Column

Laten we de boel zelf alvast maar in brand steken

Clark Kerr, voormalig president van Berkeley, legde ooit uit wat je aan het hoofd van een toonaangevende universiteit zoal moet regelen. ‘Parkeerplaatsen voor de medewerkers, seks voor de studenten en sport voor de alumni.’

De opmerking werd in 1957 door Playboy geciteerd en is zo gelukkig voor de eeuwigheid bewaard gebleven. Ik ben er althans blij mee.

Toch moet ik nu verder zwijgen over deze luchtige interpretatie van het leven: jammer genoeg moet ik volwassen worden. Een autoriteit op het gebied van academisch proza liet me per mail weten dat frivoliteiten niet thuis horen in een belangwekkend, volwassen betoog. In de bovenlagen van universiteit en maatschappij, begrijp ik, draait het om de inhoud alleen.

Best. Als ik dan niet meer frivool mag zijn, laat ik dan eerlijk zijn. Ik pakte net het nieuwe boek op van Trudy Dehue, Betere Mensen, dat beschrijft hoe de wetenschap de wereld vorm geeft. Niet alleen door psychiatrische diagnoses te stellen, en daarmee psychiatrische mensentypes tot leven te wekken, maar in het algemeen door mensen te rubriceren, vast te leggen en te ordenen. Stom toevallig viel mijn oog bij het verkennend doorbladeren op een passage waarin Dehue de teloorgang beschrijft van de Academische Boekengids. Laat ik daar nu alles over weten!

De Academische Boekengids was een platform – een vehikel zou je in de kunst zeggen – voor wetenschappers. Ze konden daar in min of meer begrijpelijke taal aan belangstellenden, studenten en collega’s in andere vakgebieden uitleggen hoe het er in hun eigen vak aan toe ging. Dat deden ze niet voor geld en niet voor zoiets volwassens als punten, maar uit kinderlijk enthousiasme. Net als de redactie. Alle universiteiten droegen een paar centen bij in de drukkosten, totdat ze dat opeens niet meer deden. ‘Terwijl ze wel geld hebben voor de glossy’s waarin ze aan zelfpromotie doen’, schrijft Trudy geschrokken.

Trudy? Ja, ik mag Trudy zeggen, omdat ik met haar in de redactie zat van deze prachtige en onvolprezen boekengids. Dat schept een band. In haar boek lees ik nu dat zij kennelijk net als ik nog steeds kauwt op de beslissing van de universiteiten om niet langer in te zetten op het gesprek over de grenzen van de disciplines heen. De argumentatie daaromheen heeft me indertijd onthutst, ontsteld en ontdaan – en in die treurige gemoedstoestand leef ik vandaag de dag nog. Gebeuren er geen ergere dingen in de wereld? Jawel, maar het kapot maken van de boekengids is voor mij het schoolvoorbeeld geworden van de manier waarop een beschaving zich van binnenuit opblaast.

De primitieve reactie op zoiets is cynisme. Denk je wat langer na, dan dient zich een analyse aan. Toen ik de afgelopen jaren keek naar de barbaarse verwoesting die is aangericht op de terreinen van wetenschap, cultuur en recht, besefte ik dat op deze terreinen de barbaren binnen de poorten wonen. Het is weliswaar bon ton om de populisten en hun aanhang van alles de schuld te geven, maar dat is in veel gevallen een smoes. Die gesmade volkswil is een excuus geworden voor de weldenkende hoeders van de instituties der democratie om daarbinnen zelf alles op te heffen, te verwoesten en te verruïneren wat ze niet bevalt.

Zoals terrorisme een excuus is voor het oprekken van overheidsbevoegdheden, zo is populisme een excuus voor het opdoeken van de bescherming daartegen. Nieuw zijn de driften achter dat oprekken en opdoeken natuurlijk niet. Macht streeft altijd naar meer macht en mensen met banen streven het grootste deel van de dag naar parkeerplaatsen. Nieuw zijn de excuses, waardoor het niet langer nodig is er besmuikt over te doen. Overal loeren terroristen en populisten, zeggen de democraten – laten we daarom de boel zelf alvast maar in brand steken.

Het zal wel heel volwassen zijn. En heel uitgeslapen. Het leunt ook zwaar op dat snuggere onvermijdelijkheidsdenken dat op het moment geldt als je van het. Volgens dit denken rukken terreur en techniek en markt en volk buiten de poorten zo onafwendbaar op, dat je er als universiteit of arme bestuurlijke elite niets tegen kunt beginnen. Je kunt niets doen dan je opdracht erbij neer gooien en een Maserati kopen.

Maar het mag dan volwassen en wereldwijs ogen, verstandig is het niet. In een onrustige wereld moet je er als de donder voor zorgen dat instellingen als wetenschap, pers en recht robuust zijn. En dat bereik je niet met glossy’s voor zelfpromotie.

Pas maar op als mensen verkondigen dat het tijd is realistisch te worden. Als ze je adviseren met beide benen op de grond te gaan staan en alle frivoliteiten af te zweren. Meestal bedoelen ze gewoon dat ze veel plezier beleven aan crisis, terrorisme en populisme. Omdat ze zelf toch ook al in die richting dachten.