Het geheim van de kleine premier Rutte

Zijn wekelijkse persconferentie gebruikt premier Mark Rutte vrijwel nooit voor nieuwswaardige mededelingen. Hij begint vaak routineus met enkele hoofdpunten die net in de ministerraad zijn besproken – bij voorkeur de onderwerpen die iedereen al kent. Hij blikt obligaat vooruit – volgende week debat in de Tweede Kamer zus, reis naar het buitenland zo. En dan danst hij zich losjes door de vragen.

Soms komt hij wel met iets interessants. Niet per se met hard nieuws, maar bijvoorbeeld met een uitspraak die blijft hangen omdat zij de context van het moment overstijgt. Zo voorspelde hij eens dat de versplintering en de ‘volatiliteit’ van de kiezer de politiek nog jaren zullen domineren, dus daar moesten alle partijen zich op instellen, ook de flankpartijen – dat was toen hij nog op zoek was naar steun in de Eerste Kamer. En hij flapte er een keer uit dat de Europese Unie maar „een van de internationale organisaties” is waarvan Nederland lid is – dat was toen zijn liefde voor de EU niet moest worden overschat in verkiezingstijd.

Op een vrijdagmiddag in oktober hield hij zijn persconferentie terwijl het kabinet maar een paar uur verwijderd was van de belangrijkste deal uit zijn bestaan: het Herfstakkoord. Rutte gaf geen enkele aanwijzing. Nee, het was niet te zeggen of en wanneer ze er uit konden zijn. Hij was natuurlijk positief gestemd, maar dat was hij altijd. Enkele uren later stond hij in het ‘crematoriumzaaltje’ van het ministerie van Financiën en liet de hoofdrol aan de leiders van de drie oppositiefracties die meededen. Dat is de methode-Rutte: een premier die de show niet steelt. Het werk staat voorop, de doelen zijn altijd hoger dan hijzelf.

Achter de schermen schijnt het soms anders te zijn, maar het publieke optreden van Rutte kent drie vaste bestanddelen: beheersing, vriendelijk formalisme en het vermogen in foutloze zinnen niets te zeggen. Het maakt hem geen geheide buiten-Haagse publiekslieveling. Hij is geen kleurrijke fietsliefhebber als Van Agt, geen onhandige snelprater die er in Den Haag nooit helemaal bij lijkt te horen, zoals zijn voorganger Balkenende. Maar hij is kennelijk ook niet zo’n geschikte boeman – geen ‘visionair’ zoals Den Uyl, geen jarenvijftigpredikant zoals Balkenende.

Rutte is een manager die om zijn stijl wordt geprezen. Niet ondanks, maar juist omdat het kabinet onder zijn leiding in enkele jaren 51 miljard euro aan bezuinigingen en fikse hervormingen door het parlement heeft gekregen. Het raakt zijn reputatie vooralsnog niet dat mensen – huizenbezitters, ondernemers, studenten – nadeel ondervinden. Het rommelige politieke proces waarin de afspraken tot stand kwamen, is veelbesproken. Maar maatschappelijke opwinding bleef uit. Het werkt kennelijk, dat attente optreden zonder grote woorden. De premier maakt zich klein, wie maakt zich groot om in de weg te lopen?

Er zijn tekenen dat dit kan veranderen, nu al de bezuinigingen en hervormingen langzaam aan in de uitvoeringfase komen. In de polder steekt wat wind op. De nieuwe VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer betichtte het kabinet nog voor hij was begonnen al van ‘chantage’. De vakcentrales kwamen met een ‘banenplan’ dat verraadde dat zij zich niet hebben neergelegd bij alle hervormingen, zoals de snelle verhoging naar de pensioenleeftijd. En Halbe Zijlstra verhoogt vanuit de Kamerfractie van de VVD de druk op voor snelle lastenverlichting, ondanks het verzet van coalitiepartner PvdA. Vorige week, tijdens zijn op een na laatste wekelijkse persconferentie voor de zomervakantie, kreeg Rutte de vraag of het kabinet klaar was nu de meeste hervormingen zijn doorgevoerd. Nee, nog lang niet, zei Rutte. Natuurlijk. Het was nieuws geweest als hij had gezegd: ja, wij zijn nu wel klaar.