Dans bij Wölfl laat niemand onberoerd

‘Waarom blijf ik eigenlijk zitten?’ Het is geen ongewone vraag voor wie regelmatig hedendaagse dansvoorstellingen bezoekt en meestal impliceert zij een negatief oordeel. Ook tijdens de eerste week van Julidans borrelde die vraag meermalen op, het meest pregnant tijdens de openingsvoorstelling Chor(e)ographie/Journalismus: kurze Stücke van VA Wölfl/NEUER TANZ. Het wonderlijke daarbij is dat Wölfl bereikt dat de toeschouwer wérkelijk nadenkt over zijn keuze te blijven kijken naar het dansarme danstheater van de Duitse theatermaker, beeldend kunstenaar en meestermanipulator.

Wölfl bouwt en ontmantelt, zorgvuldig en ‘real life’ timend vanuit de regiekamer, zijn schaarse, maar o zo uitgekiende beelden in de spierwitte galerieruimte op het toneel. Vooraan cirkelen, als op een wapenbeurs, eindeloos geweren op een draaischijf rond: objecten van dreiging, commercie en aanbidding.

Via oortjes ontvangt het in glitterpakken en -jurkjes gehulde ensemble instructies van Wölfl, waarna het paradeert, poseert en musiceert met gitaren. En wordt verzwolgen door (gemanipuleerde) projecties van een juichende voetbalmenigte, terwijl het extreem vertraagde gebaren van afweer en angst maakt.

Voortdurend vermengt Wölfl geweld, populaire cultuur, commercie en schoonheid op een manier die de toeschouwer niet onberoerd kán laten. Bij de een leidt dat al snel tot de hartgrondige conclusie boring!, anderen laten zich welbewust op de proef stellen en ‘bevragen’ zich een ongeluk bij de beeldenpracht.

Een fantastische opening dus, voor een festival dat tot zondag eigenlijk geen echte verrassingen bracht. De Untitled Feminist Show van de Amerikaans-Koreaanse Young Jean Lee bleek, in tegenspraak met de loftuitingen in Amerikaanse media, humoristisch noch avant-gardistisch, eerder retro-gardistisch van de ‘ik ben oké, jij bent oké’-soort, met een zestal poedelnaakte dames dat geen probleem maakt van een vetrol of schaamhaar meer of minder. Het zal.

Een favoriet van vorig jaar, de Belgische Lisbeth Gruwez, bracht met AH/HA een vervolg op haar succesvolle solo It’s Going to Get Worse And Worse, My Friend, waarin zij de retoriek van een Amerikaanse televisiedominee fileerde. Nu analyseert zij de lach, in haar eerste groepswerk. Primair is het een pompende, verende reflex die de vijf dansers gaandeweg in beweging brengt. De combinatie met het geluid van piepende bedspiralen roept daarbij vrolijk stemmende associaties op.

Langzaam worden de lachuitingen extremer, met wijd opengesperde monden, voor- of achteroverbuigende torso’s en grijnslachen die het gelaat tot angstaanjagende maskers vervormen. De vijf dansers zijn eenlingen die door de lach bijeenkomen en kracht en macht ontwikkelen. Onder hun neurotische lachen, blijkt tot slot, sluimert eenzaamheid, en het verlangen naar liefde.

De acht mannen in D’après une histoire vraie van Christian Rizzo zijn ook samen sterk, broeders en kameraden. Rizzo herinterpreteert een traditionele Turkse volksdans. Hij deconstrueert en herschikt het traditionele materiaal: het stampen op de vloer, de repetitieve kruis- en huppelpassen, de armen op de rug of om elkaars schouders en, uiteraard, de cirkel, symbool voor de gemeenschap. Het is een revisie waar het huidige Internationaal Danstheater een voorbeeld aan kan nemen: dit is nu folkloristische dans voor het publiek van de 21ste eeuw. Geweldig.