Column

Repelsteeltje tussen de sneeuwvlokjes

Donald RumsfeldinThe Unknown Known.

Tot veler verbazing is er tijdens het WK voetbal maar één Nederlandse zender die naast Nederland 1 redelijke goede kijkcijfers behaalt: Nederland 2 blijkt een succesvolle vrijhaven voor voetbalontwijkers, met detectives, Nieuwsuur en goede documentaires.

Gisteren moest ik zelfs mijn breedbeeldbuis handmatig dwingen naar het ongebruikelijke formaat 16:9, voor een echte widescreen bioscoopdocumentaire, The Unknown Known (2Doc, VPRO). Samen met de sprookjesachtige, bijna operateske muziek van Danny Elfman wijst die vorm niet bepaald in de richting van realisme. Het bleek de ideale verpakking voor een interviewfilm met de fabulerende politicus Donald Rumsfeld, die morgen 82 wordt.

Regisseur Errol Morris (Long Island, 1948) maakt er zijn specialiteit van: het ontrafelen van stukjes complexe werkelijkheid in speelfilmverpakking. Morris ontwierp zelfs de interrotron, een apparaat waardoor de geïnterviewde tegelijkertijd de camera en de ondervrager recht aan kan kijken. The Fog of War (2003) paste het procedé toe op de berouwvolle Robert McNamara, minister van Defensie tijdens de Vietnamoorlog. Rumsfeld, minister van Defensie onder Gerald Ford en George Bush jr.,maakt de mist nog dikker. Hij „maakt omwentelingen door een ruimte vol sneeuwvlokjes”, zoals hij zelf zijn onophoudelijke stroom van memo’s placht te noemen.

Veel van die memo’s gaan over taal en dat blijkt het lievelingsdomein van sofist Rumsfeld. Over de vergeefse zoektocht onder zijn leiding naar massavernietigingswapens in het Irak van Saddam zegt hij: „Afwezigheid van bewijs betekent nog niet het bewijs van afwezigheid”. In zijn onnavolgbaar gegoochel met wat bekend is en we niet weten, wat niet bekend is en we wel weten enzovoorts draait hij zichzelf vast en geeft Morris toe dat hij misschien het omgekeerde bedoelt.

Rumsfeld is een overlevingskunstenaar. Hij is trots dat hij net op tijd voor Watergate de staf van president Nixon verliet. Zijn toenmalige assistent Dick Cheney zou hem als vicepresident een kwart eeuw later weer terughalen naar het centrum van de macht.

In Guantanamo Bay is nooit iets gebeurd dat tegen de regels was, maar het Amerikaanse machtsmisbruik in de gevangenis van Abu Ghraib, dat kon echt niet. Tot twee keer toe bood Rumsfeld er vergeefs zijn ontslag voor aan bij Bush. Onzin dat het misbruik overgeslagen was van Guantanamo naar Irak, dat heeft het rapport-Schlesinger afdoende aangetoond, zegt Rumsfeld. Morris leest voor uit het rapport: „Het machtsmisbruik sloeg van Guantanamo over naar Irak”. Rumsfeld lacht charmant en zegt dat hem dat in grote lijnen juist lijkt.

De man roept maar wat, dat is de enige juiste conclusie. Als Morris hem aan het einde van de film vraagt waarom hij eigenlijk daar zit, zegt hij: „Dat is een kwaadaardige vraag! Ik zou het antwoord niet weten.” Het is een meesterlijk documentair sprookje: niemand, niemand weet dat Donald Repelsteeltje heet.