Column

Het ABC van het Estro-fiasco

Daar komt weer een golf wrakhout van private equity-financieringen. Het bankroet van kinderdagverblijfconcern Estro en de zogeheten ‘doorstart’ in een nieuwe vennootschap met dezelfde private-equityeigenaar oogt als een ABC’tje uit het handboek financiële bedrijfsreorganisaties.

Andere fiasco’s van bedrijven van private-equityeigenaren? Heiploeg (garnalenvisser) is een pijnlijk voorbeeld: meerdere malen van private-equityeigenaar gewisseld, schulden volop, onvoldoende buffers bij tegenslag.

Niet dat private equity het monopolie heeft. Zaken met een andere eigendomsvorm (familiebedrijf Oad, stichting Ruwaard van Putten Ziekenhuis) gingen ook over de kop.

Private-equityfinanciers kennen zeker succesverhalen, zoals de combinatie van kleinere kabelmaatschappijen in Ziggo en de expansieve winkelketen Action. Maar private-equityaandeelhouders hebben eerder dan andere ondernemingen de schijn tegen, omdat zij soms meer, soms minder gretig gebruikmaken van geleend geld om bedrijven te kopen. Schulden maken kwetsbaar.

Hoe ziet dat Estro-ABC eruit? Een onderneming zucht onder tegenvallende inkomsten (zoals subsidies en toeslagen) en hoge vaste kosten (rente op leningen, huur, personeelsbeloningen). Dat is A. De aandeelhouders en de directie zien nog één uitweg: faillissement. Dat is B. En vervolgens koopt een nieuw bedrijf dat gelieerd is aan de oude eigenaren de activiteiten. Maar met minder personeel en/of tegen versoberde arbeidsvoorwaarden. Dat is C.

In een klassiek ABC’tje, zoals bij Estro, zetten dezelfde partijen alle drie de stappen: de aandeelhouders/financiers en de directie. Estro’s nieuwe én vorige aandeelhouder, HIG Capital, was als financier ook betrokken bij de vorige financiële reorganisatie plus daaropvolgende doorstart in 2012. Toen heette het bedrijf Catalpa, dat op zijn beurt in 2010 voor ongeveer 500 miljoen euro was overgenomen door private-equityfinancier Providence.

Catalpa werd met hoge schulden opgezadeld. Dat liep mis. Niet raar. Catalpa/Estro is drievoudig afhankelijk van de conjunctuur. Van de economische conjunctuur: houden ouders hun baan? Van de kinderconjunctuur: hebben ouders genoeg vertrouwen om een gezin te stichten of uit te breiden? En van de politieke conjunctuur: houden ouders hun fiscale toeslagen?

Dat Estro nu voor de tweede keer in twee jaar als een kaartenhuis in elkaar zakt en weer uit het financiële stof wil herrijzen, zegt iets over de mentaliteit én de roekeloosheid van de geldschieters. De mentaliteit is: er zijn altijd kansen. In faillissement kun je het goedkoopst bedrijven kopen. Denk niet in verlies, denk in rendement.

Dat rendement moet wel hoog zijn. De roekeloosheid leidt tot kolossale verliezen op leningen en aandelenpakketten. Bij de reorganisatie in 2012 zouden de financiers van Catalpa al bijna 200 miljoen euro op hun leningen hebben afgeschreven. Hoeveel verlies zij nu nemen en hoeveel de anderen (personeel, schuldeisers) lijden, is onduidelijk.

De oorzaken van het faillissement ontrafelen is een klus voor curator Wouter Jongepier, een ervaren rot in het vak. Hij was de afgelopen weken als ‘stille bewindvoerder’ namens de rechtbank bij deze hele operatie betrokken.

Dat moet spanning opleveren. Eerst doe je als bewindvoerder met de Estro-top en eigenaren een doorstart en red je 2.600 banen en het vertrouwen van ouders. Daarna moet je als curator eventueel falen van dezelfde bestuurders, commissarissen en aandeelhouders onderzoeken. En eventueel aanpakken. Dat lijkt me een hele hijs.