik kaartjes en adviseerde ik altijd waar mensen konden overstappen, hoe laat en op welk perron.”

Veertig jaar lang was hij conducteur op de trein, hij zag tientallen soorten kaartjes langskomen. „Kaartjes knippen was prachtig. Er waren avondkaarten, dagtochten, kriskraskaarten, perronkaartjes.”