De man die Koude Oorlog stopte kreeg geen standbeeld in Georgië

Edoeard Sjevardnadze (86)

Communist en president

Sjevardnadze onderging drie metamorfoses: van communist, naar democraat en patriot.

Foto AFP

Edoeard Sjevardnadze, een van de meest prominente communisten uit de nadagen van de Sovjet-Unie, was breker en bouwer tegelijkertijd. Eén keer heeft Sjevardnadze een natie helpen herenigen, één keer een staat laten sterven en één keer een land juist van de ondergang gered. Maar in eigen land wordt Sjevardnadze, die gisteren op 86-jarige leeftijd is overleden, niet op die waarde geschat. Een standbeeld is niet voor hem opgericht.

In 1989 was Sjevardnadze er als minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie bij toen de Berlijnse Muur viel en de eenwording van Duitsland kon beginnen. Hij verleende medewerking. Enthousiast zelfs. Toenmalig bondskanselier Helmut Kohl zou hem daarom nooit vergeten.

In 1991 zag Sjevardnadze als ambteloos burger toe de perestrojka onvermijdelijk had geleid tot de ontmanteling van de Communistische Partij (CPSU) als machtsmonopolist en Sovjet-Unie als superstaat. Hij liet er geen traan om.

In 1992 keerde Sjeverdnadze terug naar zijn geboorteland Georgië om de nieuwe soevereine staat te behoeden voor een burgeroorlog.

Sjevardnadze, geboren in 1938 in het westen van Georgië, had een persoonlijk motief voor deze drie metamorfoses van communist, naar democraat en patriot. Zijn vader was een toegewijd communist, zijn moeder juist niet. En zijn schoonvader heeft hij nooit gekend. Die was tijdens de ‘grote terreur’ van zijn landgenoten Stalin en Beria in de jaren dertig vermoord.

Sjevardnadze was met die dubbelzinnigheid een typische exponent van de eerste poststalinistische generatie communisten. Ze geloofde in het idee van Lenin maar verwierpen de praktijk van Stalin.

Daar zag het twintig jaar vóór de val van de Sovjet-Unie niet naar uit. Sjevardnadze was toen een gelovige partijganger, althans zo etaleerde hij zich op het het 24ste congres van de CPSU in 1971. De 43-jarige was toen minister van Binnenlandse Zaken in Georgië en dus verantwoordelijk voor de repressie in de lastigste Sovjetrepubliek in de Kaukasus. Op het congres, waar partijchef Brezjnev zijn machtsgreep op voorganger Chroesjtsjov bezegelde met een zes uur durende toespraak, sprak Sjevardnadze legendarische woorden. „Er wordt gezegd dat Georgië het land van de zon is”, zei hij. „Maar voor Georgië komt de zon al heel lang op in het Noorden, in het land van Lenin”.

Een jaar na deze uitvinding van een vorm van politieke astronomie werd hij gepromoveerd tot eerste secretaris van de Georgische partij. Sjevardnadze moest daar de gecorrumpeerde boel van zijn voorganger opruimen. Op het volgende partijcongres in 1976 dankte hij patroon Brezjnev door hem een vozjd te noemen, een Leider à la Stalin.

Sjevardnadze leerde in zijn nieuwe rol generatiegenoot Michail Gorbatsjov kennen, die in 1970 eerste secretaris van de partij in de naburige provincie Stavropol was geworden. Het land raakte in de greep van ‘stagnatie’. Beide provinciale partijchefs spraken regelmatig met met elkaar over de ‘toestand’. Die was niet goed.

Het volgende decennium zouden ze er achter komen dat het nog veel beroerder. Toen Gorbatsjov in 1985 partijleider werd, nam de man uit Stavropol zijn Georgische collega mee naar Moskou: als lid van het Politburo en opvolger van Gromyko, de eeuwige minister van Buitenlandse Zaken

De kleinsteedse Sjevardnadze belandde in de grote wereld van Koude Oorlog, kernwapenwedloop en topconferenties.

Sjevardnadze was niet de ideoloog achter het ‘nieuwe denken’ van Gorbatsjov, maar hij voerde het wel geestdriftig uit. Hij propageerde de wapenakkoorden die de VS en de Sovjet-Unie sloten. Hij nam mede verantwoordelijkheid voor de terugtocht van de sovjettroepen uit Afghanistan. Hij zag in 1989 toe hoe Polen ter stembus ging, hoe de Berlijnse Muur verkruimelde, hoe de ‘fluwelen revolutie’ in Tsjechoslowakije realiseerde wat in 1968 niet was gelukt. En hij was erbij toen het herenigde Duitsland lid bleef van de NAVO, terwijl tegenhanger Warschaupact juist ten dode was opgeschreven.

Toen dat laatste in 1991 ook een feit was, was Sjevardnadze geen minister meer. Na het 28ste congres van de CPSU, waar een voorspelbaar schisma tussen conservatieven en progressieven zijn beslag kreeg, verliet hij de partij en later ook zijn post op Buitenlandse Zaken. Vlak voor de Oudjaar 1991 waarschuwde hij voor „naderende dictatuur”. Driekwart jaar later kreeg hij gelijk. Zij het dat de orthodoxe staatsgreep tegen Gorbatsjov in augustus 1991 mislukte. Het einde van de Sovjet-Unie was toen nog slechts een kwestie van maanden.

Die ondergang ging in zijn moederland Georgië gepaard met een burgeroorlog. De door Stalin bij Georgië toegevoegde provincies Zuid-Ossetië en Abchazië hadden zich de facto afgescheiden. In Georgië zelf hadden milities de wapens opgenomen tegen de wettig gekozen, maar ook paranoïde president Zviad Gamsachoerdia. Toen die in januari 1992 het land ontvluchtte, werd de oud-partijchef gevraagd Georgië te redden. Sjevardnadze gaf daaraan gehoor. Met gevaar voor eigen leven – en met militaire hulp uit Moskou – leidde hij het land uit de burgeroorlog. Een nieuwsfoto uit 1995 verbeeldde dat: Sjevardnadze in een wit singletje en met verwarde haren na een bomaanslag. Door zijn contacten in het Westen, met name in Duitsland, wist hij vervolgens geld binnen te slepen voor wederopbouw. Bijvoorbeeld voor de oliepijplijn uit Bakoe aan de Kaspische Zee naar Ceyan in Turkije, die over Georgisch grondgebied gaat.

Niets leek een mooi pensioen in de weg te staan. Maar toen ging het mis. Sjevardnadze verviel weer in de politieke cultuur die hij een decennium eerder in Georgië achter zich had gelaten. Tijdens zijn tienjarige leiderschap werd het cliëntelisme weer vaardig over de trotse republiek in de Kaukasus. Corruptie ondergroef de economie. Via nepotisme kon de familieclan rond Sjevardnadze zich onevenredig veel politieke en economische macht toe-eigenen die uiteindelijk met verkiezingsfraude werd afgedekt.

Deze monopolisering leidde tot zijn val. De ‘Rozenrevolutie’ in 2003, de eerste volksopstand in de voormalige Sovjet-Unie, blies de ‘zilveren vos’ in Tbilisi in relatief korte tijd weg.

Sjevardnadze had drie weken niet door wat er op straat gebeurde. Maar toen het volk eenmaal het parlement binnendrong, begon het hem te dagen. Mede onder druk van Moskou week hij en trad hij af.

Vergeleken bij latere ‘kleurenrevoluties’ verliep de machtswisseling relatief rustig. Sjevardnadze hoefde Georgië ook niet te verlaten. In dat land stierf hij gisteren in een maatschappelijk isolement, als een oude man die het zicht op de tijd, die hij van 1985 tot 1990 zo scherp had aangevoeld, was kwijtgeraakt.