Brazilianen treffen vanavond ‘meest complete’ team

Halvefinalist Duitsland combineert volgens de kenners „alle moderne voetbalstijlen”.

Betonvoetbal werd het destijds neerbuigend genoemd. Maar effectief was het wel, de manier waarop (West)Duitsland in 1990 zijn laatste wereldtitel veroverde. Tegenhouden was het devies. Hoe minder doelpunten tegen, des te groter de kans op een overwinning. Klinkt als een open deur, maar zo werkte het wel, die zomer in Italië.

De huidige nationale ploeg van Duitsland, die vanavond tegen gastland Brazilië aantreedt in de halve finale van het WK, lijkt in weinig opzichten op de wereldkampioen van toen. Aanvallend en attractief voetbal – dat zijn de kenmerken van dit elftal, sinds 2006 geleid door bondscoach Joachim Löw.

Hij introduceerde een nieuwe speelwijze, zo is te lezen in zijn boek Joachim Löw und sein Traum vom perfekten Spiel. Een mengeling van de Spaanse, Braziliaanse, Franse en Nederlandse scholen. Om met voetbaltrainer Aad de Mos te spreken: „Löw heeft alle moderne voetbalstijlen samengebracht in één.” Kenners noemen het elftal compleet. Arnold Bruggink, die in Duitsland bij Hannover 96 speelde, zei daarover: „Duitsland beschikt over alle kwaliteiten waar het moderne voetbal om vraagt: loopvermogen, fysieke kracht, snelheid, techniek en scorend vermogen.”

Die eigenschappen zijn verenigd in spelers zoals de lepe spits Thomas Müller, de balvaardige middenvelders Mesut Özil, Toni Kroos en Bastian Schweinsteiger en de sterke verdediging, met daarin Philip Lahm, Jérôme Boateng, Mats Hummels en Benedikt Höwedes.

Ook de rol van doelman Manuel Neuer mag niet worden onderschat. De sluitpost van Bayern München speelt als een valse ‘libero’ achter de verdediging. Belandt de bal achter de defensie, dan spurt Neuer tientallen meters zijn doel uit om deze de tribune in te schieten. Soms gaat het maar net goed, maar desondanks juicht trainer Löw het toe. „Hierdoor kan onze defensie vaak op de helft van de tegenstander spelen”, zei hij. „Als je zo voetbalt, mag de keeper niet op zijn lijn blijven staan. Je hebt hem nodig om te voetballen.”

In vergelijking met het Duitsland van 1990 is er nog een groot verschil: de hardheid. Waar de wereldkampioen van toen enige mate van ruwheid niet schuwde, speelt het huidige elftal minder op het randje. Niet voor niets keerde Löw zich gisteren tijdens zijn persconferentie af van de wijze waarop sommige teams voetballen op dit WK. „Er moet een eind komen aan de spijkerharde overtredingen. Anders zullen spelers als Messi, Neymar en Özil niet meer nodig zijn, alleen spelers die alles kapotmaken. Dat is gevaarlijk en moeten we niet tolereren.”

De statistieken geven Löw gelijk: in de groepsfase van het WK maakte Duitsland 39 overtredingen. De spelers van Brazilië gingen 65 keer in de fout, die van België 72 keer. Het Nederlands elftal ging bijna twee keer zo vaak in de fout (76).