Ik moet steeds aan je denken

Mijn dochter en ik zaten al, toen jij en je zoontje de coupé binnenliepen. Jullie kwamen naast ons zitten. Jouw zoontje voelde zich niet zo lekker en mijn dochter was helemaal in de ban van haar olifantenboekje.

We hebben niet veel tegen elkaar gezegd, maar we hebben wel heerlijk om elkaars kroost gelachen en er was oogcontact tussen ons.

We stapten gezamenlijk uit op station Hoorn Kersenboogerd. We zeiden elkaar gedag, stapten op de fiets, zwaaiden nog naar elkaar en daar verloren we elkaar uit het oog.

Ik moet sindsdien steeds aan je denken… ik krijg je niet uit mijn hoofd. Zou heel graag met je in contact willen komen. Ik hoop jij ook met mij.