Duitsland tart buurlanden met plan voor tolheffing op alle autowegen

Nederland en Oostenrijk willen dat de Europese Unie de invoering van een Duits tolvignet tegenhoudt.

De plannen voor tolheffing voor personenauto’s op Duitse wegen beginnen vorm te krijgen. Gisteren heeft minister van Verkeer Alexander Dobrindt zijn voorstel gepresenteerd. „Onze verkeersinfrastructuur staat onder toenemende druk door grote slijtage”, aldus Dobrindt. Jaarlijks maken buitenlanders volgens hem 170 miljoen autoritten, naar Duitsland of op doorreis. Die betalen volgens de minister ten onrechte niet mee aan de slijtage. Aan tolheffing is niet te ontkomen door snelwegen te mijden. Het systeem, dat begin 2016 moet ingaan, gaat gelden voor het hele Duitse wegennetwerk. Er wordt nog nagedacht over de vraag of ook motoren onder de tolheffing zullen vallen.

De tolheffing was een verkiezingsbelofte die de Beierse CSU, de zusterpartij van de christen-democratische CDU van Angela Merkel, veel stemmen heeft opgeleverd. Op zes landen na (Verenigd Koninkrijk, Nederland, België, Denemarken, Zweden en Finland) kennen alle EU-lidstaten een bepaalde vorm van tolheffing. Duitsers betalen dus mee aan het onderhoud van wegen in het buitenland, daarom is het volgens minister Dobrindt, zelf van de CSU, niet meer dan rechtvaardig dat buitenlanders op hun beurt meebetalen aan het Duitse wegennet.

Tiendagenvignet: 10 euro

Uniek aan het Duitse systeem is dat de hoogte gaat afhangen van de mate waarin de auto’s vervuilen en de cilinderinhoud. Vignetten krijgen verschillende kleuren, afhankelijk van het soort auto. De tol voor een oude, grote dieselauto wordt dus een stuk hoger dan die voor een zuinige, kleine benzineauto. Een gemiddeld jaarvignet zal volgens minister Dobrindt ongeveer 88 euro gaan kosten. Buitenlanders kunnen echter ook een vignet kopen voor tien dagen (dat volgens het plan 10 euro gaat kosten) of voor twee maanden (20 euro); die vignetten worden niet afhankelijk van het soort auto. Vignetten kunnen via internet worden besteld of bij tankstations aan de grens worden gekocht. Per kabinetsperiode moet de tolheffing ongeveer 2,5 miljard euro opleveren. Dat is ruim 600 miljoen euro per jaar.

Of Brussel akkoord gaat, is nog de vraag. De Duitse regering wil namelijk voor Duitsers de wegenbelasting met hetzelfde bedrag verminderen als ze moeten betalen voor hun tolvignet. Dat is volgens de Europese Commissie in strijd met Europese regels, die discriminatie op basis van land van herkomst niet toestaat. Dobrindt denkt echter daarop wat gevonden te hebben. Volgens de minister maakte de regering de fout tolheffing en belastingverlaging in één wet te willen samenvoegen. De tolheffing wordt nu geregeld in een andere wet dan de hervorming van de wegenbelasting; ze gaan wel tegelijkertijd in.

Juridische stappen

Dobrindt vindt dat Brussel niets te maken heeft met belastingheffing. Er mag volgens hem alleen geen ‘langdurige relatie’ worden gelegd met de wegenbelasting. Met andere woorden, als Dobrindt in de toekomst de tolheffing verhoogt, mag niet tegelijkertijd de wegenbelasting voor Duitsers omlaag. Dobrindt heeft beloofd bij de precieze invulling van de wet nauw samen te zullen werken met Brussel.

Niet alleen de EU heeft kritiek. Vooral Nederland en Oostenrijk hebben grote moeite met het plan. Toen Dobrindt dit voorjaar aankondigde tol te willen heffen, zei minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) mogelijk juridische stappen tegen Duitsland te willen ondernemen. Dat herhaalde ze gisteren. De tolheffing heeft „bijzonder negatieve effecten voor Nederlandse automobilisten”, zei ze gisteren. Met name automobilisten in de grensregio worden volgens Schultz geraakt. Oostenrijk wil eerst proberen het plan via de Europese Commissie tegen te houden. Mocht die geen bezwaar zien, dan overweegt de Oostenrijkse minister van Verkeer Doris Bures naar het Europese Hof in Luxemburg te stappen.

In Duitsland wordt ook kritiek geuit op de tolheffing. De meeste Duitsers kan het niet veel schelen als het maar niet te veel geld gaat kosten. Commentatoren noemen het plan bureaucratisch en veel te ingewikkeld. Milieuorganisatie Greenpeace vindt dat Duitsers ten onrechte worden gespaard: „Dobrindt realiseert een goed idee met de verkeerde middelen.”