Minister verzweeg sores bij Vestia voor de Kamer

Minister Spies werd over de Vestia-crisis eerst niet ingelicht door haar voorganger. Later belde bankier Gerrit Zalm haar boos op over haar aanpak.

Er was maar één vraag waar Liesbeth Spies (CDA) gisteren omheen draaide. Had ze niet liever vóór haar aantreden als minister van Binnenlandse Zaken eind 2011 geweten hoe groot de problemen bij woningcorporatie Vestia waren, vroeg de parlementaire enquêtecommissie haar herhaaldelijk.

Spies had het ministerschap „niet willen missen” en ze had „verbazing, verbijstering en boosheid” gevoeld toen haar voorganger Piet Hein Donner meteen na haar beëdiging onder vier ogen vertelde dat Vestia door eigen speculatie met giftige derivaten op omvallen stond. Maar Spies wilde niet zover gaan haar partijgenoot ervan te beschuldigen dat hij het tot dan toe opzettelijk voor haar verzwegen had. Zoals Donner dat overigens wel maandenlang moedwillig voor de Tweede Kamer had achtergehouden, zo zei hij gisteren tijdens zijn eigen verhoor.

Spies vertelde over de chaos rond Vestia en de opvallende bemoeienis van Gerrit Zalm daarmee. De topman van ABN Amro belde haar in het voorjaar van 2012 tot twee keer toe op, omdat hij boos was over hoe het ministerie met de Vestia-crisis omging. „Het was ook de bedoeling dat hij not amused was”, zei Spies met een glimlach.

In haar crisisteam was een truc bedacht om banken die niet wilden onderhandelen over een oplossing toch aan tafel te krijgen. Dat lukte door het waarborgfonds WSW een hypotheekrecht te laten nemen op vrijwel de gehele vastgoedportefeuille van Vestia. Mocht de corporatie failliet gaan, dan waren het niet de banken die als eerste geld zouden krijgen, maar zou dit naar de overheid gaan.

Ook verweerde Spies zich tegen kritiek van de verdachte Marcel de V., de financiële man die Vestia volhing met de producten waaraan de corporatie bijna ten onder ging. De V. had tijdens zijn verhoor gesuggereerd dat de afkoopsom van 2 miljard voor de banken niet nodig was geweest.

Spies maakte duidelijk dat De V. de laatste persoon was die hierover kon oordelen. De deal was „de minst slechte” oplossing en voorkwam dat Vestia, gemeenten, toezichthouders en uiteindelijk het Rijk nog vijftig jaar vastzaten aan contracten die nooit gesloten hadden mogen worden.

Spies informeerde vlak na haar aantreden in december 2011 vertrouwelijk de Tweede Kamer. Donner had dat niet gedaan sinds hij in september van de problemen hoorde, omdat hij deze nog niet kon overzien en geen oplossing had, zei hij. Bovendien verboden de contracten die Vestia met de banken had ingrijpen van de overheid.

De enquêtecommissie bleef zo hangen in haar woede over het zwijgen van Donner destijds, dat uit zijn verhoor nauwelijks helder werd wat hij wel had geweten en hoe hij in de laatste drie maanden van zijn ministerschap met de crisis was omgegaan.