Pokkenvirus uit de jaren 50 gevonden in kartonnen doos in VS

ANP / Robert Vos

Het Amerikaanse Centrum voor Ziektecontrole en Preventie (CDC) heeft buisjes met het pokkenvirus uit de jaren vijftig gevonden in een oude opslagruimte in Maryland. De flacons zijn gisteren overgebracht naar een laboratorium in Atlanta.

Dat meldt persbureau Reuters. Het CDC zegt dat er geen bewijs is dat het virus zich heeft kunnen verspreiden. Voor zover bekend hebben medewerkers van het lab of burgers geen risico gelopen. Mogelijk is het virus onwerkzaam. De zes flacons met het tientallen jaren oude virus lagen goed verpakt ergens in een kartonnen doos.

Vondst blunder voor CDC

Toch is de vondst gênant. In 1980 werd verklaard dat de ziekte uitgeroeid is. En wereldgezondheidsorganisaties dachten dat de enige monsters van het virus lagen opgeslagen in zwaar beveiligde laboratoria in Atlanta en Rusland.

Het is de eerste keer in de VS dat er ongeregistreerde pokkenmonsters zijn ontdekt. Maar het is de tweede keer dat de Amerikaanse gezondheidsorganisatie CDC de mist ingaat met een extreem gevaarlijke ziektekiem. Vorige maand dacht de organisatie dat het miltvuur-monsters naar een verkeerd laboratorium had gestuurd. Daardoor werden mogelijk tientallen werknemers blootgesteld aan het pathogeen. Ze moesten antibiotica nemen.

Nog niet zeker dat het virus onwerkzaam is

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is op de hoogte gesteld van de ontdekking. Pokken kunnen nog dodelijk zijn nadat ze zijn gevriesdroogd, maar meestal moet het virus koud worden gehouden om werkzaam en gevaarlijk te blijven. Het is niet duidelijk of dat is gebeurd; werknemers spreken elkaar tegen. Nader onderzoek moet uitwijzen of het virus nog gevaarlijk is. Dat duurt twee weken. Daarna wordt het virus vernietigd.

Pokken een van de dodelijkste ziekten ooit

De pokken is een van de dodelijkste ziekten uit de geschiedenis. Eeuwenlang ging ongeveer een derde van de besmette mensen eraan dood, onder wie koningin Mary II van Engeland. De meeste overlevenden bleven achter met diepe sneden in hun gezichten. Een wereldwijde vaccinatiecampagne bracht de ziekte uiteindelijk onder controle. Het laatste bekende geval stamt uit 1978, toen een fotograaf van een universiteit, die boven het laboratorium werkte waar met pokken werd gewerkt, door het ventilatiesysteem per ongeluk met het virus in aanraking kwam.

Nadat de ziekte uitgeroeid werd verklaard, werden alle bekende overgebleven monsters van het levende virus overgebracht naar een van de twee zwaar beveiligde laboratoria die het virus mochten bewaren. Sommige wetenschappers zijn daar kritisch over. Ze vinden dat het virus definitief van de aarde moet verdwijnen. Anderen vinden dat de monsters nodig zijn voor onderzoek. Op een recente jaarlijkse meeting besloten de leden van de Wereldgezondheidsorganisatie nogmaals een beslissing hierover uit te stellen.