Een gesticht

Eens in de zoveel tijd overkomt het me. Ik zit voor de teevee en hoor een stukje muziek – meestal is ’t het orkest van dienst dat onder een documentaire is gemonteerd – waardoor ik in een staat van opperste paraatheid schiet. De klanken zijn beeldender dan de beelden. Dit keer ging het om het liedje Tripoli van de Amerikaanse band Pinback, waar ik nog nooit van gehoord had. Met dank aan de smartphone, die ik nu eens wel bij de hand had, ving ik het nummer uit de lucht en kon ik het meteen identificeren.

De liedtekst die nogal cryptisch is – ik kan er in elk geval geen touw aan vastknopen – bestaat uit maar een paar zinnen die in een wisselende volgorde, en soms over elkaar heen, gezongen worden. Een schitterend drama met catharsis voltrekt zich, zoveel is me dan weer wel duidelijk.

He’s gonna go down and he’s gonna come back again.

Het is dus dit liedje dat ik scoorde aan de vooravond van de Tour de France. En omdat de tekstdichter zoveel ruimte liet voor interpretatie, zag ik meteen de analogie met het even curieuze als cryptische fietsexperiment dat voor een paar dagen in Engeland was neergestreken. Ik zal eerlijk zijn, lezer. De Tour volg ik vanaf ongeveer mijn negende, en later ik heb er zelf een keer of acht in geacteerd, maar dat ik intussen het geheim ervan heb kunnen doorgronden, nou nee.

Sinds het begin van zijn jaartelling (1903) is de Tour een onverantwoorde sportwedstrijd. Een lelijke commerciële machine, gebouwd om menselijk drama te genereren. Maar als de karavaan eenmaal vertrokken is, krijgt zelfs het klatergoud van de commercie de glans van onbestemde schoonheid. Misschien is de Tour helemaal geen sportwedstrijd maar een mobiel gesticht zonder psychiater.

Ik zag het peloton in Leeds aan de start staan, en met gevoel voor drama dacht ik: al die renners hebben in elk geval de zekerheid dat over drie weken eentje de eerste is, en eentje de laatste. En dat iedereen, tenminste wie er nog bij is, tot op de draad versleten is. En wie niet geselecteerd is door zijn ploeg heeft de vernietigende zekerheid drie weken lang geen wielrenner te zijn.

Sad I’m gonna die. Hope it’s gonna happen later, later than I think.

Ik herinner me dat altijd rond dag tien mentaal en fysiek een kantelpunt komt. Of een fragiel evenwicht treedt in, of de spiraal gaat neerwaarts: de Tour wordt een feest der vervloeking.

Sprinter Mark Cavendish is er nu al niet meer bij. In Harrogate viel hij liever zijn schouder kapot dan dat hij regulier verloor. In volle sprint fluisterde het duiveltje op zijn schouder:

You know what’s gonna happen. Ah eh yeah.

Het liedje dooft in zachte bastonen.